Steeds borsten en billen willen betasten

Seks beheerst het leven van jeugdige zedendelinquenten. Ze worden behandeld in het Gelderse Harreveld. ,,Dat kost heel veel tijd. Het moet als het ware inslijten.''

Groepsleider Gerard draait de deur van de gezamenlijke huiskamer van het slot. Tien jongens komen binnen. Ze zijn naar school geweest. Groepsleider Gerard draait de deur weer op slot. De jongens hangen op de bank en in de vensterbank, stompen een beetje naar elkaar, roken een sigaret op de kleine, betonnen binnenplaats. In de zithoek zijn de stoelen vastgeklonken aan de vloer. De meeste jongens dragen nylon trainingpakken.

De particuliere justitiële jeugdinrichting Harreveld. Rond het gebouw van de gesloten afdeling voor jeugdige zedendelinquenten hoge hekken met prikkeldraad. Groep Meander 1. Op de afdeling wonen tien jongens. Overdag gaan ze naar de vmbo-school in het gebouw, en leren daar voor kok, voor bakker, voor lasser of voor administratief medewerker. 's Middags hebben ze therapie of ze sporten. 's Avonds van zes tot zeven, na het avondeten, zitten ze verplicht op hun kamer (daar past een tafel, een eenpersoonsbed en een kast in) om huiswerk te maken. Daarna kijken ze tv, kaarten ze of spelen een spelletje. Om tien uur 's avonds gaat de deur van hun kamer op slot.

Twee jongens hebben corvee en dekken de twee tafels met gekleurde plastic borden en bekers voor de lunch. Een wit brood, een bruin brood, kaas, boterhamworst en een plastic mandje met zoet beleg. Een lange, donkere jongen klaagt tegen Gerard over zijn gebrek aan geld. Zijn rastahaar is met een elastiek bijeen gebonden. De jongens krijgen acht euro zakgeld per week. Eens in de week gaat een groepsleider met de wensenlijstjes boodschappen doen. Gerard hoort het geklaag rustig aan en zegt na een tijdje: ,,Wat maak je je nou toch druk, man.''

Zestig procent van de jongeren die de jeugdinrichting Harreveld verlaat, pleegt na de behandeling opnieuw een delict, blijkt uit een gisteren gepresenteerd rapport van Catrien Bijleveld, hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, en van Jan Hendriks, ontwikkelingspsycholoog en hoofd afdeling jeugd van de forensische polikliniek De Waag in Den Haag.

Tien procent recidiveert naar zeden, vijftig procent naar een ander soort delict. Het risico op recidive blijkt het grootst (38 procent) bij jeugdige zedendelinquenten die een (zeer) jong meisje misbruikten buiten hun eigen familie.

De onderzoekers onderzochten de recidive van 114 jongens die tussen 1988 en 2001 na behandeling de jeugdinrichting Harreveld verlieten. Zij waren op het moment dat ze het zedendelict pleegden, tussen de zeven en negentien jaar oud.

In Harreveld worden sinds drie jaar twee groepen jeugdige zedendelinquenten onderscheiden en apart behandeld: de `obsessieven' en de `opportunisten'. De obsessieven zijn meestal sociaal geïsoleerde en onzekere pubers, ze hebben geen vrienden van hun eigen leeftijd en vaak worden ze gepest. Ze hebben ernstige problemen in sociaal en emotioneel opzicht. ,,Obsessieven zijn geobsedeerd door seks'', zegt behandelaar Henny van Kempen. ,,Het beheerst hun wereld.'' Hun slachtoffers zijn vaak van (zeer) jonge leeftijd.

Jacob (18) is een obsessief. Hij is veroordeeld voor tientallen aanrandingen in de tram. In zijn hoofd is hij voortdurend bezig met het betasten van de borsten en billen van jonge vrouwen. Hij fantaseert daar van te voren uitgebreid over en bedenkt precies hoe hij het gaat aanpakken.

De opportunisten zijn machotypes met antisociale trekken. Ze zijn vaak verwaarloosd. ,,Het recht van de sterkste geldt'', zegt Henny van Kempen. ,,Als het slachtoffer zich niet kan verdedigen, vinden ze dat `pech gehad'.'' Het zedendelict pleegden ze meestal tamelijk impulsief. Hun slachtoffers zijn meestal van hun eigen leeftijd. Van de opportunisten is een aanzienlijk deel allochtoon.

