Doppen en kanonskogels

In de natte bodem van stedelijk Nederland is het dagelijks leven van eeuwen geleden meestal uitstekend terug te vinden. Maar vrijwel altijd staat er een gebouw bovenop. Pas na grote branden (zoals ooit in de oude binnenstad van Dordrecht) of tijdens grote bouwprojecten grijpen de stadsarcheologen hun kans. De vereniging van stadsarcheologen bestaat inmiddels 25 jaar en daarom presenteert het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden (www.rmo.nl) 200 topstukken, onder de toepasselijke naam `Gat in de stad'.

Het verleden ligt voor het grijpen: van een schepje van essenhout uit de derde eeuw voor Chr dat ergens in Spijkenisse opdook tot aan een beschadigd soepbord van de Duitse Luftwaffe, compleet met hakenkruis, dat bij vliegveld Welschap werd opgegraven. Hier afgebeeld is de dop van een kruik voor mineraalwater uit de Zaanstreek, omstreeks 1800.

Het lijkt soms wel of de stadsarcheologen àlles kunnen terugvinden: een schedel van een meerkat uit Leiden (vaag gedateerd op 15de-18de eeuw), een bord met de beeltenis van Erasmus uit Utrecht ca 1615, een deksel met VOC-logo uit 1737, maar ook enorme kanonskogels uit de 15e eeuw. En wie in Utrecht zou omstreeks 1500 die gouden ring met het portret van Christus zijn verloren? En hoe lang zou hij er nog naar hebben lopen zoeken? Hij rustte in vrede, de ring is eindelijk terecht.