`Van een gesloten cultuur merkte ik niets'

Margreeth de Boer neemt vandaag afscheid als burgemeester van Leeuwarden. De getraumatiseerde organisatie die zij aantrof bij haar aantreden is weer tot rust gekomen.

Na haar aankomst in Leeuwarden in oktober 2001 trof Margreeth de Boer (PvdA), die vandaag op haar 65ste verjaardag afscheid neemt als burgemeester van de Friese hoofdstad, een ,,getraumatiseerde organisatie'' aan. De Boer volgde partijgenote Loeki van Maaren-van Balen op, die na ruim twee jaar haar functie als burgemeester neerlegde. Van Maaren trad volgens het college eigenmachtig en oncollegiaal op en bezat – zo zeiden critici – visie noch daadkracht. Van Maaren, die in Haarlem en Weert burgemeester was geweest, klaagde zelf over de in haar ogen gesloten Leeuwarder bestuurscultuur, de achterkamertjespolitiek en de ,,PvdA-coterie''.

De Boer heeft over de ruzie nooit veel kwijt gewild. Het boek `Hoezo burgemeester', waarin Van Maaren haar Leeuwarder frustraties van zich af schreef, heeft ze bewust niet gelezen. Van een gesloten bestuurscultuur is De Boer nooit iets gebleken, zegt ze. Ze beschouwt zichzelf niet als degene die de rust heeft teruggebracht. ,,Er waren conflicten tussen vele partijen en toen ik kwam was één partij vertrokken en het conflict uit de wereld. Dat schept automatisch ruimte.'' Heeft ze dan helemaal geen rol gehad in het oplossen van de problemen? De Boer, laconiek: ,,Ik ben iemand die in staat is partijen bij elkaar te brengen en die zaken die dreigen vast te lopen kan lostrekken. En ik heb natuurlijk veel ervaring.''

In Leeuwarden overheerst tevredenheid over de wijze waarop de oud-minister van VROM als burgemeester heeft gefunctioneerd. De Boer heeft visie en ze is degelijk, zo zeggen ingewijden. Ook De Boer zelf signaleert dat het klimaat op het stadhuis is verbeterd. ,,Het zelfbewustzijn van de ambtenaren is nu groter'', constateert ze. ,,Ze hebben weer plezier in hun werk en nemen initiatieven.''

Vanaf 10 mei is de Amsterdamse oud-wethouder Geert Dales (VVD) burgemeester van Leeuwarden. Heeft De Boer nog iets mee te geven aan haar opvolger? Wellicht dat er in het openbaar bestuur in algemene zin wel veel ideeën worden ontwikkeld, maar dat het vaak schort aan de uitvoering. In Leeuwarden heeft De Boer getracht hier verbetering in te brengen. ,,Minder rapporten schrijven, meer uitvoeren. Meteen een tijdvak geven waarbinnen iets gerealiseerd moet zijn. Beleidsnota's uiteenrafelen in aparte delen en jaarprogramma's, waar staat hoeveel tijd en hoeveel geld er voor de uitvoering is.''

De Boer was 34 jaar politiek actief – achtereenvolgens als raadslid in Wormer, Statenlid en gedeputeerde in Noord-Holland, commissaris der koningin in Drenthe, minister van VROM in het eerste kabinet-Kok, Kamerlid en burgemeester. In 2002 nam ze op verzoek van het PvdA-partijbestuur de grote verkiezingsnederlaag van mei dat jaar onder de loep. In het onderzoeksrapport `De kaasstolp aan diggelen' veegde ze de vloer aan met de naar binnen gerichte politieke partijcultuur, die meer belang hechtte aan wat er op het Binnenhof gebeurde, dan aan het debat met de kiezer en het contact met lokale afdelingen. De Boer constateert dat de partij zich de kritiek aantrok. ,,Al zijn we er nog niet. We moeten onze standpunten nog gearticuleerder naar voren brengen. Uitdragen dat we een solidaire en samenbindende maatschappij voorstaan.''

Ook na haar pensionering blijft De Boer actief in de partij. ,,Zo eens in de zes weken overleg ik met Wouter Bos, Job Cohen, Schelto Patijn en Ruud Koole over een lange-termijnvisie voor de PvdA.'' Daarbij wordt ook gesproken over de integratie. Ze maakt zich zorgen over de toon van het integratiedebat in de Kamer. ,,De nuance ontbreekt. De islam is geen abjecte godsdienst, maar alles wat de islam predikt is bepaald niet goed. Integendeel, de positie van de vrouw bijvoorbeeld is voor ons onverteerbaar.'' Ze pleit voor een dialoog tussen allochtonen en autochtonen. ,,Ga met elkaar in gesprek en heb respect voor elkaar.'' Dat is in het verleden nooit gebeurd, stelt ze vast. ,,Toen de Marokkaanse en Turkse gastarbeiders uit achterstandsgebieden in de jaren zestig hierheen kwamen, waren de Nederlanders niet in hen geïnteresseerd. De Turken en Marokkanen op hun beurt konden zich met moeite staande houden. Ze waren bang en sloten zichzelf op in hun eigen godsdienst en cultuur.''

Leeuwarden werd vorig jaar opgeschrikt door twee schietincidenten met een dode waarbij Antilliaanse jongeren betrokken waren. De Boer zocht contact met de Antilliaanse gemeenschap. Ook nodigde ze enkele Antilliaanse overlastveroorzakers uit in haar werkkamer. Onwennig zaten ze voor haar. ,,Die jongens vertelden me niet gelukkig te zijn. Ze hebben geen werk, staan buiten de Nederlandse gemeenschap, spreken de taal soms slecht. Stuk voor stuk schatten, maar ook jongens die absoluut onberekenbaar en dus gevaarlijk kunnen zijn. Daarom is het belangrijk dat we ze goed kennen.'' De Boer hoorde van hun passies. ,,Muziek maken houdt hen bezig en ze willen knutselen en sleutelen aan auto's. Ze hebben behoefte aan een eigen ruimte om te kunnen musiceren. Daar zoeken we nu naar.''