AWBZ-budget voorziet soms in meer dan nodig is 1

Leo van der Geest (NRC Handelsblad, 5 april) stelt dat het WAO-drama zich in de AWBZ gaat herhalen. Zijn oplossing is geen verbetering van de indicatiestelling. Maar hoe je in de AWBZ ook bezuinigt, indicatiestelling gaat altijd aan zorgtoewijzing vooraf. Van der Geest vergelijkt appels met peren. Bij de bedrijfsverenigingen waren werkgevers en werknemers de baas, maar bij de indicatiestelling AWBZ is dat de overheid, en de rol van artsen is daar veel onduidelijker. De overheid zal de Regionale Indicatie Organen (RIO's) moeten versterken, zodat deze streng maar rechtvaardig kunnen oordelen over zorgvragen. RIO's moeten over een veel duidelijker ,,infrastructuur van deskundigheid en kwaliteitsborging'' beschikken. Het gebrek daaraan leidt ertoe dat in vergelijkbare cliëntsituaties nog regelmatig verschillende indicaties worden gesteld. In de WAO zijn artsen zichtbaarder aanwezig dan bij de indicatiestelling AWBZ, terwijl alle zorgverlening begint met een goed inzicht in het (medisch) probleem.

RIO's stuiten intussen op een tegenstrijdigheid in het publieke debat. Indicatiestelling moet `vraaggestuurd' zijn. Maar zorgindicaties zijn gebonden aan scherpe criteria en de wensen van de cliënt zullen in veel gevallen daaraan secundair zijn. Wie om zorg vraagt, wordt gespiegeld aan de voorwaarden van de verzekeringspolis en wie dan enkel roept dat zorg `vraaggestuurd' moet zijn, vraagt om teleurstellingen. Wanneer partijen met één mond gaan spreken, het publiek beter wordt geïnformeerd over de grenzen van de (AWBZ-)verzekering, de beoordeling van zorgvragen inhoudsdeskundig op een zorgvuldige manier geschiedt en een solide bezwaarprocedure wordt gehanteerd, staan RIO's sterker tegenover het toenemend consumentisme in de zorg. Dan hoeft het WAO-debacle zich in de AWBZ niet te herhalen.