Waar denk je aan, meisje

Het meisje met de parel is een beroemd schilderij van Johannes Vermeer. Nu is het ook een film: `Girl With a Pearl Earring.'

ls je ze naast elkaar ziet, springen de verschillen meteen in het oog: het meisje met de parel dat gefilmd werd door Peter Webber is niet het meisje met de parel dat geschilderd werd door Johannes Vermeer. Zoek de tien verschillen, en vind ze meteen, of zoek ze niet omdat anders dan bij dit kinderspel het belangrijkste verschil meteen duidelijk is. Verf is geen celluloid. Maar als je alleen een still uit de film ziet is de gelijkenis groot genoeg om te misleiden. De eerste keer dat ik Scarlett Johansson als het meisje zag, verdrong ze meteen het echte meisjevan Vermeer uit mijn herinnering. Deze foto, die in een Engels tijdschrift de film vooruitgesneld was, maakte alle eerdere ontmoetingen met het meisje in één klap ongedaan, alsof een zoetje suiker is. Het geheugen is smakeloos. Moeiteloos verving nieuw oud, nep echt, kitsch kunst.

Eén meisje. Boven een tafel hing ze, een houten tafel, waarop kranten, glazen, fruit, sleutels bijna iedere dag een ander stilleven uitprobeerden. Soms appels, soms sinaasappels, altijd twee granaatappels, te oud om nog te willen eten. Ze waren per ongeluk geworden wat het meisje expres was. Iets om naar te kijken. Geschilderd in 1665 of 1666, gereproduceerd sinds 1890. Papier is ook geen verf. Het meisje moet al boven heel wat tafels en banken gehangen hebben; waarschijnlijk hebben meer mensen haar op posters en kaarten gezien dan in het Mauritshuis. En nu is ze plotseling Scarlett Johansson. Ze heeft rood haar.

Het gebeurt wel vaker dat historische figuren als er eenmaal een film over ze is gemaakt, niet meer los komen van de acteur die hen speelt. Spartacus ziet er voorgoed uit als Kirk Douglas, keizer Claudius als Derek Jacobi. De voorbeelden laten al zien dat dit eerder gebeurt naarmate de figuur in kwestie langer geleden leefde. Bij mensen van wie veel afbeeldingen bekend zijn is het moeilijker. Bij publieke figuren is het sinds de uitvinding van foto, film en televisie onmogelijk. Liam Neeson kan nog wel Oskar Schindler zijn, of Russell Crowe John Nash, mensen die pas nadat er een film over ze is gemaakt echt beroemd werden, maar John F. Kennedy ziet er niet als Kevin Costner en Mohammed Ali niet als Will Smith.

`Het meisje met de parel' is alléén afbeelding. Zij is nergens anders van bekend. Je kunt haar geen historische figuur noemen, zoals dat wel kan met Jan Six of zijn schoonvader professor Tulp, in de zeventiende eeuw door Rembrandt vereeuwigd. Het meisje ís een schilderij. Het doek van Vermeer is waarschijnlijk niet eens een portret, maar een tronie, net zo'n zeventiende-eeuws genre als een `bordeeltgen' of een `ontbijtgen'. Je zou het schilderij een stilleven van een gezicht kunnen noemen. Het licht weerkaatst net zo van haar lippen als van een half geschilde citroen; de parel in haar oor glanst als een oester.

Girl With a Pearl Earring is geen stilleven. Het is een film. De schilderkunst komt er, zoals dat heet, in tot leven. Lang heb ik gedacht dat zoiets eigenlijk niet mocht. De aantrekkingskracht van een schilderij als Het meisje met de parel is juist dat ze niet kan bewegen. Nooit kan ze haar hoofd afwenden, nooit kan ze haar ogen neerslaan. What you see is what you get. Die beperking is positief. Hier is het nadeel het voordeel. Het meisje is juist zo mooi omdat ze niet kan bewegen; het is een kiekje, een moment uit de zeventiende eeuw dat zich nooit meer door méér werkelijkheid omringen laat. Waar denk je aan, meisje, en nee, ze antwoordt niet. Leg je er maar bij neer. Maar waarom zou je met dit sofisme genoegen nemen? Kunstenaars dromen al eeuwen van bewegende beelden. Eén stap dichter bij het totale kunstwerk; een volmaakte dubbelganger van de werkelijkheid. Vermeer is geen Pygmalion. Maar Vermeer heeft door zijn camera obscura vast wel eens een film gezien. In zijn atelier moet de wind wel eens een gordijn hebben bewogen, heeft het model wel eens haar ogen neergeslagen. Van Het meisje met de parel bestaat een röntgenfoto die de ondertekening van het schilderij laat zien. Het lijkt een still uit een horrorfilm.

