Atkins overwint gekkekoeienziekte en vogelpest

Nauwelijks zijn de Amerikanen bekomen van de vrees voor vogelpest en de gekkekoeienziekte of ze kopen als gekken vlees en vet. De prijs van alle soorten vlees rijst de pan uit, zo schrijft het Amerikaanse beursweekblad Barron's, omdat ruim dertig miljoen Amerikanen momenteel op een dieet zijn van vlees. De vleesproducenten en -handelaren kunnen hun geluk niet op, want de vleesmanie als gevolg van het Atkins-diëet compenseert ruimschoots de verliezen die ze leden als gevolg van de gekkekoeienziekte en de vogelpest van enkele maanden geleden. De prijs voor kipfilets en kippenpoten is 47 procent gestegen sinds april vorig jaar. Ook de varkens zijn het slachtoffer van het Amerikaanse Holle Bolle Gijssyndroom. De koteletten zijn niet aan te slepen. Hoewel er in de periode van oktober tot maart 4 procent meer varkens werden geslacht dan het jaar daarvoor steeg de prijs van varkensvlees toch 24 procent.

Niet alle Amerikanen consumeren vlees en melk van de koe. Sojamelk is het reformhuis ontgroeid en concurreert onder de merknaam Silk op nationale schaal met koeienmelk, schrijft het Amerikaanse maandblad Business 2.0. Dat komt doordat Steve Demos, die al twintig jaar handelt in sojaproducten, een aandeel op de markt voor zuivelproducten heeft veroverd door zich te verbinden met Dean Foods, de grootste Amerikaanse zuivelproducent. Dit jaar zal de verkoop van Silk oplopen tot 400 miljoen dollar. Dat betekent een groei van ruim 50 procent in twee jaar. Door de samenwerking met Dean Foods is Demos verzekerd van nationale distributie van zijn nieuwe product, bijvoorbeeld via de permanent groeiende supermarktketen Wal-Mart.

Deze gigaonderneming logenstraft de logica die zegt dat de groei van zelf vertraagt als de getallen te groot worden, meent het Britse weekblad The Economist in een special over de onderneming. Wal-Mart is de grootste onderneming ter wereld, gerekend naar de omzet van 256 miljard dollar per jaar. De naaste concurrent, het Franse Carrefour, is nog niet half zo groot. Dit jaar opent de onderneming 410 nieuwe vestigingen in binnen- en buitenland. Alleen in Duitsland wil het maar niet lukken. Sinds Wal-Mart er in 1997 begon heeft het bedrijf er alleen nog maar geld op toegelegd. Daar komt bij dat er in Duitsland kapers op de kust zijn als Aldi, die het kunstje van kostenreductie tot elke prijs nog beter beheersen dan Wal-Mart.

Is Aldi de nieuwe Wal-Mart? Het Amerikaanse zakenweekblad BusinessWeek vreest van wel, omdat de onderneming een ,,simpele maar verwoestende strategie volgt''. In een doorsnee Aldi-vestiging zijn niet meer dan 700 producten te koop, veel minder dan de 20.000 die er volgens het blad in de schappen bij Albert Heijn liggen, of de 150.000 producten die te koop zijn in een Wal-Mart Super Center. Bij de strategie hoort ook dat Aldi wars is van bekende merken. De strategie heeft tot gevolg dat de onderneming prijs en kwaliteit gemakkelijk onder controle kan houden. Aldi roept in Duitsland trouwens dezelfde soort weerstand op als Wal-Mart in de Verenigde Staten, schrijft het blad, of het nu de georganiseerde detailhandel is, de vakbonden, of boeren die protesteren tegen de prijsverlaging van melk.

Het succes van Aldi staat haaks op de nationale klaagzang die wil dat Duitsland achterop begint te raken. In een verhaal van drie pagina's maakt het Duitse opinieweekblad Die Zeit korte metten met de mythe van Duitsland als ,,de zieke man van Europa'', lijdend aan verschijnselen als een verstarde arbeidsmarkt, een tekort aan concurrentievermogen, en een overheid die chronisch geld verspilt aan publieke en sociale voorzieningen.

Natuurlijk klopt de diagnose, erkent het blad ruiterlijk, dat de groei van de Duitse economie de laatste tien jaar is achtergebleven bij die in andere Europese lidstaten. Maar dat is niet het hele verhaal. Hoe is het anders te verklaren dat Duitsland als exportland alle anderen domineert? Ook met het concurrentievermogen is het dik in orde, betoogt het blad op gezag van Harald Jürg, econoom bij de Dresdner Bank. Want sinds 1995 zijn de lonen in Duitsland nauwelijks gestegen, maar is wel de productiviteit gegroeid.

Ook het argument dat de publieke sector in Duitsland te groot zou zijn slaat nergens op, meent het blad. Want het aandeel van de overheid in het bruto binnenlands product is even groot als in 1975. Daar komt bij dat in landen met veel groei, zoals Finland, Zweden en Frankrijk de publieke sector veel groter is dan in Duitsland. En in Amerika geven ze verhoudingsgewijs even veel uit aan sociale voorzieningen als in Duitsland, heeft Jacob Hacker van de Yale Universiteit uitgezocht.

Waarom de groei dan toch achterblijft? Dat is te wijten aan de hereniging tussen Oost en West en de introductie van de euro, die volgens het blad alleen in Duitsland negatieve gevolgen had. De grootste belemmering voor herstel van het groeitempo is het vermaledijde Groei- en Stabiliteitspact. Om dat aan flarden te schieten brengt het blad het Amerikaanse economische kanon Robert Solow in stelling. Volgens hem is het ,,onvoorstelbaar'' dat Duitse politici werknemers in feite toeroepen dat zij als enigen de Duitse economie kunnen redden door de looneisen te matigen: ,,dat kan niet goed gaan''.