Overtuigingskracht van Otten is even zwak als de paus

Het is aandoenlijk te lezen hoezeer Willem Jan Otten zijn best doet zijn intrede in de katholieke kerk, enkele jaren geleden, invoelbaar te maken (Opinie & Debat, 10 april). Maar voor wie eigenlijk? De ervaring zal hem toch geleerd hebben dat hij bij degenen die van deze persoonlijke belijdenis met opgetrokken wenkbrauwen, zo niet met gekrulde tenen, kennisnemen, hooguit op respect (een uiting vaak van onverschilligheid of van hooghartigheid) maar zelden op begrip hoeft te rekenen. Ik vermoed dan ook dat hij de geloofwaardigheid van zijn betoog vindt in zijn ongeloofwaardigheid, in ,,de macht van de zwakte''. `De Grijsaard met de Scheve Mijter' is dan letterlijk de belichaming van die `Machtige Zwakte'. Anders gezegd: Otten gebruikt het meelijwekkende beeld van de huidige paus als illustratie bij het eeuwenoude credo quia absurdum. Ottens overtuigingskracht is even zwak als die van deze paus. Dit te beseffen vervult hem met een inversie van christelijke nederigheid: een bijna neurotische trots!

Ik, die een oude man ben geworden, legde het omgekeerde traject af als Otten. Opgegroeid in de triomfantelijke sferen van het rijke roomse leven, heb ik mij niet zonder moeite (want een jeugdconditionering raak je niet zomaar kwijt) maar uiteindelijk met opluchting van deze antieke hocus-pocus kunnen losmaken. En Ottens betoog lezend, denk ik aan een andere, beknoptere tekst, deze van Paul Valéry: ,,Le jugement d'un croyant sur la pensée d'un incroyant et le jugement réciproque ne comptent pas. Un homme qui sent fortement la musique, et un homme qui n'en perçoit que du bruit peuvent parler jusqu'à demain.''