Het gebruik van de camera obscura of andere optische middelen door oude meesters stuit altijd op veel verzet. Er schijnt zelfs een woord voor te bestaan, mimetophobia, de angst voor slaafse imitatie. Als Vermeer alleen de werkelijkheid had weergegeven, was er geen kunst aan. Deze fobie is waarschijnlijk een moderne fobie. Het is nu bijna niet meer voor te stellen dat mensen vroeger bij schilderijen wel op zoveel mogelijk realisme hoopten. In De aap van Rembrandt, een verzameling kunstenaarsanekdotes van de klassieke oudheid tot heden, gaat zeker een kwart van de verhalen over trompe l'oeils. Van zeven kunstenaars wordt verteld dat ze een insect zo op een schilderij konden schilderen dat mensen het wilde wegvegen, van zestien dat een insect of een ander dier een geschilderde vrucht of bloem voor echt hield. Sommige beeldend kunstenaars keren de zaak nu om door oude schilderijen te laten bewegen, en die oude droom alsnog werkelijkheid te laten worden. De Amerikaanse kunstenaar Bill Viola maakte in 1996 The Greeting, een video waarop in slow motion het zestiende-eeuwse schilderij De visitatie van Jacopo da Pontormo tot leven komt. Dat kunstwerk is niet zo makkelijk echt voor een schilderij te houden; het is om te beginnen een reusachtige videoprojectie. De Nederlander Ger van Elk deed het beter in zijn flatscreenproject, waarop zeven schilderijen in houten lijstjes aan de muur hangen. De beweging is zo langzaam dat het pas na enige tijd duidelijk is dat dit geen schilderijen zijn, en ook geen foto's, maar ingelijst digitale films op een plat scherm. Heel langzaam kun je bijvoorbeeld in Some Natural Aspects of Painting zien hoe kippenvel in zweetdruppels verandert. Op een ander `schilderij' stroomt een waterval. Eindelijk.

Op zulke kunstwerken is de beweging bescheiden. De droom moet dicht bij de bron blijven. Stromend water, een jurk die opwaait, daar blijft het bij. Als het meisje zo'n behandeling ten deel was gevallen, had ze misschien haar mond gesloten, haar schouder verschoven, was het licht van haar parel gevallen. Dat was al sensationeel geweest. Girl With a Pearl Earring gaat veel verder. Ze schenkt niet alleen beweging aan het meisje, maar ook geluid, een stem, een verhaal. Girl With a Pearl Earring is niet alleen een film, het is ook een verhalende film. Zo eentje van anderhalf uur waarin mensen verliefd worden en sterven, oorlogen worden gewonnen en verloren. Het meisje met de parel loopt het atelier uit, de grote markt op, koopt vlees en gaat ter kerke. Ze is geen tronie meer, maar een mens, geen zeventiende-eeuws mens misschien, maar wel een actrice in een zeventiende-eeuws kostuum. Pats boem. Het meisje heet Griet en ze is geen meisje maar een meid. Ze lapt bij Vermeer de ramen en schrobt de vloeren. Dat er liefde in het spel moet komen, spreekt haast vanzelf. Vermeer valt op het meisje, dat meer van zijn schilderijen lijkt te begrijpen dan zijn eigen vrouw. Ook Vermeers mecenas Van Ruijven valt op Griet en bestelt bij Vermeer een schilderij, alleen van haar. ,,Het resultaat wordt een van de mooiste schilderijen ooit gemaakt, maar tegen welke prijs?'' meldt de persmap.

Veel historici houden niet van historische romans en films. Ze vullen dingen in die onbekend zijn, ze maken fouten. Het wemelt van de anachronismen. De waarheid wordt geweld aangedaan. Roelof van Gelder mopperde in deze krant : ,,Het probleem van historische romans die zich afspelen voor, laten we zeggen, de negentiende eeuw is dat er eenvoudigweg te weinig persoonlijks over de hoofdpersonen bekend is.'' Zo'n probleem wil je wel eens vergeten. Van Gelder maakte zijn opmerking in een stuk waarin hij een nieuwe trend binnen de historische roman signaleerde: boeken over Hollandse schilders uit de Gouden Eeuw. Girl With a Pearl Earring is ook op zo'n roman gebaseerd, van de Amerikaanse Tracy Chevalier. Zij had sinds 1981 een reproductie van het schilderij boven het bed hangen.

