`Geweld wordt harder'

Er dreigt in Nederland een groep scholen te ontstaan die structureel onvoldoende presteert. Inspecteur-generaal Kervezee: `Eén leerling met moeilijk gedrag lukt wel, zes of zeven wordt echt te veel.'

Vooraf wil ze het nog maar even gezegd hebben. Denk niet, zegt inspecteur-generaal Kete Kervezee van de Inspectie van het Onderwijs, dat het kommer en kwel is op school. De meeste leerlingen halen hun diploma's en er zijn op de meeste scholen genoeg leraren. En in spookverhalen over het vmbo gelooft Kervezee evenmin. ,,Scholen bedenken vernieuwende onderwijsvormen en werken nauw samen met het bedrijfsleven. Op 90 procent van de vmbo-scholen gaat het gewoon goed.''

Maar toch. In het deze week gepresenteerde Onderwijsverslag waarschuwt de inspectie voor het ontstaan van zogeheten `achterhoedescholen'. Een kleine groep dreigt door een ``cumulatie van problemen'' de aansluiting met andere scholen te missen. Het lerarentekort is er het grootst, leerlingen krijgen veel vaker te maken met diefstal of geweld, spijbelen vaker of vallen zonder diploma uit. Een `uitermate zorgwekkende' ontwikkeling, aldus de inspectie.

Al jarenlang scoort circa 4 procent van de scholen de kwalificatie `zwak'. Maar, waarschuwt het rapport, dat zou de komende jaren wel eens fors kunnen oplopen. Bovendien lijkt er een groep scholen te ontstaan die structureel onvoldoende presteert, terwijl het in voorgaande jaren meestal om steeds andere scholen ging.

Minister Van der Hoeven (CDA) zei deze week dat scholen die lange tijd ondermaats presteren, na enkele waarschuwingen hun subsidie kunnen vergeten. Een goed idee, vindt Kerevezee. ``Als een school niet in staat is om het beste uit kinderen te halen, komen ze nu ook al een tijd onder verscherpt toezicht. Als ze zich dan nog niet verbeteren, dan moet het belang van het kind boven dat van de school gaan.''

Volgens het inspectierapport hebben vooral vmbo-scholen in de grote steden het moeilijk. ``Zij krijgen vaak tik op tik'', zegt Kervezee. ``Problemen met de veiligheid van de school hebben hun weerslag op het voortijdig schoolverlaten, want leerlingen willen in een veilige omgeving leren. Veel leraren trekken daarop ook sneller weg van deze scholen, terwijl ze daar nu juist zo nodig zijn. Het is ontzettend lastig om die tendens te doorbreken.''

Dat het juist de vmbo-scholen zijn die het het zwaarst te verduren hebben, verbaast Kervezee niet. ``Het begint daar al verkeerd. Veel allochtone kinderen komen binnen met enorme achterstanden, terwijl het vmbo er in principe niet op is ingericht om die weg te werken. Met taal en rekenen zitten kinderen in de eerste klas vaak ongeveer op het niveau van groep 6. En wat doe je als je stof niet begrijpt? Klieren natuurlijk.''

Het aantal leerlingen met leer- en gedragsproblemen dat het vmbo is binnengekomen, is de afgelopen paar jaar bovendien explosief gestegen. Toen mavo en voorbereidend beroepsonderwijs samengingen tot vmbo, in 1999, moesten leerlingen niet langer in aparte lom-scholen of het voortgezet speciaal onderwijs les krijgen, maar naar het regulier onderwijs. Dit, vond oud-staatssecretaris Netelenbos (PvdA, Onderwijs), zou de integratie van deze leerlingen bevorderen. Hoe verdedigbaar ook, deze integratie heeft volgens Kervezee sommige scholen in behoorlijke problemen gebracht. ``Voor leraren is het ontzettend lastig om les te geven op allerlei verschillende niveaus. Dat vreet energie. Een leerling met leerproblemen of moeilijk gedrag lukt wel, maar zes of zeven worden er echt te veel. Dat brengt een hoop onrust in het klaslokaal, hebben onze inspecteurs gemerkt.''

tuchtschool

Alleen: wat doe je eraan? Terug naar aparte scholen voor kinderen met leerproblemen? Tuchtscholen voor jongeren die niet meer te handhaven zijn, zoals drie Rotterdamse vmbo-directeuren én de Tweede Kamer willen? Kervezee gelooft daar niet meteen in. ``De gedachte om leerlingen zoveel mogelijk te integreren, is voor iedereen goed. Ik vind een tuchtschool een laatste optie. Eerst moeten scholen zelf oplossingen vinden. In kleinere groepen gaan werken, of meer mensen inzetten voor leerlingen die moeite hebben om de rest bij te houden.''

Ruzie op school is iets van alle jaren, zegt Kervezee. Maar, voegt ze daar onmiddellijk aan toe, op scholen in de grote steden wordt het geweld harder. ``Je ziet dat als je de incidenten van de laatste tijd in kaart brengt. Voor het eerst zijn we door de dood van onderdirecteur Hans van Wieren met een moord op een leraar geconfronteerd.''

Die verharding blijkt ook uit de gegevens van de inspectie. Vier van de tien directeuren van de scholen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zegt niet langer voor de veiligheid van personeel en leerlingen in te kunnen staan. Buiten deze steden is dat een op de tien scholen. Op 26 procent van de vmbo-scholen, staat in het Onderwijsverslag, komen pesten, chantage, beledigingen en bedreigingen wekelijks voor. En 10 procent van de scholen in het vmbo krijgt bovendien wekelijks te maken met beschadiging of diefstal van eigendommen. Scholen in de grote stad wapenen zich soms met harde maatregelen tegen agressie en geweld. Ze zetten detectiepoortjes neer, of laten alleen leerlingen met een pasje binnen. Begrijpelijk, vindt Kervezee. ``Het helpt om wapens op school uit te sluiten. Maar veiligheid gaat verder dan alleen dat. Een school moet duidelijke regels stellen aan leerlingen, en harde afspraken maken met ouders. Vergis je niet, in het basisonderwijs in de grote steden heeft de helft van de geweldsincidenten op school te maken met ouders die verhaal komen halen. Alsof hun kinderen dan nog het gezag van de school accepteren.''

Het wordt hoog tijd, zegt Kervezee, dat scholen ouders veel meer betrekken bij het onderwijs. ``Ook ouders hebben plichten, daar mag de school ze wel eens wat dwingender op wijzen. Je ziet nog te vaak dat ouders hun kind afzetten bij het schoolhek en meteen weer weg zijn. Anderen eisen weer van alles van de school, maar ontlopen hun eigen verantwoordelijkheid. Als ik vroeger de klas uit werd gestuurd, kreeg ik thuis een preek. Die vanzelfsprekendheid moet weer terug komen, anders is de afstand tussen school en thuis voor een leerling te groot.''