Venetiaanse doodsfantasie

San Michele, een begrafeniseiland vol koude heiligenbeelden opdoemend in de kille mist, met klokboeien tinkelend van verre over de lagune: dat vormt het eerste tableau vivant dat Mappamondo oproept, een nieuwe compositie van Richard Rijnvos (1964) in een cyclus gewijd aan de stad Venetië en haar schaduwkanten.

Mappamondo omlijst door werken van Stravinsky: zijn dramatiserende omspeling van Bachs orgelvariaties Vom Himmel hoch en het strenge Canticum Sacrum. Het is de inleiding tot Stravinsky's laatste religieuze fase en zijn eerste strenge twaalftoonstoepassing. ,,De Paus heeft gesproken'', juichten de serialisten. Daarnaast was er nog een ontspanningspunt met Maderna's losbladig en enigszins losbandig beeld in zijn Venetië-Journaal, één van zijn allerlaatste wat schetsmatige composities, getuigend van grote levenslust.

San Michele is de laatste rustplaats van veel Venetianen en illustere figuren zoals Diaghilev en Pound, Stravinsky en Nono. Daar vervaardigde rond 1450 de monnik Fra Mauro in stille afzondering zijn circelvormige wereldkaart, geheel gebaseerd op getuigenissen van zeevaarders en andere avonturiers, want reizen maakte hij niet. James Cowan inspireerde dit tot zijn roman De Droom van een Kaartenmaker en daaruit putte Rijnvos weer inspiratie voor zijn vier muzikale tableaux vivants. Ze klinken in steeds weer lang aangehouden lijnen, scherp doorsneden, geselend als het ware, schril en soms Sacre-achtig eruptief, vooral dramatisch bij Mauro's overdenking `The map and myself are the same'.

De vier tableaux hebben als onderwerp San Michele in de mist, Mauro's meditaties, bezoek van een musicus en Luigi Nono's testament. De musicus is de warm getimbreerde tubaïst Tjeerd Oostendorp, die een duet aangaat met Maura, de pontificale spreekstem/bas David Wilson-Johnson. Onderwerp is een bijzonder fraai specimen uit de vroege 15e eeuwse Ars Subtilior, de aan Magister Johannes Ciconia toegeschreven ballata piccola Mercè, mèrce, o morte (Heb meelij, heb meelij, oh dood).

Rijnvos' omspeling herinnerde me aan de pikante omlijsting van Heppener van ballades uit iets latere tijd van Guillaume Dufay, ook al zo uitzonderlijk. Dat Rijnvos' doodsfantasie eindigt met een eerbetoon aan Nono is niet verbazingwekkend: zijn stijl heeft veel gemeen met die van Nono. Ook de tuba is hier extra op zijn plaats, wegens Nono's voorliefde voor dit instrument in ondermeer de compositie Post-Prae-Ludium No.1 voor tuba en elektronica (1987).

Die laatste Elégie voor tuba en ensemble is heel traag en rochelend, aan het slot herinnerend aan het begin: die ijzige stilte rond die kille mist.

Concert. Asko Ensemble en Cappella Amsterdam o.l.v. Lucas Vis. Werken van Richard Rijnvos en anderen. Gehoord 14/4 Concertgebouw Amsterdam.