`Ik wil ook uit het raampje kijken'

André Kuipers zal zich met met plezier onderwerpen aan Russische rituelen die geluk af moeten dwingen voor zijn vlucht van maandag.

André Kuipers (46) verheugde zich op zijn vlucht. We nipten aan de eettafel van de tweede man van de Nederlandse ambassade in Moskou een viertal Grand Marniers weg. ``Ik ben een zoetekauw'', zei Kuipers. ``En geheelonthouders sterven jonger dan matige drinkers. De Russen hebben gelukkig niet de neiging hun kosmonauten droog te leggen.''

Kuipers was goedgemutst en enthousiast als altijd: een grote jongen. Hij praatte over Zwarte Riek die in zijn portiek in de Jordaan woonde, we zongen haar schlager `Amsterdam huilt' tot we bedachten dat zoiets ongeluk kon brengen. Kuipers overwoog zijn kilometervergoeding eens aan te snijden bij het ESA, het Europese ruimtevaartagentschap. ``Dat tikt aardig aan, 28.000 kilometer per uur.'' Hij was van plan `One Moment in Time' van Whitney Houston op zijn discman mee te nemen. Niet omdat het zo'n mooi nummer was, maar om de tekst: atleten die zich jarenlang in eenzaamheid suf trainen voor dat ene moment op het Olympische podium. ``Je moet een beetje gek zijn om ruimtevaarder te worden. Natuurlijk moet je breed geïnteresseerd, leergierig, sociaal vaardig en stressbestendig zijn, maar het voornaamste is motivatie en eindeloos geduld. Ik ben hier al sinds 1985 mee bezig, deze vlucht is de bekroning van bijna twintig jaar werk. De kans op Olympisch goud is veel groter dan deelname aan een ruimtemissie.''

Eind maart. Het aftellen was begonnen. André Kuipers, de tweede Nederlander in de ruimte, moest komende week zijn laatste grote examen als boordwerktuigkundige van de Soyuz en het ISS afleggen, een formaliteit ``als ik geen hele rare dingen doe en verkeerde knoppen indruk''. Hij slaagde met een `uitmuntend'. En dan de medische tests: een aanhoudende bron van onzekerheid. In december moest Kuipers nog zes vullingen vervangen door kronen, collega Bill McArthur, waarmee hij maanden had getraind, verdween in januari plots wegens een gezondheidsprobleem. ``Dat is natuurlijk je ergste nachtmerrie.''

Kuipers geniet van alle aandacht. Toen we hem begin dit jaar troffen op de ambassade was hij een beetje gebelgd: hij trainde al anderhalf jaar in `Sterrenstadje' bij Moskou, en pas nu merkten wij hem op. Als wij hem daar later opzoeken, rijdt hij meerdere rondjes op zijn gele mountainbike om de cameraploegen te plezieren. In de oefenmodule van het leefkwartier `Zvezda' (Ster) van het ISS toont hij keer op keer hoe een kosmonaut wast en plast (natte doekjes, een soort plastic afzuigzakjes). Wordt hij daar niet moe van? ``Welnee, ik vind het prachtig'', glundert Kuipers.

natuurtalent

De functionarissen van de ESA kijken tevreden toe. ``Qua presentatie een natuurtalent'', oordeelt een woordvoerder. Want richting Nederland is Kuipers in eerste plaats een ruimte-ambassadeur voor de harde wetenschap. Het ministerie van OC&W nam een groot deel van de 12,5 miljoen euro voor haar rekening die een stoel in de Russische Soyuz-taxi naar het internationale ruimtestation kost. Kuipers moet de schooljeugd stimuleren om een bèta-studie te kiezen. Vandaar de chatsessies op internet en de experimenten waarvan de uitslag allang staat: of raketsla richting licht of zwaartekracht groeit. Kuipers: ``De instroom bij bèta-studies aan de universiteiten is bedroevend laag. Kinderen vinden het moeilijk en saai, bèta's zijn nerds met brillen en verkeerde overhemden. Maar sommige avonturen zijn niet voor alfa's weggelegd.''

Wat André Kuipers niet tot een veredelde ruimtetoerist maakt: hij is grondig getraind als boordwerktuigkundige. Wanneer de automatische koppeling problemen oplevert, moet hij naar het leefgedeelte zweven om met een laser de afstand tot het ruimtestation te peilen. Eenmaal aan boord, gaat tachtig procent van zijn tijd op aan experimenten. Kuipers test onder meer een flikkerende plasmalamp van Philips, onderzoekt kweekjes met planten, zoogdiercellen, witte bloedlichaampjes, botvormende cellen en veranderingen in de spierstructuur en het genoom van wormen onder invloed van gewichtloosheid en ruimtestraling.

