Arafats houdbaarheidsdatum is overschreden

Crises zijn voor Arafat altijd kansen geweest om zich te manifesteren. Maar meer en meer is hij een symbool waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum is overschreden.

Voor de entree van de Muqaata, de ruïne waarin de Palestijnse president Yasser Arafat en zijn commando's zich hebben verschanst, is een muur van autowrakken aangelegd. Het karkas van de verlengde, gepantserde Mercedes van Arafat vertoont steeds grotere roestplekken. Deze symboliek wordt nog eens versterkt door de stilte op het plein voor de met zandzakken gecamoufleerde ingang. De Muqaata ligt op het ogenblik in het stille oog van de woedende Arabische storm over de beloftes van president Bush aan premier Sharon.

Binnen beëindigde Arafat een allang geplande televisie-toespraak ter gelegenheid van de zestiende verjaardag van de sterfdag van Khalil al-Wazir (Abu Jihad), die op 16 april 1988 in zijn villa in Tunis door Israëlische Mossad-agenten werd vermoord op het moment dat hij telefoneerde met de leiders van de intifadah in de Gazastrook. Arafat en de top van Fateh en de PLO leefden in die jaren in Tunesische ballingschap. Heden en verleden lopen bij Arafat altijd door elkaar. De toespraak ging dan weer over zijn vermoorde vriend, dan weer over de drie weken geleden geliquideerde Ahmed Yassin, en vooral over oude, overvulde idealen. Leg de speeches van Arafat van tien, zestien en twintig jaar geleden naast de woedende retoriek van deze week en constateer dat er niets veranderd is.

,,Onze lotsbestemming is het verdedigen van onze rechten, het recht van vluchtelingen om terug te keren naar hun land en onze heilige plaatsen en Jeruzalem onze hoofdstad'', zei hij gisteren en dat is bijna woordelijk de tekst van zijn reactie na de dood van Abu Jihad. Alsof Jeruzalem niet in hoog tempo is verjoodst, de bezette Westelijke Jordaanoever niet bezaaid is met nederzettingen en Arafat geen geïsoleerde banneling is in eigen land.

De verdeelde Arabische wereld steekt geen vinger meer uit naar de in Jordanië, Syrië en Koeweit gehate Arafat. De boze reacties van de Arabische Liga hebben een plichtmatig karakter. De Verenigde Staten en Israël willen dat hij onmiddellijk verdwijnt, de Europese Unie ziet in hem de democratisch gekozen vertegenwoordiger van de Palestijnen. Maar sommige ministers van Buitenlandse Zaken, onder wie de Nederlandse minister Bot, vragen zich af hoe realistisch deze benadering nog is als de VS en Israël hem allang bestempeld hebben als een ,,terroristen-leider'' met wie nooit zaken gedaan kunnen worden.

Crises zijn voor Arafat altijd evenzoveel kansen geweest om zich in tijden van grote tegenslagen te manifesteren. De kat met negen levens bleek over een tiende, een elfde en misschien wel een twaalfde leven te beschikken. Zijn naaste medewerkers verspreiden in Ramallah het gerucht dat premier Qurie overweegt af te treden en dat Arafat in dat geval het premierschap met het presidentschap gaat combineren. Dat valt onder het hoofdstuk `Amerika tarten'. Het zal de Palestijnse staat niet dichterbij brengen. Bush heeft Arafat de twee voornaamste onderhandelingstroeven uit handen genomen zonder daar een woord met hem en de Palestijnen over te wisselen. Het recht op terugkeer van bijna vier miljoen vluchtelingen en hun nazaten naar de joodse staat Israël is door de VS tot fictie verklaard. En de grote nederzettingen op bezet land waarop de Palestijnen aanspraken maken, mag Israël wat Amerika betreft houden. In feite blijven dus met Amerikaanse steun de meeste joodse nederzettingen, op vier na in het noordelijk deel van de Westelijke Jordaanoever intact.

,,Het is een ouderwetse vorm van kolonialisme'', zegt oud-minister van Informatie Yasser Abed Rabbo in zijn kantoor in het Palestijnse Mediacentrum in Ramallah: ,,Het is alsof Europa besluit Californië terug te geven aan Mexico zonder onderhandelingen met de VS. Bush gedraagt zich niet als de onafhankelijke bemiddelaar in een conflict waar hij weinig van weet, maar als het eerste het beste lid van Sharons Likud-partij. Sharon zou Bush erelid moeten maken.''

De boosheid onder de Palestijnen is groot, omdat het zogeheten `recht op terugkeer' een heilig Palestijns beginsel is. Of het een realistische wens is of niet, is geen onderwerp van discussie. Op verkwanseling van dat `recht' staat de doodstraf. De Palestijnse politicus die niet ten minste lippendienst aan dit recht besteedt en een mogelijk compromis voorstelt wacht dreigementen, zoals Rabbo heeft ondervonden toen hij samen met de Israëlische politicus Yossi Beilin het zogeheten Geneefse Akkoord schreef.

Hoe de Palestijnen (en Arafat) uit deze crisis tevoorschijn komen, is voor velen in Ramallah een raadsel, getuigen het woedend aanroepen van oude, radicale slogans. ,,Alleen de Palestijnen kunnen en mogen beslissen over het leiderschap van Arafat, niet de VS en niet Israël'', wil Rabbo eerst gezegd hebben. Samen met een groep Palestijnse intellectuelen heeft hij in een woensdag gepubliceerd memo aan alle Palestijnse leiders en instellingen aangedrongen op ingrijpende hervormingen, waaronder locale, legislatieve en presidentiële verkiezingen. ,,De Palestijnse zaak is in groot gevaar'', zegt Rabbo. ,,Er zijn vele oorzaken aan te wijzen: de bezetting, de muur, de corruptie, en nu ook nog het plan van Sharon. De vestiging van een Palestijnse staat is verder weg dan ooit. Alleen door middel van ingrijpende hervormingen kunnen we uit deze crisis komen.'' Verkiezingen, hervormingen, het zijn code-woorden voor de roep om nieuw leiderschap en een politiek vergelijk met de moslimextremistische organisatie Hamas, die in de Gazastrook verantwoordelijk gemaakt moet worden voor het dagelijks bestuur en via die weg van medeverantwoordelijkheid voor het leven van 1,3 miljoen Palestijnen zich dan wel zal matigen.

Maar president Arafat, omringd door de parafernalia van de Palestijnse zaak, sprak met geen woord over de steeds luider klinkende roep om hervormingen en verkiezingen. Crises zijn door hem altijd aangegrepen om hervormingen uit te stellen en zijn positie te versterken. In die zin heeft president Bush de gewenste democratisering van het Arabische Midden-Oosten geen stap dichterbij gebracht. Gematigde krachten worden met een verwijzing naar het Amerikaanse beleid overschreeuwd.

In de eerste plaats door Arafat zelf. Boos kondigde hij nieuw gewapend verzet aan: ,,Er zal strijd gevoerd worden generatie op generatie, van martelaar naar martelaar tot wij ons land en Jeruzalem terug hebben veroverd.'' Hier sprak geen president van een staat in oprichting, maar de in het nauw gedreven populistische guerrilla-leider die hij was en altijd is gebleven. Een symbool, waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum allang is overschreden.