`Ik weet niet eens of we zwarte scholen hebben'

Onderwijsbeleid in Almere is vooral bouwen. De gemeente kan de leerlingengroei amper bijbenen. En wethouder Johanna Haanstra wil ook studenten gaan trekken.

Vijfduizend nieuwe inwoners per jaar erbij. Bijna twintig per dag. Almere trekt nog steeds jonge gezinnen uit omliggende steden. De teller staat op 170.000 inwoners. Een kwart daarvan is tussen de vijf en achttien jaar, en dus leerplichtig. Jaarlijks komen er tweeduizend leerlingen bij. Johanna Haanstra, sinds 2002 wethouder onderwijs voor de PvdA in Almere: ``Qua inwoneraantal zijn we de achtste stad van Nederland, maar als je kijkt naar het aantal leerlingen staan we misschien wel op de vierde plaats.''

Onderwijsbeleid in Almere is vooral bouwen. Na de zomer wordt de eerste paal geslagen voor de nieuwe wijk Almere Poort, in de zuidwestpunt van de polder. In 2010 moeten er 10.000 mensen wonen. Dat betekent volgens Haanstra twee middelbare scholen en ``een stuk of tien'' basisscholen. Het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) voor middelbaar beroepsonderwijs wil ook een vestiging in de nieuwe wijk, net als het Groenhorst College voor agrarisch onderwijs. Bijna alles ligt al vast.

Zelfs een stad uit 1975 is al aan vernieuwing toe. Twee nieuwe vleugels van het stadhuis, een ontwerp van Cees Dam en zoon, zijn net opgeleverd. Trots toont Haanstra de raadskamers waar elke donderdagavond de burger de politiek ontmoet tijdens de `politieke markt'. Haar ministeriabele werkkamer biedt uitzicht op de Filmwijk, de Danswijk en het Weerwater. Dat Kasteel Almere, aan de overkant van het water, dat na een financiële misser van de projectontwikkelaar al tijden staat te wachten op voltooiing, vindt Haanstra eigenlijk wel mooi. ``Alles wordt hier zo snel uit de grond gestampt, dat gebouw doet er tenminste een tijdje over.''

U bent meer bouwmeester dan wethouder.

``Huisvesting is voor elke wethouder onderwijs een belangrijk deel van het werk, maar hier is het nog belangrijker dan elders. Ik schat dat ik eenderde van mijn tijd besteed aan nieuwbouwplannen. We proberen lelijke noodgebouwen te vermijden. Dat lukt niet helemaal: we hebben op dit moment 67 permanente en 64 tijdelijke basisscholen. We zoeken we de oplossing in permanente gebouwen met een tijdelijke schoolvoorziening. Multifunctionele gebouwen die ook als woning of kantoor kunnen dienen.''

Eigenlijk is die groei geen probleem?

``Het probleem zit bij het ROC. De rijksbijdragen voor het mbo zijn gebaseerd op leerlingenaantallen van twee jaar geleden. Daarom lopen we steeds achter de werkelijkheid aan. We zitten met honderden mbo-leerlingen die het ROC zelf moet financieren, dat gaat niet.''

Almere heeft nauwelijks hoger onderwijs. Jongeren verlaten de stad.

``Daarom moeten we meer hbo-opleidingen naar Almere halen. We willen een goede doorstroming van vmbo via mbo naar hbo kunnen aanbieden. Nu hebben we alleen een opleiding voor information engineers, een zeer succesvolle lerarenopleiding en een tandartsopleiding, alledrie dependances van de combinatie Universiteit van Amsterdam/Hogeschool van Amsterdam. We streven niet naar een eigen instelling voor hoger onderwijs, wel naar unieke opleidingen. Nu is de bevolking nog laagopgeleid, maar op termijn willen we dat veranderen, het is een groeimodel. We zijn de mist in gegaan met een heao-opleiding. Studenten gaan liever naar Diemen of Amsterdam. Je redt het niet met het kopiëren van bestaande opleidingen. We willen opleidingen die aansluiten bij de stad. Denk aan iets met autotechniek: we zijn erg gericht op mobiliteit, de twee grootste leasemaatschappijen en de twee Nederlandse autofabrikanten – Spijker en Donkervoort – zitten hier in de polder. Of een opleiding waarbij je wonen, zorg en welzijn combineert met ict: we krijgen hier een grote vergrijzingsgolf, we hebben goede zorginstellingen, de hele stad is voorzien van glasvezel. We zijn daarover in gesprek met de Hogeschool van Amsterdam.''