Er gebeuren dingen in het boek en in de film die de waarheid geweld aandoen, zoveel is zeker. Er is geen enkele bron die staaft wat hier te zien is. En ook wat wel gestaafd is, is niet altijd wat het lijkt. Vermeer draait de plot zelf bijvoorbeeld een loer. De parel in het oor van het meisje speelt en belangrijke rol in het verhaal. Maar deze parel is zo groot dat het nooit een echte parel kan zijn geweest. Er bestonden in de zeventiende eeuw al kunstparels, gemaakt van glas en vissenschubben.

Toch ben ik weerloos tegen films die beginnen met 'Delft, 1665' of Rome, first century B.C.' Het is dan misschien niet helemaal waar, of helemaal niet, maar toch lijkt het er meer op dan ik van mijn eigen ogen kan verwachten. Zelfs Huizinga heeft het bij het beschrijven van de historische sensatie slechts over het zien van ongrijpbare figuren, over het horen van half verstane woorden. Moeten we daar genoegen mee nemen? Ik wil zien hoe een middeleeuwse schoen aan een voet zit, hoe een toga beweegt als je loopt. Schilderijen hebben in ieder geval het voordeel dat ze iets, al hoeft dat niet de werkelijkheid te zijn, scherp laten zien. Het zijn geen ruïnes, die vooral het verstrijken van de tijd laten zien, maar tijdmachines. Ook al geven ze de werkelijkheid niet weer, ze waren er wel. Toen.

De Engelse journalist Jonathan Jones schreef dat de schilderijen van Vermeer van elke kijker een scenarioschrijver maken. Ik geloof niet dat hij helemaal gelijk heeft. We zouden het misschien wel willen, maar we doen het niet. ,,Je moet wel een achtergrondverhaal verzinnen, je afvragen wie ze zijn, of de vrouw in de opening een dienstmeid is of een dame'', schrijft Jones over Vermeers straatje. Maar het blijft bij een korte mijmering. Wie heeft er ooit over Het meisje van Vermeer een heel verhaal verzonnen? Alleen Tracy Chevalier. Dat haar roman een beetje keukenmeiderig is, ach, dat is misschien wel gepast. Het lijkt daardoor net alsof haar boek, en de daarop gebaseerde film, zo'n mijmering is als waar Jones over schrijft, een optelsom van mijmeringen. Chevalier is publiek gebleven; haar verbeelding is bijna net zo gebrekkig als de mijne.

Nooit kun je meer zien hoe het vroeger was. Een jaar, een eeuw, tien minuten geleden, je kunt ze niet terughalen. Misschien is het verlangen naar het scherp zien van het verleden pas ontstaan na de uitvinding van de fotografie. Eric Rohmer maakte twee jaar geleden een film over de Franse revolutie. L'anglaise et le duc kwam onder meer voort uit zijn wens om historisch Parijs accuraat weer te geven. Maar voor die realistische verbeelding gebruikte hij duidelijk geschilderde achtergronddoeken. ,,Ik geef niet om de fotografische werkelijkheid'', zei Rohmer in een interview. ,,Ik verbeeld de Revolutie zoals mensen die toen hebben waargenomen.'' Het is een eigenaardige opmerking. Zouden mensen in 1792 de werkelijkheid echt zo schilderachtig hebben gezien? Of denkt Rohmer dat, omdat er uit die tijd nu eenmaal geen foto's en films zijn overgeleverd?

In films over schilders kunnen regisseurs de verleiding meestal niet weerstaan om de stijl van hun onderwerp over te nemen. Alleen als het echt niet kan, gebeurt het niet – Edward Harris deed in zijn biopic van Jackson Pollock geen moeite om in zijn cinematografie diens drip paintings te benaderen. Maar als er een film over Mondriaan gemaakt zou worden, kun je er donder op zeggen dat er veel strakke lijnen in voorkomen. Een shot van New York vanuit een vliegtuig? John Maybury gebruikte in zijn film over Francis Bacon speciale lenzen om de werkelijkheid te vervormen, zodat die op het werk van Bacon gaat lijken. Ook filmde hij door wijnflessen en liet gezichten reflecteren in glazen asbakken. In de talloze films over Rembrandt wordt altijd geprobeerd zijn licht te herscheppen. Het valt niet alleen op de figuren die hij schildert, maar ook op hem, op zijn vrouwen en voorwerpen. Misschien is hier sprake van uit bewondering voortkomende competitie. Ik kan het ook, zegt de filmer. Maar de neiging om de schilder in zijn eigen schilderijen te laten rondlopen heeft een merkwaardig effect, dat door de meeste regisseurs waarschijnlijk niet voorzien zal zijn. Het maakt van elke schilder, ook van Francis Bacon of Vincent van Gogh, een realist. Als hij in de film gaat schilderen, schildert hij precies wat hij ziet. Hij hoeft niets meer te verzinnen. Expressionisme is impressionisme geworden.

