Met meneer Pon door Cambodja's recente verleden

De grenzen van Cambodja zijn pas een paar jaar open, maar de toeristen stromen al toe. Rob van den Berg maakte een rondje via Thailand, langs Cambodja's wonderen en gruwelen.

Poipet is een van de weinige grensplaatsen die vanuit Thailand toegang tot Cambodja geven. `Welkom in het koninkrijk Cambodja' staat met grote letters op de ereboog geschreven. In de drukte vraagt een politieagent naar mijn paspoort. ,,600 bath'', zegt hij – Thais geld, ongeveer 13 euro. ,,Waarom?'', vraag ik de gids. ,,Dit is Cambodja!'', is zijn uitleg.

Cambodja heeft pas in 1998 de grenzen voor buitenlanders geopend en nu wil het, net als buurlanden Vietnam en Thailand, een graantje van het toerisme meepikken. Dat lukt. Het merendeel van de toeristen komt al niet meer met de rugzak op over de grens. Siem Raep heeft een vliegveld en er zijn rechtstreekse vluchten vanuit Bangkok, Tokyo, Singapore, Vientiane en Hoi Chi Minh City (Saigon).

Wie toch via Thailand komt, ziet vrijwel meteen een casino. En even verder een levensgroot billboard met daarop de 82-jarige koning Norrodom Sihanouk met zijn 68-jarige vrouw, een look-a-like van Elizabeth van Engeland. De Highway nummer zes naar Siem Reap is een stoffige zandweg, waar de chauffeur met tien kilometer per uur over slalomt, om kuilen en scheuren te ontwijken. Door het regenseizoen, van juli tot oktober, en door het vrachtverkeer, zijn soms hele stukken weg verdwenen. Niemand die er iets aan doet. Behalve dan de boeren op de naastgelegen rijstveldjes. Zij wijzen je voor een aantal riel (de Cambodjaanse munteenheid, 4.000 riel is ongeveer een dollar) op gaten in de weg of slepen je met hun tractor uit de modder.

NEP-LONELY PLANET

Dan duikt Siem Reap op, uit het niets, als een fata morgana. Ineens gaat de Highway over in een geasfalteerde vierbaansweg waar aan beide zijden het een na het andere hotel verrijst. Vol toeristen, die ook weer vrijwel allemaal een airco-bus, taxi, of tuk tuk nemen naar dé toeristische trekker van Cambodja, even buiten Siem Reap: de tempels van Angkor Wat, de voormalige hoofdstad van het Khmer-rijk.

Bij het tempelcomplex staan jongens voor drie dollar een kopie van de toeristenbijbel Lonely Planet te verkopen, waarin alles over het complex staat beschreven. De tempels, bijna honderd gebouwen, zijn tussen de negende en veertiende eeuw gebouwd uit vulkaan- en zandsteen die van 50 kilometer verderop kwamen. Ze worden gezien als een van de wereldwonderen en hebben decor gestaan voor de film Tomb Raider. Ze leveren navenant veel geld op: een dagentree kost 20 dollar, drie dagen 40 dollar, een passe-partout voor een week 100 dollar. De wegen rondom en naar het complex zijn dan ook opvallend goed.

De ingang van tempel Angkor Thom wordt opgeluisterd door 54 gigantische goden links en 54 demonen rechts van de weg; voorstellingen van krijgers op olifanten, danseressen, paarden, slangen, garuda's sieren de tempels. Tegen zonsondergang beklimmen duizenden een heuvel, te voet of op de rug van een olifant, om de Angkor Wat in vlammend rood/oranje te zien. Het kan overigens ook per ballon, dat kost elf dollar.

Van Siem Reap per boot (met Karaoke-show) naar de hoofdstad Phnom Penh. Duur: vijf uur.

STOKBROOD MET KAAS

De straatnamen van Phnom Penh zeggen veel over het verleden: ze dragen namen als Charles de Gaulle, Mao Tse Toung, de la Russie, Sihanouk en de Kampuchea Krom Boulevard. De hoofdstad mist de Franse invloed (voormalig Indochina) van steden als Hanoi en Vientiane, maar er is wel alom stokbrood en Franse kaas aanwezig – bijzonder in dit deel van Zuidoost-Azië. Stokbroden liggen op rekken in de zon te drogen om de nodige knapperigheid te garanderen.