Bovenal is hij zijn eigen proefkonijn. De bacteriën op zijn huid en neus worden onderzocht voor, tijdens en na zijn vlucht, hij moet observaties doen over zijn oogbewegingen, zijn vatbaarheid voor ruimteziekte, de lage rugpijn waaraan veel ruimtevaarders lijden. Vlak na de landing moet hij tien minuten stokstijf rechtop staan, in de regel een onmogelijke opgave. Ook moet hij zich in het SUIT-harnas hijsen, een pak van TNO dat een kosmonaut door trillingen een beter gevoel van oriëntatie moet geven. Kuipers: ``Met zo'n vol programma loop je wel het risico dat je vergeet dat je in de ruimte ben. Ik moet ook de tijd nemen om gewoon uit het raampje te kijken.''

Kuipers groeide op met de Amerikaanse Apollovluchten op de maan, maar zijn ruimtevlucht wordt een Russisch avontuur. Sinds 2002 traint hij met tussenpozen in `Sterrenstadje', het kosmonautencentrum in de berkenbossen boven Moskou. Vergane glorie, zo is de eerste indruk. De vale flatjes, het hobbelige asfalt, de optimistische beeldhouwwerken: futurisme van toen. En toegegeven, het `Joeri Gagarin Kosmonauten Trainingscentrum' is erg sleets. In de hangar waar Kuipers in zijn `Zvezda'-module traint, staat ook een model van ruimtestation Mir, in maart 2001 in zee gedumpt, en de Boeran, het Russische ruimteveer dat na één onbemande vlucht in 1988 wegens gebrek aan fondsen aan de grond bleef. Museumstukken. Zijn oefenmodule van de Soyuz staat in een hal die sporen van achterstallig onderhoud vertoont. Aan de muren grauwe foto's van vroegere bemanningen, in de linoleumvloer gaapt hier en daar een gat met een plank erover heen, voor de ramen hangen vaalgroene gordijnen met vochtvlekken.

Kuipers: ``De Russen geven niet om uiterlijkheden. Wat moet werken, dat werkt ook.'' Hij ligt op zijn rug, de kniëen geknikt: de houding waarop het lichaam de G-krachten bij start en landing het best weerstaat. ``Deze Soyuz, de TMA-1, biedt meer ruimte dan oudere modellen. Vroeger selecteerden de Russen op kleine, lichte mannen, nu hebben ze de Soyuz ruimer gemaakt voor grote westerse ruimtevaarders en toeristen.'' We glipten stiekem de kleedruimte binnen, waar een achttal ruimtepakken in alkoven en op een tafel klaarliggen, op een of andere manier een luguber gezicht. Iemand heeft een Amerikaanse poster opgehangen. `Space Shuttle: enhancing safety and mission success'.

Ironie? De rivaliteit die tot het eind van de Koude Oorlog de ruimterace dreef, heeft plaatsgemaakt voor Amerikaans-Russische samenwerking, met het 100 miljard dollar kostende ruimtestation ISS als pièce de resistance. Maar dat sluit stiekem leedvermaak over andermans falen niet uit. Toen het Russische ruimtestation Mir in 1997 in problemen raakte, was een besmuikte toon over de Russen die hun zieltogende ruimtestation met kauwgum en paperclips in de lucht hielden, niet van de lucht. Rusland raakte in een collectieve depressie toen de Mir onder Amerikaanse druk in maart 2001 werd gedumpt.

De Nasa dreigde Rusland te degraderen van partner tot onderaannemer in het ISS. Maar anno 2004 bevindt de Nasa zich in een fase van twijfel en zelfonderzoek. De ramp met ruimteveer Colombia in februari 2003 was het gevolg van stelselmatig bagatelliseren en negeren van overbekende problemen. Sindsdien staan de drie resterende ruimteveren in de garage: pas in de herfst wordt weer een eerste oefenvlucht verwacht.

Zonder space shuttles, die 25 ton last aankunnen, is de uitbouw van het ISS voorlopig van de baan. Alleen de Russen kunnen het station nog van een minimale bemanning en onderhoud voorzien.