Vermeer vormt in dit opzicht een uitzondering. In talloze artikelen wordt weliswaar hoog opgegeven van de moeite die art director Ben van Os, kostuumontwerpster Dien van Straalen, regisseur Peter Webber en cameraman Eduardo Serra zich getroost hebben om Vermeers wereld en werk in Girl With a Paerl Earring weer te geven. In de lof voor de film wordt vooral het camerawerk eruit gelicht. ,,De scènes in Vermeers atelier lijken op Vermeer en daar hebben we hard aan gewerkt, aan het vinden van het licht, het proportioneren van de schaduwen, het kiezen van de juiste soort film met een laag contrast om Vermeers kenmerkende en tamelijk gedempte palet te evenaren'', zegt regisseur Peter Webber. We weten zelfs precies op wat voor soort film Serra draaide, Kodak 5218 en 5263, een detail dat doorgaans niet interessant genoeg gevonden wordt om op de voorgrond te treden. ,,De 5218 gaf me hele rijke kleuren maar zonder het harde contrast van traditionele Kodak film'', zegt Serra. ,,Het was ook perfect voor het schieten van alle rijke stoffen en het donkere hout in het huis, en gaf me een meer dramatische toon.'' Voor de scènes in het atelier koos hij de 5263, een filmsoort die in Amerika niet eens is uitgebracht, omdat hij niet geschikt is voor actiefilms.

Het zijn interessante wetenswaardigheden, die laten zien dat er heus heel veel werk voor nodig is om een schilderij van Vermeer na te bootsen en dat ook een in een film keuzes worden gemaakt die de weergave van de werkelijkheid beïnvloeden. Dat lijkt een open deur, maar wordt in betogen waarin schilderijen en film tegen over elkaar worden gezet, vaak vergeten. Maar Serra zegt het eigenlijk schoorvoetend. In zijn interviews beweert hij liever het tegenovergestelde. Volgens de cameraman was het helemaal niet zo moeilijk om de film te belichten. Hij heeft niets anders gedaan dan wat hij gewoonlijk doet, in films als Unbreakable van M. Night Shyamalan of What Dreams May Come met Robin Williams, contemporaine draken. ,,Ik heb niets nieuws of anders gedaan. Ik deed gewoon wat ik altijd doe, maar omdat de film over Vermeer gaat en je zeventiende-eeuwse kostuums ziet, denken de mensen: Oh, het ziet er uit als Vermeer.'' Er is geen kunst aan. Natuurlijk zou je de mensen nu slordigheid kunnen verwijten. Ze kijken niet goed. Ze zijn snel tevreden. Maar Serra's opmerking kan ook dienen als bewijs voor de manier waarop Vermeer zich in de cinema genesteld heeft. Verf is bijna celluloid. Net als fotografen zochten de eerste regisseurs inspiratie in de schilderkunst. Vooral Vermeer, de schilder van het licht, is vaak inspiratiebron geweest. Jean-Luc Godard heeft gezegd dat Vermeer de eerste cineast was. Peter Greenaway, al jaren begeesterd door de schilder, meent dat twee eeuwen voor de uitvinding van de fotografie Vermeer de illusie van realisme al had geschapen, die naderhand zal worden opgevat als `fotografisch'. Vermeer schildert de werkelijkheid alsof het een film is. Een film over hem maken is minder moeilijk dan een film over Bacon, Van Gogh of zelfs Rembrandt. Schilderachtigheid is niet nodig.

De makers van de film hadden hun meisje met de parel waarschijnlijk best nog iets meer op hét meisje met de parel kunnen laten lijken. De pose en het gezichtspunt wijken bijvoorbeeld meer af dan nodig is. De verschillen zijn waarschijnlijk evenveel hommage als, toch, mimetofobie. Girl With a Pearl Earring maakt van de problemen die er met historische films zijn geen probleem. Het schenkt ons, voor zolang het duurt, een zo volmaakt mogelijke illusie. In die zin is het een ouderwetse Hollywoodfilm, die gelukkig nog iets durft waar weldenkender cineasten huiverig voor zijn geworden. Derek Jarman moest zijn film over Caravaggio wel volstoppen met opzichtige anachronismen om de verdenking van probleemloze imitatie verre van zich te houden. Webber en Serra zijn niet zo bang; onbekommerd dompelen zij ons onder in wat nooit de zeventiende eeuw geweest kan zijn. Maar de film eindigt wel met een reproductie van het echte schilderij.

Er was een meisje. Nu zijn het er twee.