Vrouwen en raar gesmijt met geld

In Grunberg rond de wereld, een bundeling van de vrijdagse reisverslagen van Arnon Grunberg in deze krant, is een man aan het woord die het bijna uitsluitend over zichzelf heeft. Toch leer je die man, vreemd genoeg, niet echt kennen. Dat komt misschien omdat hij wel veel vertelt, maar op een bepaalde manier ook weer heel weinig. Hij geeft geen beschouwingen over wat hij zoal op al zijn reizen ziet. Hij heeft het niet over politiek, economie, de verschillen tussen arm en rijk en zwart en wit, architectuur, musea, religie, plaatselijke gebruiken, kleding, winkels, zelfs niet noemenswaard over het weer.

Je kunt niet zeggen dat het kant noch wal raakt wat hij allemaal te melden heeft, maar enigszins oeverloos is het wel. Als hij naar Dublin reist, dan worden we niet wijzer over de stad of over de Ieren, maar lezen we over het appartement dat hij heeft gekocht, en dat hij nooit gebruikt, zelfs niet voor één nacht. En we lezen over zijn inspanningen om een verblijfsvergunning te bemachtigen, ook al is hij niet voornemens zich in Dublin te vestigen.

Als hij van Washington D.C. naar New Orleans reist per trein, dan zien we niets van Washington of New Orleans en ook niets van het landschap onderweg, maar lezen we alleen over zijn conversatie met medereizigers, het eten in de restauratiewagon en over de bingo waaraan hij meedoet en waarmee hij een T-shirt verdient. Over de ramp in zijn woonplaats New York, op 11 september 2001, heeft hij het met duidelijke tegenzin, omdat die hem maar afhoudt van zijn eigen besognes. `Boven het zuidelijk gedeelte van de stad hing een enorme rookpluim. Eerst nog even langs de wasserette, want ik was van plan die ochtend mijn lakens op te halen en ik houd er niet van mijn plannen in de war te laten schoppen door derden.'

Passanten

Menselijke betrekkingen, dat is het onuitputtelijke thema van Grunberg, of hij zich nu in New York, Rome, Manila, Aken, Tel Aviv, Siena, Almelo of Sao Paulo bevindt. Onvermoeibaar en geanimeerd schrijft hij over zijn omgang met diverse mensen en over alles wat daarbij komt kijken aan vliegtuigen, taxi's, cafés, hotelkamers, lounges en restaurants. In zijn huis in New York ontvangt hij bijna geen bezoek. Daar schrijft hij over zijn ontmoetingen met vriendinnen, kennissen, familieleden, vakbroeders en -zusters, een eindeloze reeks toevallige passanten en een enkele vriend. Zijn sociale leven speelt zich buitenshuis af, liefst in een of ander buitenland, tijdens recepties, lopende buffetten, literaire bijeenkomsten en in openbare gelegenheden.

Grunberg zal er in het dagelijks leven heus ook wel normale betrekkingen op nahouden met allerlei mensen, maar hij heeft het daar in Grunberg rond de wereld niet over. Ik vermoed dat hij het veiliger acht, literair interessanter ook, om te vertellen over mislukkende relaties, rare ontmoetingen, absurde telefoongesprekken en dubieuze contacten. En dus zijn er steeds nieuwe en steeds niet helemaal bevredigend verlopende afspraken met allerlei dames, die M. heten, de Zwarte Madonna, Soepstengel, Francesca Vongole, de Bejaarde of Aap. Met Aap heeft hij onveilige seks, ondanks de aankoop van een zodanige hoeveelheid condooms dat de manager van de drogisterij hem persoonlijk uitgeleide komt doen. Ze verwijten hem van alles, de dames, maar het fijne komen we steeds niet te weten over de conflicten, de kwaaltjes, de overspeligheden en overige troebelen, behalve dan dat alles steeds op zijn kosten is.

Aanstellerigheid

Geld is een ander veelvuldig terugkerend thema in het boek. Behalve aan onroerend goed wordt het besteed aan een onbetrouwbare secretaris, aan een hondje (600 dollar) dat hij schenkt aan een vrouw die hij net tien minuten kent en die daarna meteen weer uit zijn leven verdwijnt, aan aandelen Gillette, aan een duistere forellenkwekerij in Bolivia en aan taxiritten. Wat al deze transacties en al het gedoe met vrouwen hem opleveren, is een eindeloze reeks verhalen die hij, dat moet gezegd, met smaak en verve weet te brengen, altijd met het juiste woord op de juiste plaats. Het is eigenlijk verbazend dat ze, achter elkaar gelezen, niet snel vervelen, al ligt aanstellerigheid steeds op de loer. Dan zet hij zijn douchemuts op in de hotellobby, neukt hij met een meisje in een openbare sauna of gaat hij opzichtig uit met een dame van in de zeventig.

Grunberg heeft wel iets van Multatuli. Hij heeft een vergelijkbare, aforistische neiging. Hij is snedig en geestig en heeft een al even onstuitbare geldingsdrang. Ook in de gretige omgang met vrouwen en het rare gesmijt met geld zou je parallellen kunnen zien. Alleen is zijn levenshouding niet erg multatuliaans te noemen. Multatuli ijverde voor een betere wereld, waarin niet alleen voor Javanen en andere misdeelden, maar ook voor hemzelf voorspoed en geluk zouden zijn weggelegd. Grunberg gelooft niet in een betere wereld. Hij is juist doordrongen van de futiliteit van alles en meent dat achter ieder mens `de hel' schuilgaat, `het is alleen een kwestie van doorvragen'. Steeds opnieuw stelt hij vast dat er veel rottigheid is in het leven en dat het alleen maar erger kan worden. Hij meent ook dat de mens zijn onderhuidse slechtheid, zijn `roeping om beest te zijn', maar beter kan uitdragen dan verbloemen. Grunberg weet het allemaal puntig te brengen, maar het overtuigende bewijs van zijn eigen slechtheid heeft hij in dit net iets te kokette boek niet geleverd.

Arnon Grunberg: Grunberg rond de wereld. Nijgh & Van Ditmar, 352 blz. €17,50