Hink-stap-sprong door het ingekapselde landschap

Als mooie rommelweilanden met roekenbosjes moeten wijken voor een snelle rondweg, denken we dat elders te kunnen compenseren met bijvoorbeeld een nieuw recreatiebos. Ten onrechte. Natuur is geen handelswaar.

Plus maal plus is min. Buiten de wiskunde, en in een veel warriger veld: Nederlands groene ruimte beleid. De twee pluspunten? Nieuwe natuur zou de natuur moeten uitbreiden, zodat Nederland internationaal gezien weer op een aanvaardbaar percentage verantwoord groen zou uitkomen. Optimistische nieuwe-natuurders hoopten zelfs op een verdubbeling van dat areaal. Niet zo'n rare hoop, want in de vorige eeuw is al zo ontstellend veel verdwenen.

Intussen werd ook verzonnen dat wat aan natuur verloren ging, weer op een andere plek zou moeten worden hersteld. Dat hoeft niet dezelfde natuur te zijn, als het maar gelijkwaardige natuur is. Dat is de verplichting tot compensatie. De `natuurwaarden' van de oude plek worden geteld, en die voor de nieuwe plek zorgvuldig geraamd en bijgestuurd, zodat de balans gelijk uitkomt. Biologen tellen de bijzondere planten en dieren in het oude gebied en stellen lijstjes met soorten samen voor het nieuwe aan de hand van `streefbeelden', waarmee het buitengewoon leuk knutselen is.

Zo is iedereen tevreden in het Groene Poldermodel. Er is geen strijd meer, behalve die om de juiste compensatiewaarden. Er verdwijnt een bijzondere vogelpolder? Geen probleem. We maken elders wel nieuwe vogelnatuur, en nog betere ook. Kunnen we daar meteen gaan ,,graven voor de roerdomp'', zoals zulke plannen heten, dan kan die bijzonder geworden vogel daar ook weer terecht. Dat tikt lekker aan, wat waarden betreft. `Win-win', heet dat. Én een nieuw bedrijventerrein, én een moerasje. Met een roerdomp. Of: een recreatiepark, met Schotse koeien die natuur komen brengen.

In geen land ter wereld wordt de natuur zo goed op haar waarden geschat als in Nederland. Complete ecologische adviesbureaus gedijen bij bestemmingsplannen. Bij natuurverlies adviseren ze hoe elders iets vergelijkbaars of hoogwaardigers kan worden gecreëerd. Want daar hebben we toch natuurontwikkeling voor?

Nee. Natuurontwikkeling was verzonnen voor het maken van Nieuwe natuur. Niet van Vervangende. Toch speelt iedereen het grote compensatiespel graag mee. Groeigemeenten krijgen nogal eens natuurvertegenwoordigers op bezoek. Wanneer besloten is dat een gebied op de schop gaat, komen die alternatieven aandragen. Met plannen voor natuurlocaties die op andere plekken tot ontwikkeling kunnen worden gebracht. Natuurlijk met recreatief medegebruik – zonder dat lokkertje kom je met natuur niet ver meer. Dus u moet gaan compenseren? Dat treft, dan heb ik hier wel wat leuke ideetjes voor u. Het protestbord is vervangen door de prospectus.

Zo komt er dan nieuwe natuur. Die staat bol van de goede bedoelingen. Eerst zijn er de graafwerktuigen en grote reclameborden, die vertellen wat door wie wordt uitgevoerd. En uiteindelijk zijn er, als de nieuwe natuur eenmaal is uitgegraven, ingezaaid en bewaterd, de voorlichtingsborden die alles nog eens haarfijn uitleggen. Welke soorten hier moeten komen. Wat de streefbeelden zijn.

Het punt is: natuur heeft helemaal geen bedoeling. Wel authenticiteit. In Nederland gaat de historische authenticiteit haast nooit erg ver terug, maar vaak toch voldoende om van belang te zijn. Voldoende om een gebied niet alleen te vangen in telbare natuurwaarden, die elders onder te brengen zijn.

