De psycholoog als bemoeial

Psychologen mengen zich meer en meer in de wijze waarop mensen hun leven inrichten. Zeker in Nederland en de VS; landen met de hoogste `psychologendichtheid' ter wereld.

Op het eerste gezicht is het een angstaanjagende foto. Een aan een tafel zittende man in legertenue kijkt nietsvermoedend voor zich uit. Achter hem staat een enigszins verbeten ogende man, ook in uniform, met een pistool in de rechterhand. Het is alsof de zittende man een nekschot gaat krijgen. Maar schijn bedriegt. De staande man was proefleider in een psychologische selectieprocedure van Franse piloten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Om de stabiliteit van het zenuwstelsel te meten, vuurde hij onverwachts een pistoolschot af. De apparaten op tafel waaraan de proefpersoon verbonden was, registreerden de invloed van de schrikreactie op het trillen van de handen, de hartslag en het ademhalingsritme.

Door de Eerste Wereldoorlog groeide de nog in een experimenteel stadium verkerende psychotechniek de psychologie van personeelsselectie en beroepskeuze uit tot een belangrijke tak van de toegepaste psychologie. Oorlogvoerende naties maakten dankbaar gebruik van psychologische inzichten waarmee bepaald kon worden welke rekruten het meest geschikt waren voor nieuwe militaire functies als telegrafist, piloot en chauffeur. De Verenigde Staten lieten tezelfdertijd de intelligentie testen van het ongekende aantal van één-driekwart miljoen nog ongeoefende soldaten. Met the right man in the right place kon een moderne oorlog gewonnen worden de psychologie als dienstmaagd van het krijgswezen.

Gerard Heymans (1857-1930), grondlegger van de academische psychologie in Nederland, had in zijn rede `De toekomstige eeuw der psychologie' (1909) een vredelievender taak voor zijn zo geliefde wetenschap in gedachten: verheffing van de mensheid, een wereld zonder onrecht en oorlogsgeweld. Psychologie, zo voorspelde hij, zou de sleutel worden tot algemeen geluk en gemoedsrust. Is Heymans' religieus aandoende visioen uitgekomen, of bleek het in de loop van de twintigste eeuw een hersenschim te zijn?

In het boek A social history of psychology maken redacteuren Jeroen Jansz en Peter van Drunen samen met zes andere Nederlandse historici van de psychologie de balans op. Wat heeft de psychologie de twintigste-eeuwse westerse samenleving uiteindelijk opgeleverd? Het is niet verwonderlijk dat er uit psychologenkring gejubel opstijgt. Professionele psychologen zouden er volgens hen voor hebben gezorgd, dat algemeen en individueel welzijn er sterk op vooruit zijn gegaan. Tal van veranderingen en verbeteringen in onderwijs, opvoeding, rechtspraak en volksgezondheid, zo stellen zij, kunnen op het conto van de psychologie worden geschreven.

human factor

Zo hebben psychologische tests ervoor gezorgd, dat iemands capaciteiten in het onderwijs en op de arbeidsmarkt eerlijker en beter beoordeeld worden. Aandacht voor de human factor in het bedrijfsleven heeft geleid tot meer arbeidstevredenheid en een hogere productiviteit. Diagnostiek en behandeling van psychische stoornissen en ziektes zijn in de loop van de twintigste eeuw sterk verbeterd. Door de invloed van psychologen is er meer begrip ontstaan voor delinquenten en is hun behandeling humaner geworden.

Maar in de ogen van kritische buitenstaanders is het gedachtegoed van illustere godfathers als Heymans, Wilhelm Wundt en G. Stanley Hall juist verkwanseld. De Amerikaanse historicus Christopher Lasch betoogt in zijn studies `Haven in a heartless world' (1977) en `The culture of narcissism' (1979), dat psychologen medeverantwoordelijk zijn voor het toegenomen gevoel van onzekerheid, emotionele oppervlakkigheid en angst voor intimiteit. Volgens Stephen Gould heeft het aura van wetenschappelijkheid dat de (academische) psychologie met zich meedraagt niet kunnen voorkomen, dat onderzoekers geplaagd worden door sociale en ideologische vooringenomenheid. Intelligentieonderzoek bijvoorbeeld wordt belemmerd en vertekend door blank racisme, westers superioriteitsdenken en dominantie van de sociale elite. Psychologen zijn volgens hun critici slechts servants of power.

De waarheid ligt, zoals altijd, ergens in het midden. Wie met een hedendaagse bril op naar het verleden kijkt, ontwaart tal van fouten, misstanden en ongeregeldheden. Op een elegante manier omzeilen Van Drunen en Jansz deze valkuil van het presentisme. Ze waken er voor om hedendaagse (academische) kennis als maatstaf voor de waardering van het verleden te nemen. En daarnaast wordt psychologie niet gepresenteerd als een geïsoleerde universitaire discipline, maar als een vakgebied – opgedeeld in academische, toegepaste en populaire psychologie , dat deel uitmaakt van het ingewikkelde samenspel van sociale, culturele, politieke en economische processen.

sociaal beheer

Door deze gewetensvolle en strak doorgevoerde aanpak is `A history of psychology' een aantrekkelijk boek geworden. Hoofdstukken over opvoeding en onderwijs, geestelijke volksgezondheid, arbeid en organisatie, cultuur en etniciteit, misdaad en justitie sluiten naadloos op elkaar aan. De westerse samenleving is in de loop van de twintigste eeuw meer en meer een psychological society geworden – de Verenigde Staten en Nederland hebben de hoogste `psychologendichtheid' ter wereld. Psychologen spelen een aanzienlijke rol in wat het `sociaal beheer' wordt genoemd: ze bemoeien zich op allerlei niveaus met de wijze waarop mensen hun leven inrichten, zowel publiek als privé.

Het begrip individualisering loopt als een rode draad door het boek heen. Individualisering houdt in dat de mens sedert de vijftiende eeuw meer en meer aandacht heeft gekregen voor het innerlijke. Vanaf de negentiende eeuw heeft deze interesse voor de binnenwereld een grote vlucht genomen. Gespeend van enige vorm van gêne praten mensen op verjaardagen en tijdens de lunchpauze over hun `therapietjes' bij een professionele psycholoog. Daarnaast lijkt het de gewoonste zaak van de wereld, dat bekende en onbekende mensen op de televisie, voor een miljoenenpubliek, hun psychische problemen uitstorten. Vanaf de jaren vijftig hebben televisiepsychologen zoals tegenwoordig Dr. Phil begonnen als hulpje van Oprah Winfrey psychologische begrippen als `depressie', `empathie', `intelligentie' en `verdringing' bij het grote publiek geïntroduceerd. Iedereen doet aan psychologie.

Jeroen Jansz en Peter van Drunen (redactie).

A social history of psychology. Blackwell Publishing. ISBN 0-631-21570-0 , 262 blz., €33,50

Uit: L.A. Vaught, Gelaatskennis. Handleiding voor de beoordeling van karakter en eigenschappen, zoowel bij zichzelf als bij anderen, volgens de leer der phrenologen. Uitgeverij Dalmeijer, Amsterdam, ca. 1909