Bush en Blair eensgezind over 30 juni

Irak zal vrij en democratisch zijn, hoe zwaar de strijd nog kan worden. Op weg daarheen zal de soevereiniteit 30 juni volgens plan worden overgedragen aan een door de VN aan te wijzen interim-regering.

Dat hebben de Amerikaanse president Bush en zijn Britse bondgenoot premier Blair gisteren gezegd na afloop van een ontmoeting op het Witte Huis. Bij die gelegenheid gaf Blair ook zijn volledige steun aan de keuze van Bush om het `plan-Sharon' voor het Midden-Oosten te steunen.

De twee leiders, die vorig jaar de oorlog tegen Irak lanceerden, zagen zich door alle tegenslagen in de nasleep van die operatie gedwongen hun beste argumenten te geven. Vooral premier Blair bood een geïnspireerde verdediging die steunde op de zegenrijke verwijdering van een genadeloze tiran, die een miljoen slachtoffers in twee onnodige oorlogen had gemaakt en 300.000 van zijn eigen burgers de dood in had gejaagd.

Beiden werd gevraagd of zij hun land niet hadden misleid met het aansturen op oorlog, nu blijkt dat er geen massavernietigingswapens, noch bewijzen voor banden tussen Saddam en Al-Qaeda zijn gevonden, terwijl het aantal benodigde manschappen in Irak oploopt in plaats van af te nemen, zoals in het vooruitzicht was gesteld.

Bush liet het beantwoorden van die vraag over aan Blair, die wees op de unanieme overtuiging in de Veiligheidsraad dat Saddam Hussein inspecties moest toelaten, en bij gebrek daaraan, moest voelen dat hij de wereldopinie niet straffeloos kan negeren. Volgens Blair toonden leiders van Iraks buurlanden zich opgelucht door de verdrijving van deze tiran.

De Britse minister-president heeft in de aanloop naar de oorlog in Irak steeds aangedrongen op de noodzaak van VN-steun. Uiteindelijk werd de oorlog gevoerd zonder een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad. Gisteren spraken zowel Bush als Blair over het belang van een nieuwe uitspraak van de Veiligheidsraad om een interim-regering in Irak gezag te geven.

Ook in hun benadering van het Palestijns-Israëlische conflict zeiden Bush en Blair op één lijn te staan. De twee wijdden vrijwel geen woord aan hun onderlinge betrekkingen. Aangenomen mag worden dat Blair niet ingenomen was met Bush' beslissing om het plan-Sharon te omhelzen. Hij is daar nauwelijks in gekend. Blair heeft steeds aangedrongen op meer Amerikaanse inzet in het vinden van een oplossing uit het gewelddadige conflict tussen Israël en de Palestijnen. De door Amerika, de EU, Rusland en de Verenigde Naties opgestelde `routekaart' is volgens hem niet ten dode opgeschreven. En anders dan woensdag, na zijn besprekingen met Sharon, maakte Bush twee keer melding van de kans nu de `routekaart', synoniem voor een multilaterale benadering, tot leven te wekken. De president onderstreepte dat de terugtrekking uit de Gazastrook juist een unieke kans voor de Palestijnen is hun lot in eigen handen te nemen.

Onze correspondent in Brussel volgt hieraan toe: De jongste ontwikkelingen in het Midden-Oosten worden dit weekeinde ook besproken door de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie die bijeen zijn voor een informele bijeenkomst in de Ierse plaats Tullamore. De verwachting was dat zij ondanks het informele karakter na afloop toch met een gezamenlijke verklaring zouden komen. De Ierse minister van Buitenlandse Zaken Brian Cowen zei gisteren voor aanvang van de bijeenkomst naar aanleiding van de ontmoeting tussen de Israëlische premier Sharon en de Amerikaanse president Bush dat ,,Israël vrede moet maken met zijn vijanden en niet met zijn vrienden''.