Omdat in Almere alles vanaf nul begint, heeft de stad de mogelijkheid om de fouten van oude steden te vermijden. Wat doet u om etnische segregatie in het onderwijs tegen te gaan?

``Weinig. We beperken ons tot het bestrijden van taalachterstand bij kleuters. Segregatie leeft hier niet. Allochtonen hebben we genoeg, op dit moment behoort een kwart van de bevolking tot de categorie `niet-westerse allochtonen'. Maar ik weet niet eens of we zwarte scholen hebben, scholen met meer dan zeventig procent allochtone leerlingen. Wij kijken niet naar kleur, maar naar achterstand. In oude stadswijken komt dat misschien overeen, maar de allochtonen die naar Almere komen zijn ondernemend, die behoren tot de middengroepen. Bij hen is geen sprake van een cumulatie van problemen.''

Ook die ene islamitische basisschool is onomstreden?

``De huidige, door de VVD aangezwengelde discussie over islamitische scholen vind ik erg ongelukkig. Alsof je de een wel kunt toelaten een school te stichten en de ander niet. Ik sta ook niet te juichen bij het scheiden van jongens en meisjes, maar ik ga niet over andermans overtuigingen.''

Ook in het jonge Almere is de verzuiling in het onderwijs compleet, met zeven besturen van elke denominatie. Was het niet een mooie kans geweest om dat te verlaten?

``Dat hadden we dan twintig jaar geleden moeten doen, maar daar hebben we als gemeente niets over te zeggen. Ik zou graag een grotere rol voor de ouders zien. De vrijheid van onderwijs was oorspronkelijk bedoeld voor ouders, maar het is volledig geïnstitutionaliseerd. Als het wordt georganiseerd via de ouders in plaats van via de professionele besturen, heb je veel meer ruimte om het karakter van een school aan te passen aan de wijk. Ik vind het vreemd dat een school niet van identiteit kan wisselen, en de wijkbewoners wel.''

In oude steden is het een wildgroei aan schoolbesturen, u heeft er slechts zeven om mee te overleggen.

``Daar ben ik ook heel gelukkig mee. Wat het onderwijs in Almere uniek maakt is de samenwerking van alle instellingen, van vmbo tot universiteit. Zo hebben de scholen in overleg besloten zich te specialiseren in bepaalde programma`s, waardoor vierhonderd gehandicapte leerlingen naar het reguliere onderwijs kunnen. We hebben geen basisschool voor speciaal onderwijs. Ook het lerarentekort is opgelost, door afspraken over functiedifferentiatie. Veel scholen experimenteren met onderwijskundige vernieuwingen.''

Wat valt er voor u te doen, als de instellingen alle problemen zelf oplossen?

``Een wethouder onderwijs heeft sowieso niet zoveel in de melk te brokkelen. Tachtig tot negentig procent van het beleid gaat rechtstreeks van het Rijk naar de scholen, en dat betreft zowel geld als circulaires. Wethouders hebben eigenlijk maar twee taken: huisvesting en achterstandsbeleid. De ruimte om aan dat laatste iets te doen wordt marginaal nu er landelijk 100 miljoen euro op bezuinigd gaat worden. Voor Almere betekent dat dat het budget van 1,5 miljoen naar 0,5 miljoen euro gaat. Daar kan ik weinig mee.''

Wat is de oplossing?

``De regiefunctie inzake onderwijs moet worden verschoven van het Rijk naar de gemeenten. Nu krijgt een school voor elke achterstandsleerling een bepaald budget toegekend door het Rijk. Gemeenten kunnen echter veel beter zelf inschatten wat ze voor een bepaald probleem nodig hebben. Daar krijgen ze dan een totaalbedrag voor van het rijk, en dat besteden ze naar eigen inzicht. Dan kun je bijvoorbeeld veel beter aansluiten bij jeugdbeleid, dan kun je werkelijk regie voeren.''

Het vergt wel veel meer werk voor de gemeenten.

``Maar er komen ook een hoop ambtenaren vrij op het ministerie van OCW. En ze weten de weg al naar Almere, want ze komen hier graag kijken hoe we het doen.''

Dit is het tweede deel in een serie interviews met onderwijswethouders. Het eerste deel is verschenen op 4 april.