En weer eist de rugslag zo zijn slachtoffers

Bij de NK zwemmen in Amsterdam bleek gisteren eens temeer dat het slecht gesteld is met de rugslag in Nederland.

Hoe staat het aan de vooravond van de Olympische Spelen met de rugslag, in Nederland traditiegetrouw de zwakste der zwemslagen? Dag twee van de nationale kampioenschappen in Amsterdam bood uitkomst, al werd niemand in het Sloterparkbad gisteren vrolijk van het antwoord: bedroevend.

Ondanks het bemoedigende optreden van de zwemster, wier gestage opmars de afgelopen maanden zelfs in eigen PSV-kring met verbazing is gadegeslagen: Stefanie Luiken. Met haar 1.03,25 op de 100 meter rugslag voorkwam het bijna 19-jarige talent uit Geldermalsen dat Nederland voor het eerst sinds 1980 (Moskou) geen olympische estafetteploeg zou afvaardigen op de 4x100 wisselslag.

,,Een killer, bij wie het wel goed zit in de kop'', jubelde trainer-coach Mandy van Rooden na Luikens ,,superrace'', die in schril contrast stond met de martelgang van ploeggenote Hinkelien Schreuder. De 20-jarige Twentse, voorbestemd om de rugslagplaats in de 4x100-ploeg in te nemen, bleek (weer) niet vooruit te branden, en eindigde in 1.05,59 op een teleurstellende vijfde plaats.

Dat was een hard gelag. Drie jaar geleden in de RAI nog doodgeknuffeld als `Talent van het Jaar', inmiddels verworden tot een zwemster met meer vragen dan antwoorden in het hoofd. ,,Ze is zichzelf een beetje kwijtgeraakt'', analyseerde Van Rooden. ,,Jacco (collega-coach Verhaeren, red.) en ik hebben alle wegen met haar bewandeld, vooral in mentaal opzicht. Ze heeft al flink wat stappen gemaakt, maar ze komt van ver dus het zal nog wel even duren.''

Schreuder stapte drie jaar geleden over, van het `kleine' De Whee uit Goor naar de `grote' Philips-profploeg van Verhaeren. Al snel bleek ze niet te gedijen in de kwajongensachtige sfeer, die het collectief van kopman Pieter van den Hoogenband zo eigen is. Vorig jaar raakte Schreuder langzaam maar zeker het geloof in eigen kunnen kwijt, en stapte ze over naar de Eindhovense `B-ploeg' van Van Rooden. In de aanloop naar de NK liet ze al doorschemeren rekening te houden met een vrije zomer.

Gisteren kreeg de studente fysiotherapie wat ze vreesde. Van Rooden gaf haar pupil na de ochtendsessie alvast huiswerk mee voor het zomerreces: ,,Zet alles op een rijtje en hervind de lol in het zwemmen.'' Mocht Schreuder terugkeren, dan is het op de wisselslag. Daar beleefde ze haar doorbraak, daar ligt de kracht van het veelzijdige talent.

Zo kwetsbaar als Schreuder is, zo vastberaden toonde zich haar bedwingster Luiken. Op bloedserieuze toon liet ze na afloop weten dat het stokoude record van Jolanda de Rover op de 100 rug (1.02,7), inmiddels twintig jaar oud, zijn beste tijd gehad heeft. Het klonk bijna als een belofte. Of was het jeugdige overmoed?

Hoe dan ook, voor jubelverhalen is het te vroeg. Hoeveel jeugdig zwemtalent is in Nederland niet de hemel ingeprezen om vervolgens even snel en geruisloos van het toneel te verdwijnen? Schreuder is slechts een van de velen.

Maar het is niet zozeer de smalle top als wel het gebrek aan kwantiteit dat `Nederland zwemland' op alle fronten en dus niet alleen op de rugslag opbreekt, betoogde Verhaeren gisteren. ,,Als de top het laat afweten, is er domweg niemand voorhanden die in staat is om het gat op te vullen. Niemand jaagt het spul op. Die breedte hebben we helaas niet.''

Ook niet bij de mannen. Zowel Sander Ganzevles als Mitja Zastrow faalde op de 100 rug, met als gevolg dat Nederland over ruim vier maanden in Athene ontbreekt op de 4x100 meter wisselslag. Verwonderlijk is dat niet, want de import-Duitser lag de voorbije maanden vaker op de massagetafel dan in het water, terwijl Ganzevles heimelijk al vermoedde wat hij na afloop hardop uitsprak: ,,Ik sta niet stil, ik heb een stap terug gedaan''. Dat was een harde maar eerlijke conclusie, uit de mond van een zwemmer die zich vier jaar geleden bij de EK ontpopte als een belofte voor de toekomst.