Wat is natuurwaarde? Je zou er allerlei filosofische beschouwingen op los kunnen laten. Maar de Nederlandse koopmansgeest heeft geen moeite met die vraag. Bedreigde soorten zijn geld waard, zeldzaam geworden ecologische omstandigheden eveneens, en soms is er nog een verrekening voor landschappelijke waarde. Historie, eigenheid of autonomie van het landschap zijn te moeilijke begrippen, die tellen niet mee.

Het was niet de bedoeling dat die nieuwe natuur in de plaats zou komen van de nog overgebleven oude. De minder moderne. Toch is de compensatiedwang inmiddels diepgeworteld, en niet alleen bij particuliere organisaties. Natuuronderzoekers en -beschermers schipperen al heel wat af, wetend hoe machtig het compensatiemiddel is. Een tweede Maasvlakte? Weliswaar zonde van Voornes Duin, maar door veranderde stromingspatronen kunnen nieuwe zandplaten aanslibben. En wie weet wat voor leuks daarmee te doen is – daar zijn heus wel natuurwaarden te ontwikkelen. Een eiland voor Schiphol in de Noordzee, waar dan weer trekkende vogels verjaagd moeten worden? Een letterlijk citaat van een ecologisch onderzoeker: ,,Dat is niet zo verantwoord voor de natuur, maar dat zou je kunnen compenseren. Je neemt een stukje van de Noordzee weg, maar je kunt elders ook eilanden toevoegen waar soorten kunnen overleven.''

U ziet, de mogelijkheden zijn ongekend. Ook in het klein, trouwens. Een nieuwe `groene woonwijk' in een waardevol weidevogelgebied bij Leeuwarden? Daar is niets vreemds aan. ,,Verloren gegane natuurwaarden zullen elders worden gecompenseerd'' is het natuurvriendelijke wethoudersjargon dat is komen overwaaien uit de Randstad.

Zelf hoeft u zich trouwens ook niet meer druk te maken om die paar mooie rommelweilanden met reeën- en roekenbosjes aan de rand van uw gemeente, die voor de zoveelste ring van nieuwbouw moeten wijken, of voor de modieuze rondweg. Want als uw gemeente van deze tijd is, compenseert zij al elders, met aardig recreatiebos, een nog uit te graven ven, of een leuke vlinderroute.

Uw protest is overbodig, want de natuur maakt alleen maar winst. Alleen die reeën en roeken moeten het nog even uitgelegd krijgen. Zo wordt Nederland ecologische speeltuin en dierentuin in één. Natuurlijk, er moet weleens op een mooie plek gebouwd worden. Tenzij er protest te horen valt. Maar dat verstomt al bij voorbaat. Er wordt toch gecompenseerd?

,,Natuurmonumenten is zeer te spreken over de compensatie van het verlies aan natuurwaarden voor aanleg van de nieuwe ringweg bij Tilburg'' - zo meldde die vereniging onlangs zelf (Van Nature, maart 2004). Een stuk natuur verdwijnt daardoor, maar Natuurmonumenten mag nu verderop een nieuw stuk gaan bouwen – de trouwe Schotse hooglanders komen als nieuwe natuurgrazers al aandraven. En het mooie is: dankzij de geluidshinder van de weg, die een groter gebied bestrijkt en de daar broedende vogels verstoort, mag het nieuwe stuk groter zijn dan het oude. Pure terreinwinst. Maar niet alleen Natuurmonumenten is tevreden. Tilburg is ook al zeer te spreken over het compensatiemiddel. ,,Het scheelt de gemeente veel tijdrovende procedures, waardoor er slagvaardig gehandeld kan worden.'' De natuur boft ondertussen maar, met al die mensen die het beste met haar voor hebben. Hoe meer rondwegen, hoe beter.

