Op de vlucht voor de hooggehakte agente

Verrukkelijke vrouwen. Als je even niet oplet, sturen ze oogverblindende meiden op je af om je genadeloos uit te horen. Onweerstaanbaar zijn de dames die de Cubaanse geheime dienst inzet om buitenlandse journalisten te controleren. De Loreleien spreken je aan op recepties of culturele avonden. En daarna nodigen ze de journalist uit om thuis op de bank nog even helemaal door te nemen wat de buitenlandse verslaggever nu precies van plan is te doen in de communistische heilstaat.

Het is een van de bevindingen uit een vorig jaar gepubliceerd onderzoek van de organisatie Reporters Sans Frontières (RSF). Deze belangenorganisatie voor journalisten ondervroeg een twaalftal Engelse, Spaanse en Franse correspondenten over hun langjarige ervaringen betreffende nieuwsgaring op Cuba. Hun verhaal is redelijk eensluidend: de buitenlandse journalist wordt op het grootste Caraïbische eiland zeer strikt in de gaten gehouden. Sommige ondervraagden reppen zelfs over speciale eenheden van een dertigtal personen die permanent bezig zijn al je bewegingen vast te leggen. De controle is zo strikt, aldus het RSF-onderzoek, dat zelfs de meest stoere verslaggever onherroepelijk schizofreen of paranoia wordt.

Met die kennis in je achterhoofd is het onvermijdelijk dat je stijfscherp aan je werk in Havana begint. Eenmaal ter plaatse word je achterdocht verder gevoed door de diplomaten die je voor van alles en nog wat waarschuwen. De Amerikaanse diplomate fluistert dat vertegenwoordigers van de Verenigde Staten in Havana permanent gevolgd en afgeluisterd worden. Het maakt het leven zo zwaar dat geen functionaris langer dan twee jaar hoeft te blijven. De diplomate zegt zelfs geen ruzie te durven maken met haar man omdat ,,alles tegen je kan worden gebruikt''.

Ze vertelt thuis bijvoorbeeld geeneens dat ze eigenlijk een hekel heeft aan kikkers ,,want ze zijn in staat om de volgende dag een lading kikkers in je tuin los te laten''. Net zoals de Cubaanse geheime dienst volgens de Amerikanen om te pesten een tijd lang poep op alle Amerikaanse diplomatieke auto's heeft gelegd.

Als zelfs een door mariniers bewaakte ambassade niet veilig is, hoe gevaarlijk is mijn hotel dan wel niet? De vragen stapelen zich snel op. Waarom staat er steeds een man met een oordopje voor de ruimte waar je kunt internetten? ,,Ik waak over de veiligheid van alle hotelgasten'', zegt hij desgevraagd. En wat betekent toch in vredesnaam het opschrift Local Técnico in die ruimte op de tweede verdieping tegenover mijn kamer? De deur zit verdomme op slot. Is dit de plek waar de vrouwelijke spionnen hun lippen stiften of staat daar de printer die stiekem een afschriftje maakt van al mijn emailverkeer dat via de Cubaanse server loopt? En wie hebben er eigenlijk allemaal een sleutel van dat hotelkamerkluisje in mijn klerenkast waar ik mijn aantekeningen bewaar?

Maar het meeste indruk maakt het inderdaad formidabele leger van vrouwelijke geheime agenten. Ze wachten geeneens op een receptie om je aan te spreken. Geen land ter wereld waar zoveel ongekend knappe, hartstochtelijke en toegewijde vrouwen wonen als in Cuba. En het valt voor de drommel niet mee om het kaf van het koren te scheiden. Wat dat betreft is Cuba levensgevaarlijk leuk.

Na een tijdje heb je door dat het verreweg het veiligste is om het steeds op een lopen te zetten als er weer zo'n hooggehakte agente je weg dreigt te versperren. En eenmaal van het eiland laat je de verdediging natuurlijk niet gelijk zakken want het gevaar kan in sommige gevallen lang aanhouden. Ik was nog geen twee dagen thuis in Buenos Aires toen ik in Gran Bar Danzon wel heel doorzichtig opdringerig werd belaagd door een wulpse krullenbol. Of ik een vuurtje had? Alsof ik daar nog intrap.