Veel zaadlozingen verminderen de kans op prostaatkanker

Mannen die vaker dan gemiddeld hun zaad lozen door seks of masturbatie, krijgen minder snel prostaatkanker, zo blijkt uit de Amerikaanse Health Professionals Study. Tot nu toe dacht men dat het andersom was: meer zaadlozingen, meer prostaatkanker (Journal of the American Medical Association, 7 april).

Grote seksuele activiteit wordt wel gezien als voortkomend uit een hoge concentratie mannelijk geslachtshormoon, testosteron. Aangezien dit hormoon de groei van prostaatweefsel stimuleert, was het niet zo'n gekke gedachte dat een grotere seksuele activiteit het risico op prostaatkanker vergroot. Hiernaar is meerdere keren onderzoek gedaan, met tegenstrijdige resultaten. Het ging daarbij meestal om onderzoek dat terugkijkt in de tijd: mannen die al prostaatkanker hadden werd gevraagd hoe vaak ze seks hadden gehad en dat werd vergeleken met de antwoorden van mannen zonder prostaatkanker. Maar de vraag is of mensen dan de juiste antwoorden geven.

Voor het eerst is nu een groot prospectief onderzoek gedaan. Waarbij eerst de vragen over het seksleven zijn gesteld, en na jaren is gekeken wie er wel of geen prostaatkanker had gekregen. In de Verenigde Staten loopt al sinds 1986 de Health Professionals Study onder artsen van (toen) 40 tot 75 jaar oud. Elke paar jaar vullen ze vragenlijsten in over allerlei risicofactoren. In 1992 hebben medewerkers van het National Cancer Institute ruim 29.000 van hen vragen voorgelegd over het aantal zaadlozingen per maand in verschillende perioden van hun leven. In de loop van de daarop volgende jaren ontdekte men bij 1449 van deze mannen prostaatkanker, die in 953 gevallen nog beperkt was tot de prostaat zelf.

Er bleek inderdaad een verband te bestaan tussen het aantal zaadlozingen en prostaatkanker. Bij mannen die in het voorgaande jaar 21 of meer zaadlozingen per maand hadden gemeld, kwam prostaatkanker ruim 50% minder vaak voor dan bij mannen die er 4 tot 7 gehad zeiden te hebben. De invloed van het aantal zaadlozingen vroeger, op 20- tot 29-jarige leeftijd en van 40- tot 49-jaar, was iets minder uitgesproken maar nog steeds duidelijk aantoonbaar: 11% en 32% minder risico, ook bij 21 of meer zaadlozingen per maand. De onderzoekers hebben berekend dat iedere drie zaadlozingen extra per week over het hele leven het totale risico op prostaatkanker met 15% verlaagt.

De onderzoekers erkennen dat het verband tussen weinig zaadlozingen en prostaatkanker schijnbaar kan zijn, bijvoorbeeld omdat mannen seks en masturbaties gaan mijden bij de eerste klachten van prostaatkanker. Maar dan zou je verwachten dat mannen met meer gevorderde prostaatkanker in het jaar voor de diagnose een geringer aantal zaadlozingen hadden gemeld en dat was niet het geval.