Roer gaat om met nieuwe Spaanse regering

Zowel het binnenland-, als het buitenlandbeleid van Spanje verandert radicaal met de nieuwe socialistische regering.

Er wordt weer gelachen in de Cortes. De vergaderzaal van het Spaanse parlement was de afgelopen twee dagen het toneel van de installatiedebatten rond de nieuwe regering. De nieuwe premier, José Luis Rodríguez Zapatero, wist gisteren ter afsluiting een ruime steun te krijgen voor zijn socialistische minderheidsregering.

Maar wat nog het meeste opviel was de toon van het debat. Hoffelijk, inhoudelijk en niet gespeend van ironie kruisten zowel de premier als de nieuwe conservatieve oppositieleider Mariano Rajoy de degens in wat reeds is uitgeroepen tot het beste installatiedebat van de jonge Spaanse democratie.

Zapatero benoemde de strijd tegen het terrorisme tot een van de kernpunten van zijn toekomstige beleid. Maar anders dan de vertrekkende premier José María Aznar, die zichzelf had uitgeroepen tot Spanje's enige geloofwaardige terreurbestrijder, drong de premier aan op een breed pact tegen de terreur, om het beleid zoveel mogelijk een zaak te maken van alle democratische partijen.

Er waait duidelijk een nieuwe wind nadat het parlement de afgelopen jaren steeds meer het toneel was geworden van verbeten woordenwisselingen. De vertrekkende regering liet zich met zijn absolute meerderheid weinig gelegen aan wat de volksvertegenwoordiging te vertellen had. Zapatero (43 jaar) werd niet moe om keer op keer ,,consensus en dialoog'' te beloven, alsmede respect, tolerantie en helderheid. Dat lijkt niet alleen uit noodzaak geboren om de nieuwe minderheidsregering van voldoende steun te voorzien: Zapatero bewees reeds als partijleider dat hij niet op confrontaties aanstuurt, hetgeen hem bij zijn tegenstanders reeds de spotnaam `Bambi' heeft bezorgd.

Dat neemt niet weg dat de premier, die vandaag officieel wordt beëdigd door koning Juan Carlos, een aantal verkiezingsbeloftes waarmaakt die radicaal breken met het beleid van zijn voorganger. De Spaanse troepen vertrekken uit Irak als de Verenigde Naties (of de NAVO) niet voor 30 juni het roer overneemt van de Amerikanen. Het is gedaan met de Spaanse steun aan deze oorlog, die reeds vanaf het begin op een breed verzet onder de bevolking kon rekenen.

Gedaan is het ook met het Spaanse verzet tegen de Europese grondwet. Zapatero maakte duidelijk dat hij in Europa terugkeert aan de zijde van Frankrijk en Duitsland.

Binnenlands gaat het roer niet minder om. Er komt een beperkte herziening van de grondwet en ook de statuten worden herzien om Spanje's regio's verdere bestuurlijke autonomie te geven. Zaken die onder de vorige regering gelijk werden gesteld met de algehele desintegratie van de Spaanse staat. Het Nationale Hydrologische Plan wordt voor een belangrijk deel afgelast. Zo verdwijnt de zeer omstreden water-aftap van de rivier de Ebro, een project dat reeds eerder op bezwaren stuitte van de Europese Unie.

Weinig opwekkend nieuws ook voor Spanje's conservatieve bisschoppencollege, dat zich de afgelopen jaren in toenemende mate mocht verheugen in het willig oor bij de regering. Het voornemen om katholiek geloof weer een centrale plaats toe te kennen als examenvak verdwijnt van tafel en maakt plaats van een uitgebreid investeringsplan om de kwaliteit van het Spaanse onderwijs drastisch te verbeteren. Het homohuwelijk, bisschoppelijk anathema bij uitstek, zal worden ingevoerd.

Het vuurwerk aan goede voornemens nam evenwel niet weg dat de nieuwe premier er zich voor hoedde om al te veel op de details van zijn beleid in te gaan. De nieuwe oppositieleider Mariano Rajoy toonde nauwgezet aan dat er het nodige in het vage bleef. ,,U geeft ons een zwakke en instabiele regering. U zegt dat u de dialoog de kracht achter uw project is. Dat klopt, omdat u niet over een alternatief beschikt.'' Dialoog, niet als deugd, maar als bittere noodzaak om een parlementaire meerderheid te krijgen.

Een levendig debat lijkt hoe dan ook verzekerd nu de minderheidsregering in belangrijke mate afhankelijk is van de communistische federatie Izquierda Unida en de radicaal republikeinsnationalistische ERC uit Catalonië. Vooral de ERC zit in de lift als lokale partij. De groep kwam eerder in opspraak doordat een van hun leiders in het geheim met de Baskische terreurbeweging ETA had gepraat, geen optreden dat de reputatie van betrouwbaarheid ten goed kwam. Traditionele steunverleners aan de socialisten lijken weggevallen: de Catalaans-nationalistische partij CiU zit niet meer in het zadel in Catalonië en heeft dus weinig te onderhandelen. En de Baskische nationalistische partij PNV valt ook af. Het plan van deze partij om Baskenland tot afzonderlijke natie uit te roepen werd door Zapatero zonder al te veel woorden naar de prullenbak verwezen.

Instabiel of niet, de sfeer in de parlementsbanken is aanzienlijk verbeterd. Aldus nam Spanje afscheid van José María Aznar die de afgelopen acht jaar premier was geweest. De scheidende minister- president zat met een ongenaakbaar gezicht zijn demissionaire verplichting uit in de parlementsbanken, waarin hij niet meer terugkeert.