De revanche van dokter Spock

Een verrassende rehabilitatie van het werk van dokter Spock, bijna op zijn honderdste geboortedag. Tussen 1950 en 2000 haalde zijn boek `Baby-en kleuterverzorging' alleen al in Nederland 46 drukken en bleef zo vier generaties ouders het meest gebruikte opvoedingsboek. In de loop van de tijd is het boek wel regelmatig herzien, maar de boodschap is in grote lijnen toch hetzelfde gebleven. Spock ging ervan uit dat ouders wel wat tips en vooral veel geruststelling konden gebruiken, maar hij vond het niet nodig hen te doordringen van hun bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de opvoeding van volgende generaties. Mensen kregen kinderen en vormden een gezin, omdat ze dat zelf graag wilden en daar ook plezier, liefde en geluk in hoopten te vinden. Een halve eeuw geleden was dat voor de meeste Nederlandse deskundigen niet eens een noodzakelijke, laat staan een voldoende voorwaarde voor gezinsvorming. Bovendien lieten ze er als professionele pedagogen weinig twijfel over bestaan dat in de moderne samenleving ouders zonder deskundig advies en begeleiding weinig van de opvoeding van hun kinderen terecht zouden brengen.

Janneke Wubs geeft in haar proefschrift een mooie en evenwichtige analyse van de veranderingen in het denken over de opvoeding van kinderen, zoals dat zichtbaar wordt in de ruim vijfhonderd adviesboeken voor ouders die er in de afgelopen halve eeuw in Nederland verschenen zijn. Veel van die boeken zijn vele malen in vaak grote oplagen herdrukt en ook regelmatig herzien. In het proefschrift is een steekproef van ruim honderd titels nader onderzocht. Dat gebeurt gedeeltelijk beschrijvend, gedeeltelijk ook analyserend en kritisch. Als lezer hoop je dan onwillekeurig dat er ook een oordeel volgt over wie nu het meest gelijk heeft, welke theorie het meest hout snijdt of welke adviezen nu ook echt effectief zijn, maar zover komt het niet.

Dat is ook niet de bedoeling en misschien zelfs wel niet mogelijk, want als het onderzoek van Janneke Wubs iets laat zien, is het wel de tijdgebondenheid van het opvoedingsadvies, ook als het zich beroept op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Gemeenschappelijk is alleen de overtuiging dat de opvoeding gebaseerd moet zijn op liefde en leiding, maar uiteraard scheiden de geesten zich als moet worden uitgelegd wat daar onder moet worden verstaan en in welke verhouding liefde en leiding tot elkaar staan.

Dat wordt het mooist duidelijk in het hoofdstuk over het hete hangijzer in het leven van de moderne opvoeder: het straffen. Rond 1970 verschijnt bij de uitgeverij van de NVSH onder de uitdagende titel `Kinderindoctrinatieboek' een uit het Zweeds vertaald tractaat dat categorisch iedere vorm van straf of bestraffing afwijst. Zo ver gaat vrijwel geen enkele andere pedagoog, maar alleen enkele zeer Bijbels geïnspireerde auteurs durven zich ook nu nog sterk te maken voor een stevig pak slaag, uiteraard ook weer alleen als dat `liefdevol' gebeurt. Uit mijn eigen lange ervaring als kind weet ik, dat een stevige mep uit woede minder haat in de kinderziel losmaakt. Ik zeg dat net zo stellig als de auteur die zeker weet dat een straf in directe relatie moet staan met het vergrijp, om vervolgens net zo stellig tegen gesproken te worden door een collega die juist pleit voor een aanpak waarin het belonen van goed gedrag de noodzaak van straffen bijna helemaal wegneemt. In de meest recente boeken is straffen en gezag handhaven weer wat minder een taboe geworden. Wat alle opvoedingsboeken verbindt is de zekerheid dat ouders er goed aan doen te `luisteren naar deskundigen', al was het alleen maar om van een deskundige te horen dat ze de raad van een deskundige niet echt nodig is.

1970 blijkt in de moderne geschiedenis van het opvoedingsadvies het jaar van de waterscheiding te zijn. Tot in de jaren zestig overheerst de pedagogiek, vaak ook nog confessioneel gekleurd. Het `wilde' kind moet als het ware door de ouders getemd en omgevormd worden tot een nuttig lid van de samenleving. Het gaat om het halen van een hele reeks pedagogische doelen en dat is geen eenvoudige zaak, zeker niet naarmate de groeiende welvaart ouders en kinderen in de verleiding kunnen brengen de weg van de minste weerstand te kiezen. Er is veel angst voor te veel toegeven en vooral te veel verwennerij.

Na 1970 verandert dat allemaal. De pedagogen maken plaats voor ontwikkelingspsychologen en de taak van de ouders verandert. Het gaat er nu vooral om de zelfontplooiing van het kind alle kans te geven en vooral niets te forceren. Geleidelijk aan krijgt ook de gevoelsband tussen ouders en kind een grotere betekenis, niet alleen als instrument in de opvoeding, maar als doel op zich. In de hechtingstheorie van John Bowlby kan de wereld buiten de band tussen moeder en kind zelfs helemaal buiten beschouwing blijven, omdat juist goede en veilige hechting zelf de beste garantie vormt voor een succesvolle handhaving in het gewone leven. In de groeiende populariteit van boeken met methodieken om typische problemen van en met kinderen aan te pakken, wordt ook de opkomst van de psychotherapie in de jaren zestig en zeventig heel goed zichtbaar. Het gaat nu niet meer om de verklaring van probleemgedrag of de beschrijving van het verloop van de normale ontwikkeling van het kind, maar om het opheffen van verstoringen in de communicatie tussen ouders en kind. Het verschil tussen ouders en kinderen zit dan nog vooral in de verantwoordelijkheid en het vermogen van de ouders om er zoveel aan te doen, dat het gezin als geheel weer verder kan.

De veranderende verhoudingen in het gezin en in de samenleving worden uiteraard ook zichtbaar in een verandering in de positie van man en vrouw in de opvoeding. Traditioneel werd dat toch vooral als de taak van de moeder gezien en de psychologiserende benadering versterkte dat aanvankelijk ook nog. Nu ligt het accent weer meer op de gezamenlijke en gedeelde verantwoordelijkheid. Het wordt allemaal met het nodige wetenschappelijke aplomb gepresenteerd, maar de historische en `Ideengeschichtliche' analyse van Janneke Wubs laat toch met nauw verholen ironie zien hoe selectief de blik van de deskundige toch eigenlijk is. De oude dokter Spock komt er nog als de minst tijdgebondene uit. Leuk.

janneke wubs – luisteren naar deskundigen. opvoedingsadvies aan nederlandse ouders

1945 - 1999 – assen, van gorcum, 321 blz. rijksuniversiteit groningen, 15 april 2004.

promotor: prof.dr. j.j.h. dekker