`Veroordeelde hoefde vaak de cel niet in'

Het openbaar ministerie schold in de jaren negentig op eigen gezag straffen van veroordeelden kwijt, waardoor zij ondanks een vonnis van de rechter hun straf niet hoefden uit te zitten.

De veroordeelden ontvingen een briefje van een officier van justitie waarin deze zonder motivatie aangaf dat de straf niet uitgevoerd zou worden.

Dat zei oud-officier van justitie Hans Vos gisteren tijdens het kort geding van vastgoedhandelaar Eddy de Kroes tegen de Staat. De Kroes ontving in 1992 een dergelijke `vrijbrief' van Vos, waardoor hij zijn straf van anderhalf jaar voor valsheid in geschrifte nooit heeft hoeven uitzitten. Justitie wil dat deze straf alsnog geëxecuteerd wordt, maar De Kroes beroept zich op het briefje van Vos.

Vos is inmiddels directeur van het bureau Prisma, dat officieren van justitie opleidt. Hij verklaarde gisteren dat het vaak voorkwam dat veroordeelden of hun advocaten zich tot een officier van justitie wendden met de vraag of de straf níet geëxecuteerd kon worden. ,,Wanneer ik zo'n verzoek binnenkreeg, ging ik altijd naar de behandelend officier van justitie met wie ik dan samen een beslissing nam. Was deze officier inmiddels vertrokken, dan nam ik zelf de beslissing'', zo zegt Vos in een verhoor door de rijksrecherche, die de brief aan De Kroes heeft onderzocht. Vos zei gisteren tegen de rechter dat de executieafdeling in die tijd een ,,puinhoop'' was en dat de ,,opschoning'' nodig was om ,,doorstroming'' te garanderen wegens het gebrek aan celcapaciteit.

Vos hanteerde bij de beoordeling van het verzoek ,,een aantal criteria''. Vos: ,,Zo keek ik naar de zaak zoals een rechter in een kort geding ook naar de zaak zou kijken. Ik hield onder andere rekening met de vragen hoe lang het geleden was dat het feit gepleegd was en dat de zaak bij de rechter was geweest en over welk strafbaar feit het ging.'' Wanneer hij dan vond ,,dat het niets meer werd'', schreef hij een briefje naar de veroordeelde dat de straf niet uitgevoerd zou worden.

Ook officier van justitie De Groot verklaarde tegenover de rijksrecherche dat het sluiten van ,,deals die de rechtsregels omzeilden'' in de jaren negentig voorkwam. Rechter R.J. Paris vroeg gisteren aan Vos of deze praktijk gezien kon worden als het verlenen van ,,een soort informele gratie''. De oud-officier bevestigde dat.

De staat betoogde in het kort geding dat een dergelijke brief niet rechtsgeldig is omdat die ,,in strijd met de wet'' geschreven is door ,,een onbevoegd persoon''. Een woordvoerder van het landelijk parket van het openbaar ministerie zegt dat zij geen ,,bevestiging'' heeft gevonden dat het informeel verlenen van gratie usance was. ,,Voor het verhaal van Vos hebben we geen bevestiging kunnen vinden'', aldus de woordvoerder. Het landelijk parket heeft nergens in de administratie bewijs kunnen vinden voor `vrijbrieven'. ,,Het zou toch van de zotte zijn als deze praktijk aan de orde van de dag zou zijn'', aldus de woordvoerder. Hij ontkent niet dat het ,,misschien wel eens is voorgekomen dat iemand zo'n briefje heeft gekregen.'' De rechter doet op 29 april uitspraak of De Kroes zijn straf alsnog moet uitzitten.