Mama geeft het goede voorbeeld

Gealarmeerd door de groeiende animositeit jegens migranten vroegen de Europese regeringsleiders vorig jaar om een Handboek voor Integratie. Welke tips komen daar in?

Toen Maritza Wernet merkte dat in Amsterdam Zuid-Oost veel Antilliaanse vrouwen in een sociaal isolement weggleden, besloot ze Mama op te richten. De stichting helpt Antilliaanse vrouwen met integratie. De vrouwen kwamen begin jaren negentig in groten getale naar Nederland op zoek naar een beter leven, maar ze liepen tegen allerlei problemen op: brieven schrijven, werk zoeken, spijbelende kinderen, verwarring, drugsgebruik.

Wernet stuurde er verschillende `bezoekvrouwen' op uit die bij de Antilliaanse vrouwen thuiskwamen om opvoedkundig advies te geven en eenvoudig uit te leggen wat de mores zijn in Nederland. Mama – Muhena (vrouwen) Antilliano Muhena Arubano – wil de Antillianen vooral bewust maken van hun positie in Nederland.

Ruim twaalf jaar later maakt Maritza Wernet grote kans met Mama te worden opgenomen in het Handboek voor Integratie van migranten in de Europese Unie. Als voorbeeld hoe burgers nieuwkomers kunnen helpen.

,,Mama slaagt erin om minderheden vooral met praktische hulp wegwijs te maken'', zegt Angelika Münz, vertegenwoordigster van de Europese Vrijwilligersorganisatie. Münz is een van de sprekers op de Europese conferentie over `Burgerparticipatie van immigranten', vorige week in Lissabon.

De bijeenkomst is de tweede in een reeks van drie, waar bouwstenen worden aandragen voor het Europese Handboek voor Integratie. Het wordt komende herfst, tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU, worden gepresenteerd. Hoe moeten landen omgaan met inburgering? Moeten ze investeren in opleidingen voor imams? Moeten economische sancties worden opgelegd als iemand niet slaagt voor een taalcursus? Welke politieke rechten moeten nieuwkomers krijgen? Welke plichten hebben ze?

En over wie gaat het eigenlijk? Nederland en Denemarken spreken van migranten, maar in Groot-Brittannië is dat taboe. Etnische minderheden, heten er allochtonen. En in Zuid-Europa hebben veel buitenlanders geen juridische status, terwijl in Finland een nieuwkomer meteen een verblijfsvergunning voor drie jaar krijgt. Daarover braken de bijna honderd conferentiegangers in Lissabon zich het hoofd. Wetenschappers, migratiedeskundigen, ambtenaren en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.

Het handboek is een initiatief van de Europese regeringsleiders. De migratiekwestie verdient prioriteit, stelden zij vorige zomer vast. Ze waren nerveus geworden over de groeiende scepsis over de uitbreiding van de Europese Unie en de toenemende onvrede over de toestroom van migranten.

Inmiddels zijn verschillende landen hogere eisen aan nieuwkomers gaan stellen, soms met verplichte taal- en inburgeringscursussen. In Groot-Brittannië moeten ze niet alleen Engels kunnen spreken, maar ook een Britishness-test afleggen. De zes vrouwen van Henry VIII hoeven ze niet te kennen. Maar een `goede burger' hoort wel te weten wanneer Groot-Brittannië voor het laatst werd binnengevallen, hoe je je telefoonrekening moet betalen en hoeveel het minimumloon bedraagt.

Denemarken willen alleen nog bijstand verstrekken als moslimfamilies bereid zijn hun kinderen naar Deense crèches te sturen, zodat ze al vroeg vertrouwd raken met Deense normen en waarden. De Nederlandse inburgeringscursus wil weten hoeveel ministers het kabinet telt, en of de PvdA links of rechts is. De vragen bleken voor Friese mbo-leerlingen zo lastig, dat ze zware onvoldoendes haalden. Misschien moet de cursus verplicht worden voor iedereen, suggereerde een projectleider.

,,Integratie is het recht verschillend te mogen zijn'', zegt de Portugees Roberto Carneiro, directeur van een onderzoeksbureau voor immigratie op de conferentie in Lissabon. Maar wat moet er dan in een handboek staan, vraagt de Finse Jaana Kosonen zich af. Zij werkt op het gemeentehuis van de stad Kotka. Daar heeft ze eerder met Russische dan met Marokkaanse migranten te maken. ,,De situatie is plaatselijk zo verschillend'', valt Jens Frederiksen van de Deense Vluchtelingenraad haar bij. ,,Brussel moet zich niet teveel met de nationale integratiepolitiek te bemoeien.'' Hoofddoekjes of religieuze symbolen zullen het handboek niet halen. ,,Politiek veel te explosief'', is hem gebleken.

Europeanen op lokaal niveau kunnen wel van elkaar leren, zegt Chris Veldhuysen, programmaleider sociale cohesie bij Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling in Utrecht. ,,Het handboek kan nuttige aanbevelingen doen aan lokale politici.''

Zijn er goede ervaringen met imamopleidingen, hoe organiseren steden de dialoog tussen verschillende religieuze organisaties. ,,Het handboek kan ook een inventarisatie maken van geslaagde integratieprojecten en van mislukkingen'', zegt Veldhuysen. ,,Het is zeker zo leerzaam te weten hoe inburgering níet moet worden aangepakt.''