Terwijl de space shuttle na 2010 waarschijnlijk in de mottenballen gaat, kan de primitieve Soyuz nog eindeloos mee. Begin dit jaar presenteerde maker Energija een recyclebare versie, de Kliper. Hoewel de Soyuz in 1967 een rampzalig debuut maakte kosmonaut Komarov stierf toen zijn met houten hamers in een te krappe kist geslagen parachute niet openging maakte hij in 1971 zijn laatste slachtoffers. Sindsdien kende de Soyuz problemen, maar in de bijna 1.700 vluchten kwam het niet meer tot een dodelijk afloop. Zo landde de laatste Soyuz in oktober door een software-fout in een steile, ballistische baan en kostte het reddingsploegen ruim vier uur om de in de Kazachse steppe verdwaalde bemanning terug te vinden. Ze waren aan acht tot negen G blootgesteld. Kuipers: ``Maar dat is niet ernstig, daarvoor zijn we in de centrifuge getraind. De Soyuz zit boordevol reserve-systemen, er moeten wel vijf dezelfde dingen achter elkaar fout gaan, voordat je echt in gevaar komt.''

De Russische filosofie hou het simpel, don't fix it if it ain't broke blijkt nu van grote waarde. Gezien het beperkte Russische ruimtevaartbudget van 320 miljoen euro (Nasa krijgt 14 miljard), had de ruimtevaartpers het afgelopen jaar opeens weer oog voor wat de Russen nog altijd presteren. Het lijkt ideologische inversie: terwijl de Amerikaanse Nasa nu als een blunderende, volgevreten bureaucratie te kijk staat, oogt het Russische Aviakosmos na veertien jaar hongerbudgetten sober, efficiënt en uitermate commercieel: lean and mean. Rusland behoudt haar sterke positie bij de lancering van commerciële satellieten en heeft een ongeëvenaarde ervaring in onderhoud van ruimtestations. Amerikaanse en Europese bedrijven hebben inmiddels joint-ventures gesloten met de bedrijven als Energija en Kroenitsjev, makers van de goedkope en betrouwbare raketten. Er zijn vergaande plannen om voor ESA een Soyuz-lanceerbasis te bouwen bij Korou in Frans Guyana.

rituelen

Ook in Rusland zelf maakt de somberheid en nostalgie plaats voor enige trots. André Kuipers, die zich het Russische ruimtejargon redelijk meester heeft gemaakt, zal zich met plezier aan het de rituelen onderwerpen waarmee Russische bemanningen geluk proberen af te dwingen. Maandag legde hij een krans voor de Kremlinmuur, waar Ruslands eerste man in de ruimte ligt begraven: Joeri Gagarin, die op 12 april 1961 als een menselijke kanonskogel 108 minuten rond de aarde tolde. De herinnering aan het eeuwig lachende, eeuwig jonge idool Gagarin stierf in 1968 bij een mysterieus vliegongeval vervult Rusland nog altijd met warmte.

Dinsdag vloog Kuipers naar lanceerbasis Baikonoer in Kazachtstan, samen met de Rus Gennadi Padalka en de Amerikaan Michael Fincke, de nieuwe bemanning van het ISS. Daar gaat hij in quarantaine en zijn er de laatste stappen in het ijzeren ritueel. Een bezoek aan de kapper, twee dagen voor lancering. De kale Kuipers: ``Ik weet niet wat hij precies met mij wil. Het wordt een close shave.'' Op zondagavond kijkt de bemanning verplicht naar `Witte Zon van de Woestijn', een lichtvoetige sovjetfilm uit 1970 communist in de woestijn achtervolgd door islamitische bandieten en een hardnekkige harem. Op de ochtend van de lancering zet Kuipers zijn handtekening op de deur van de hotelkamer, is er een wodkatoast met de commandant, worden de glazen in een hoek gegooid en roept de bemanning eendrachtig `pojechali!'. (We gaan, of Hoppakee!) Daarna is er nog die stop van de Oekraiense bus op weg naar het lanceerplatform, waar de bemanning geacht wordt tegen een band te urineren, net als Joeri. Of de orthodoxe priester die de bemanning met wijwater zegent óók in de atheïstische Sovjet-Unie al meeging, is twijfelachtig: Kuipers meent van wel.

Uiteraard is drank streng verboden, en gewoontegetrouw smokkelt iemand een flesje cognac mee om met de huidige bemanning van het ruimtestation te delen. Kuipers heeft recht op 1,5 kilo bagage, maar natuurlijk gaat nog wat illegale ballast in het ruimtepak. Kuipers: ``De traditie is dat we een nationale delicatesse meesmokkelen. Ik twijfel nog tussen oude kaas, haagse hopjes, ontbijtkoek en zoute drop.'' Zoute drop? Kuiper: ``Na een half jaar ruimtevoedsel smaakt alles lekker.''