Sufjan Stevens:

Op het eerste gehoor past de Amerikaanse zanger Sufjan Stevens in de omfloerste lofi-sfeer van Elliott Smith en Bonnie `Prince' Billy. Met zijn vierde album Seven Swans vindt hij echter een heldere eigen stem die hem uittilt boven elke vorm van epigonisme, nadat hij met de voorganger Michigan al een eigenzinnige themaplaat over zijn geboortestaat had volgespeeld. De kracht van Sufjans overwegend akoestische liedjes schuilt in de vanzelfsprekendheid waarmee hij de luisteraar zijn intieme wereld binnen lokt met intense teksten over liefde, lotsbestemming en dood. `When we are dead we all have wings', mijmert hij met begeleiding van een luguber orgeltje in `We won't need legs to stand'. Donkere wolken pakken zich samen boven Sufjans hoofd, maar een klaterende banjo en een net niet valse trompet zorgen er desondanks voor dat de folky liedjes fris en melodieus uitpakken.

Seven Swans

(Sounds Familyre/ Konkurrent) ****