De taxichauffeur die mij naar het koninklijk paleis rijdt, spreekt opvallend goed Engels. Meneer Pon blijkt dan ook overdag leraar Engels te zijn op een middelbare school. Mij wil hij wel onderwijzen over de jonge geschiedenis van zijn land. De volgende dag brengt hij me naar het genocidemuseum Tuol Sleng, een voormalige high school die tijdens het Pol Pot regime werd omgebouwd tot gevangenis, beter bekend als S-21. Het complex is bewaard ter nagedachtenis van de twee miljoen mensen die werden uitgemoord door het Khmer Rouge regime. Tussen 1977 en 1978 zaten er altijd 1.500 gevangenen tegelijk, maar die bleven maar kort. Hele gezinnen werden gemarteld en gedood. In de cellen, niet groter dan twee bij één meter, zaten de gevangenen vast aan een ketting. Zij sliepen, zonder dekens, op de grond. In totaal zijn er tijdens het regime meer dan 10.000 Cambodjanen en buitenlanders omgekomen. Slechts vier mensen overleefden de gruweldaden. Een ervan heeft het `leven' in de gevangenis, na zijn bevrijding geschilderd. Zijn schilderijen, evenals de foto's van de gevangenen, zijn in het oude schoolgebouw tentoongesteld.

Een paar kilometer buiten de stad is nog een stukje verleden terug te vinden. The Killing Fields is de plaats waar gevangenen met tientallen tegelijk werden gedood en in kuilen werden gesmeten. Er zijn speciale palmbomen geplant, met de zaagtandige bladeren die werden gebruikt om kelen door te snijden. Tussen de kuilen zijn paadjes waar nog resten botten uitsteken. Toeristen trekken ze uit de grond en leggen ze netjes op een hoop.

Tien miljoen mijnen liet Pol Pot achter, waarvan de gevolgen nog in het straatleven te zien zijn. Een gedenkteken bij The Killing Fields, gevuld met honderden schedels, doet huiveringwekkend aan. Hier, op een bankje, vertelt Pon over de huidige omstandigheden in zijn land. ,,De meeste Cambodjanen verdienen minder dan een dollar per dag'', zegt Pon. Zijn eigen maandinkomen als leraar is 20 dollar – hij moet in zijn vrije tijd bijverdienen.

Er is een rijke bovenlaag en een arme onderlaag, vertelt Pon; de middenlaag bestaat niet in het koninkrijk. ,,De rijke Khmers werken bij de ministeries en de overheid. Door vriendjes en familie krijgen en houden zij hun baantjes. De arme mensen daarentegen wonen op het platteland en zijn voor het merendeel analfabeet. Sinds 1993 heeft Cambodja een liberale democratie. Maar na de laatste verkiezingen zitten dezelfde mensen nog op dezelfde plaatsen en gebeurt er niets.''

HOMOHUWELIJK

Pon legt uit hoe dat werkt. Het overgrote deel van de bevolking, 85 procent, woont op het platteland. Tijdens verkiezingscampagnes trekken de lijsttrekkers van de grote partijen het land in om bewoners gouden bergen te beloven. Na de verkiezingen is het weer stil op het platteland. ,,Tijdens het Pol Pot regime, aten mensen er, omdat er geen geld was, apen, kikkers en slangen. Vandaag de dag is aan die situatie niets veranderd. De rijken in de grote steden laten muren om hun huizen bouwen. Zij zijn bang bestolen te worden. Kinderen gaan onder bewaking naar speciale scholen of naar het buitenland. En de nieuwe hotels worden gebouwd met geld uit Japan, Maleisië, Singapore, Korea. Die landen ontvangen ook de inkomsten.''

Het koninklijk paleis in Phnom Penh is ook een toonbeeld van de tweedeling in het land. Er vlakbij zijn de straten aangeveegd, elders stapelt het vuil zich op. Het paleis wordt bewoond door de koning en koningin, een gedeelte is voor bezoekers geopend. Hoveniers zijn bezig de blaadjes van het gazon te vegen en boompjes in vorm te snoeien. Koning Norrodom, die tijdens de Khmer-Rougeperiode naar China gevlucht was, was onlangs nog in het wereldnieuws: nadat hij homobruidsparen in San Francisco op tv gezien had, zei de koning dat hij ook voorstander is van een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

De terugtocht naar Thailand gaat per boot, vanuit de badplaats Sihanoukville, waar mensen gekleed pootjebaden en hun junkfood betrekken bij Khmer Fried Chicken. Vier uur duurt de vaart naar Krong Koh Kong, een lelijk grensdorp dat plotseling overgaat in een vierbaansweg met bomen verlicht door duizenden lampjes. Aan het eind van de straat, helverlicht, staat even voor de grens weer een casino.