Uitbreiding vergroot kans fraude

De aanstaande uitbreiding van de Europese Unie met tien lidstaten vergroot de mogelijkheden voor criminele organisaties om fraude met BTW-afdrachten te plegen.

De afgelopen tijd hebben zich enkele bedrijven in nieuwe lidstaten gevestigd, waarvan het vermoeden bestaat dat dit `postbus-achtige' vestigingen zijn, bedoeld om na 1 mei belastingfraude mee te kunnen plegen.

Dat zegt C. van Rijn, medewerker van de FIOD-eenheid die in Nederland BTW-fraude bestrijdt. Aankomende week leidt zij een seminar in Egmond, waar Nederlandse FIOD-ambtenaren en belastinginspecteurs zo'n veertig collega's uit de nieuwe lidstaten bijpraten over de bestrijding van de BTW-fraude. Bovendien kunnen de aankomende lidstaten ook van elkaar leren. Zo moeten, zegt Van Rijn, nu al in Letland nieuwe ondernemers zich persoonlijk bij de belastingdienst komen melden om hun plannen toe te lichten, hetgeen de kans op stromannen verkleint. Ook worden nieuwe vestigingen van bedrijven door Letse ambtenaren bezocht, om te controleren dat het daadwerkelijk om bedrijfsactiviteiten gaat.

Criminele organisaties zoeken ,,de zwakste schakel in Europa'' om hun praktijken te kunnen toepassen, zegt Van Rijn. De organisaties hopen dat het openbaar bestuur in de Oost-Europese lidstaten zo in beslag genomen wordt door de toetreding, dat het niet toekomt aan effectieve bestrijding van dit voor Oost-Europese begrippen relatief nieuwe fenomeen. Volgens Van Rijn zijn de nieuwe lidstaten zich echter goed bewust van de gevaren.

Europees Commissaris F. Bolkestein (belastingen, interne markt) en het Europees Parlement hebben al eerder gewaarschuwd dat de BTW-fraude een zeer groot probleem is binnen Europa. Volgens ruwe schattingen van de Economische Commissie van het Europees Parlement lopen de lidstaten zo'n 100 miljard aan belastinginkomsten mis, ongeveer evenveel als de hele Europese begroting. Een deel van die begroting wordt met BTW-afdrachten gefinancierd (Nederland betaalde vorig jaar 1,3 miljard aan BTW-inkomsten aan Brussel). De Europese Commissie heeft geld vrijgemaakt om landen beter te laten samenwerken bij de bestrijding; zo financiert ze ook het seminar in Egmond. Omdat lidstaten autonoom zijn in hun belastingwetgeving, kan Brussel zelf verder niet veel doen.

De BTW-fraude gaat als volgt in zijn werk: bedrijf A in een Europese lidstaat verkoopt goederen aan bedrijf B in een andere lidstaat. Daarover hoeft het bedrijf B aan zijn leverancier geen BTW te betalen. Bedrijf B moet echter bij doorverkoop van de goederen in eigen land aan bedrijf C, bij dit laatste bedrijf het BTW-tarief van 19 procent in rekening brengen. In het geval van fraude incasseert bedrijf B deze BTW van bedrijf C, betaalt dat in afwijking van de regels niet terug aan de fiscus en heft zichzelf daarna als `plof-BV' meteen op om opsporing te bemoeilijken. Bedrijf C krijgt volgens de bestaande regels wel de 19 procent BTW van de overheid van het land waarin het bedrijf gevestigd is, terug.

De praktijk wordt ook wel als carousselfraude aangeduid. Dit komt omdat dezelfde partij goederen – vaak dure en goedkoop te vervoeren computeronderdelen (CPU's) – meestal wordt doorverkocht aan een reeks andere bedrijven in andere landen om dezelfde truc met een `plof-bv' nog meer te kunnen toepassen en vaak uiteindelijk weer bij bedrijf A terugkomt.