Vakbonden Frankrijk in het nauw

Vijfendertig Franse werklozen die bezwaar maakten tegen de stopzetting van hun werkloosheidsuitkering zijn gisteren in het gelijk gesteld door een rechtbank in Marseille. Het vonnis kan grote gevolgen hebben voor het systeem van sociale verzekeringen.

Sommige vakbonden noemen het vonnis zelfs `rampzalig'. De Unedic, vergelijkbaar met het Nederlandse UWV (Uitvoering Werknemersverzekering), is onmiddellijk in beroep gegaan, maar moet het vonnis vooralsnog uitvoeren.

Volgens een in 2002 afgesloten akkoord tussen de sociale partners is de uitkeringsperiode verkort van dertig tot drieëntwintig maanden. Dat was één van de maatregelen die noodzakelijk waren geworden door het oplopende tekort (toen 3,7 miljard euro, nu bijna 7 miljard) in de boeken van de Unedic. Door het akkoord moest een groot aantal werklozen `herberekend' worden. Hun uitkeringsperiode werd bekort en daardoor verloren op 1 januari jongstleden 265000 werklozen `vroegtijdig' hun uitkering.

Het vonnis van de rechtbank in Marseille ten aanzien van vijfendertig werklozen kan grote gevolgen hebben, omdat een kleine tachtig andere rechtbanken in het hele land nog vonnis moeten wijzen in de rechtszaken die andere werklozen hebben aangespannen. Zij worden gesteund door twee uiterst linkse vakbonden die vast willen houden aan de volledige uitkeringsperiode van dertig maanden. De overige vakbonden hebben juist meegewerkt aan het akkoord omdat zij de ineenstorting vreesden van het hele verzekeringssysteem, gezien de oplopende tekorten. Zij noemen de gevolgen van het vonnis `rampzalig', omdat die vrees nu alsnog bewaarheid lijkt te worden.

Als alle rechtbanken de bezwaren honoreren, kost dat de Unedic in één klap twee miljard euro extra. Niet alleen hebben de werklozen die nu in het gelijk zijn gesteld recht op zeven maanden extra uitkering, maar ze hebben ook een morele schadervergoeding toegewezen gekregen van 1000 euro.

Het gaat bovendien nog om slechts de helft van de werklozen die onder het akkoord vallen. In totaal wordt tot 2005 van een half miljoen werklozen de uitkering `vroegtijdig' stopgezet.

De rechtbank van Marseille baseert het vonnis op de notie van `contractbreuk'. De Unedic bestrijdt deze visie omdat een collectief akkoord niet onder het civiele recht zou vallen maar onder het sociale recht, waarbinnen tussentijdse wijzigingen zijn toegestaan. In die zin kan er ook geen aanspraak worden gemaakt op `verworven rechten'. Getuige eerdere uitspraken deelt de Raad van State de visie van de Unedic.