Zoals Mohammed (17). Mohammed groeide op in een gezin met weinig regels. Hij hing meestal op straat met vrienden. Voordat hij naar Harreveld werd gestuurd, was hij al regelmatig in contact geweest met politie voor winkeldiefstallen en geweldpleging. Hij is veroordeeld voor een groepsverkrachting van een leeftijdgenote in het huis van een vriend.

De jongens van Meander 1 zijn opportunisten. Ze doen stoer maar zijn aanspreekbaar. Ze willen over van alles praten – ,,Wat schuift dat?'' – alleen niet over hun delict. Op de binnenplaats zwijgt een jongen als hem gevraagd wordt waarom hij in Harreveld zit. Een andere jongen zegt snel: ,,Hij zit hier vanwege zijn zweetvoeten.'' Weer een ander: ,,Ik heb een gewapende overval gepleegd. Er viel een zwaargewonde bij.'' Hij heeft een invalide vrouw verkracht.

Vroeger zaten de opportunisten en de obsessieven door elkaar. ,,Die groepen bijten elkaar'', zegt Ali Topaloglu, afdelingshoofd van Meander 1 en 2. ,,De obsessieven moeten ruimte hebben, die moeten zich leren ontwikkelen. De opportunisten pakken die ruimte meteen in. Die moet je afremmen en begrenzen.''

De jongens krijgen groepstherapie aangevuld met individuele gesprekstherapie. De therapie is gericht op het delict en hoe dat in de toekomst voorkomen kan worden én op persoonlijkheidsstoornissen van de jongeren. ,,We proberen ze alternatief gedrag aan te leren'', zegt Henny van Kempen. ,,Dat kost heel veel tijd. Het moet als het ware inslijten.''

Jacob heeft een contactstoornis. Daardoor kan hij zich niets voorstellen bij de impact die zijn aanrandingen hebben op zijn slachtoffers. In de therapie wordt geprobeerd zijn inlevingsvermogen te verbeteren. Ook moet hij leren om zijn seksuele fantasieën onder controle te houden. Henny van Kempen: ,,Hij moet leren waar zijn risicomomenten liggen.'' Jacob krijgt ook les in sociale vaardigheden, zodat hij leert om contact te maken met leeftijdgenoten.

Mohammed moet in de therapie leren zijn behoeftebevrediging uit te stellen. ,,Opportunisten zijn gewend voor zichzelf op te komen, ze pakken wat ze willen hebben'', zegt Henny van Kempen. Daarnaast moet hij leren dat hij verantwoordelijk is voor zijn eigen gedrag. ,,Opportunisten hebben de neiging ánderen de schuld te geven van hun gedrag'', zeggen de behandelaars. ,,Ze moeten leren dat redeneringen als `wat wil je als je in zo'n kort rokje loopt' nergens op slaan.''

,,Het is verrot hier'', zegt een kleine Marokkaanse jongen die in groepsverband meerdere keren een zwakbegaafd meisje verkrachtte. ,,Je zit vast, dat is echt klote.'' De opportunisten lijken makkelijker te behandelen, zegt psycholoog en behandelaar Kees Zwijnenburg. Uit het gisteren verschenen onderzoek blijkt dat de zedenrecidivisten altijd obsessieven zijn. ,,Opportunisten denken: `Ik krijg er te veel gezeik mee'. Misschien ook dat ze op legale manieren hun behoeften bevredigen, met betaalde seks of een pornofilm. Dat weten we niet.'' Opportunisten plegen wel vaak weer andere delicten.

Vaak zijn de jongeren die we hier hebben, zelf misbruikt, zegt Henny van Kempen. ,,Je ziet soms frappante overeenkomsten tussen de delicten die ze plegen en hetgeen henzelf is overkomen. Voor behandelaars is het goed daar rekening mee te houden, maar het is nooit een excuus. Vanaf dag één dat ze hier zijn, houden we hen voor: `Je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen daden'.''

Jacob en Mohammed zijn gefingeerde namen.