Er heerst een verstikkende harmonie in de polder. Mogelijk verzet is perfect ingekapseld. Nog nooit was de natuur zo inschikkelijk en verplaatsbaar. In een tijd waarin Nederland een ongekende ecologische verandering ondergaat, is er nauwelijks een onvertogen woord te horen. Geen natuurorganisatie hoor je voor het brede publiek de strijdpunten op tafel werpen waar het werkelijk om gaat, zoals het compacte bouwen in de stad in plaats van het ruimte vreten daaromheen. Zolang er nog ruimte is, compenseren we, een vreemde hinkstapsprong makend door het landschap dat hoe dan ook op de schop gaat.

En als die groene ruimte er niet meer is – tja, dan zien we wel weer verder. Er komt een tijd dat we voor ons natuurverlies in het buitenland gaan compenseren. In voormalige Oostbloklanden waar de ruimte goedkoop is. Sterker nog, er is al een begin mee gemaakt. Onze hoge CO2-uitstoot compenseren we met bosaanplant elders. En het Groene Hart kunnen we ongetwijfeld ook wel over de grens weer laten kloppen. Niets is meer erg.

Maar voorlopig speelt, als oefening, het grote compenseren zich nog vooral binnen de eigen landsgrenzen af. Zelfs werkelijk nationaal bedreigde diersoorten zijn niet veilig meer. Doorgaans zijn zulke Bedreigde Diersoorten een handig breekijzer om fnuikende bestemmingsplannen mee om te buigen. Hun grond hoort heilig te zijn. Maar dan is buiten het compensatiewonder gerekend. Economisch belang kan voorrang krijgen, als men zich maar verplicht het leefgebied van die soort elders te compenseren. De verhuisberichten voor de dieren worden verstuurd, en zo komt alles weer goed.

Ondertussen heeft onze handelsgeest zich zelfs meester gemaakt van natuurbeschermers, die alleen nog maar in officiële waarden kunnen tellen. Liever een nieuw uitgegraven stukje moeras – echte natuur voor hoogwaardige, want zeldzame vogels – dan een gebied behouden dat een eigenzinnige harmonie ontwikkeld heeft. Cultuurnatuur of landschapskunst door de tijd – en niet door natuurontwerpers en compensatierekenaars – heeft ook een waarde. Meer dan alleen maar de inruilwaarde voor de Nieuwe natuur. En, voor de zekerheid: het gaat mij niet om de `belevingswaarde' voor mensen, waarmee soms ook gerekend wordt. Het kan voor de natuur zelf geen kwaad, als zij autonome ruimte houdt, met recht op authentieke geschiedenis – ruimte in de tijd. Met recht op toevalsprocessen, in plaats van zielloze maakbaarheid.

Van de weeromstuit krijg je zelf zin om te compenseren, voor al dat gecompenseer. Het blijkt een aangenaam kriebelend gevoel, waardoor je je kunt voorstellen waarom zovelen er aan toegeven. Mijn compensatie is: een groot gebied, waarop geen beheersplan is losgelaten. Waar zelfs natuurlijk beheer uit den boze is. Waar nu eens geen nieuwe natuurkoeien lopen tegen een achtergrond van nieuwbouw. Iets dat zijn eigen gang gaat, zonder voorlichtingsborden die de wandelaar vertellen wat hij moet zien. Sterker nog: niet eens een wandelpad. Een overgeschoten landje, maar dan op nationaal aanvaardbare schaal. Zo'n landje waarvan je kunt denken dat het daar zomaar ligt. Niet voor ons. Niet voor hoogwaardige dieren. En vooral: niet als handelswaar op de groenbalans.

Tot het zover is in het groot: doe weer eens wat in het klein. Kijk eens hoe het uw groene omgeving de laatste twintig jaar is vergaan, ondanks het compensatiewonder. En grijp weer eens naar dat protestbord.

Is etholoog en publicist. Hij schrijft vooral over diergedrag en natuurbescherming.