Cremer vs. Cremer

Veertig jaar geleden verscheen Jan Cremers `onverbiddelijke bestseller'. Reden genoeg voor Pieter Steinz om deel 16 van zijn thematische serie over wereldliteratuur te wijden aan schelmenromans in het algemeen en `Ik Jan Cremer' in het bijzonder.

De enige goede schrijver, zo verklaarde Norman Mailer begin jaren zestig, is een schrijver met een imago. Literair talent alleen is niet genoeg; om zo overtuigend mogelijk over te komen, moet de auteur een onderdeel van zijn werk zijn. Grote schrijvers, vond de auteur van Advertisements for Myself, lijken bij voorkeur weggelopen uit hun eigen boeken.

Jan Cremer, de zelfverklaarde Hollandse volksjongen die aanstaande dinsdag alweer 64 wordt, is een schrijver naar Mailers hart. Vanaf het voorjaar van 1964, toen hij in spijkerpak met motorpet op zijn `Zilveren Monster' de Nederlandse literatuur binnenscheurde, heeft hij zijn uiterste best gedaan om de scheidslijn tussen leven en werk weg te moffelen. De `onverbiddelijke bestseller' Ik Jan Cremer (een miljoen verkochte exemplaren in veertig jaar) werd gepresenteerd als pure autobiografie. Cremers jeugd in tehuizen en gevangenissen, zijn bloederige ervaringen op straat en op de werkvloer, zijn avonturen in het Vreemdelingenlegioen en op de wilde vaart, zijn inventieve neukpartijen met de mooiste vrouwen ter wereld – het was allemaal, om die andere vrije jongens van zijn generatie te citeren, `origineel waar'. Zelfs de grootspraak en de wensdromen van `Ik Jan' leken werkelijkheid te worden: Ik Jan Cremer werd een ongeëvenaard succes dat vele klonen genereerde, precies zoals de schrijver in zijn boek voorspeld had; en hoewel Cremer niet zoals aangekondigd (p. 41) zou trouwen met Doris Day, liep hij binnen een paar jaar wel met Jayne Mansfield over Broadway.

Juist de suggestie dat alles echt gebeurd was – iets waarmee Ik Jan Cremer zich onderscheidde van Jan Wolkers' seks- en geweldroman Kort Amerikaans (1962) – zorgde voor schandaal en hoge verkopen. Iedereen in het Holland van vóór de seksuele revolutie bemoeide zich ermee, van minister-president Cals (`Ik Jan Cremer vind ik van een afgrijselijke wreedheid') tot oppositieclown Boer Koekoek (`het moet een geweldig smerig boek wezen') en van Clara Eggink (`het druipt van bloed en sperma') tot Harry Mulisch (`oefent aantrekkingskracht uit op arbeiders en kleinburgerlijke jongens'). Wat de criticasters uit het oog verloren, was dat Cremer een dikke duim had en dat zijn boek in een lange traditie van controversiële schelmenromans stond. De zestiende-eeuwer Rabelais was ook niet altijd even fijnzinnig. En wat te denken van picareske romanciers als Daniel Defoe, Louis-Ferdinand Céline en niet te vergeten Günter Grass, die eind jaren vijftig zijn blikken trommel al met talloze perversiteiten had volgestouwd?

Ik Jan Cremer is een aaneenschakeling van sterke verhalen, het soort boek dat door de Engelsen wordt aangeduid als een shaggy-dog story. De voorlijke tiener Jan, op zijn dertiende ontmaagd door de buurvrouw, overleeft zijn twaalf ambachten en dertien ongelukken met glans, en eindigt als kunstenaarsbeest temidden van de bohème in Parijs, Amsterdam, Ibiza. Onderweg verschroeit hij de aarde, net als de legendarische Hunnen die hij als zoon van een Hongaarse moeder tot zijn voorouders rekent. Vriendinnen worden in de steek gelaten (vrouwvriendelijk kun je Ik Jan niet noemen), vijanden krijgen hun trekken thuis, geen autoriteit is heilig of veilig. Jan Cremer roept keihard poep en pies tegen het Nederlandse burgerdom – soms zelfs letterlijk, zoals in zijn memorabele, bladzijdenlange ode aan het schijten tussen de rails.

Cremers voortdenderende stijl, zijn frontale aanval op blauw- en zwartgekoust Nederland, en zijn spelletjes met fictie en werkelijkheid hebben grote invloed gehad op de generatie die opgroeide in de jaren zestig en zeventig. Niet alleen op een schilder als Peter Klashorst, die zijn leven gemodelleerd heeft naar dat van de held uit Ik Jan Cremer; maar ook op een schrijfster als Heleen van Royen, die als geen ander inziet dat een roman over seks vooral verkoopt als de auteur zich voordoet als een lustige onbestorven weduwe, en niet als de brave huismoeder die ze in werkelijkheid is.

Reacties: steinz@nrc.nl

Jan Cremer: `Ik Jan Cremer' (uitg. De Bezige Bij, nu de 51ste druk).

Volgende week in `Lees mee met NRC': de Duivel. Besproken boek: `De meester en Margarita' van Michail Boelgakov.

Het boek van de serie:

Pieter Steinz

Lezen &cetera

de wereldliteratuur

in 464 bladzijden