Sharon profiteert van `macht der feiten'

De VS accepteren dat Israël een deel van zijn nederzettingen in bezet Arabische gebied houdt. De juridische argumenten daarvoor zijn niet zo sterk.

Het is ,,onrealistisch'' te verwachten dat Israël ooit terugkeert tot de bestandslijn van 1949, de zogeheten Groene lijn. Dat zegt de Amerikaanse president George Bush. Daarom accepteert hij dat Israël, ook na terugtrekking in het kader van een veelomvattend vredesakkoord met de Palestijnen, zijn grote verstedelijkte nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever houdt. Dat is een duidelijke breuk met de eisen die binnen de internationale gemeenschap tot dusver aan een vredesregeling werden gesteld.

Bush beroept zich ,,op de nieuwe realiteiten op de grond''. Veranderde omstandigheden dus. Dat is juridisch echter een minder sterk argument dan het eruit ziet. Het volkenrecht worstelt al sinds Hugo de Groot met de clausule rebus sic stantibus, die zegt dat afspraken alleen gelden onder gelijk blijvende omstandigheden. Omstreden is deze clausule vooral wegens het risico dat hij verdragspartijen een uitvlucht biedt om onder hun verplichtingen uit te draaien. De moderne rechtsopvatting is dat een grond om zich te excuseren wegens verandering van omstandigheden op zichzelf wordt erkend maar dat hij zo strikt mogelijk dient te worden toegepast. Het moet om een ,,radicale'' verandering gaan, zei het Internationaal Gerechtshof in 1997. Vooral moet sprake zijn van onvoorziene omstandigheden.

De problemen van een volledige terugtrekking van Israël, waarop Bush zich nu beroept, zijn onmiskenbaar, maar het valt moeilijk vol te houden dat zij een onvoorzienbaar gevolg van de bouw van de nederzettingen zijn. Veeleer doet de situatie denken aan een andere Latijnse rechtsterm, culpa in causa: zich onachtzaam begeven in een situatie die de bron van de problemen is. Het elementaire voorbeeld is de receptieganger die te veel drinkt en niet later bij de rechter een beroep kan doen op de afwezigheid van het vereiste opzet als hij toch in kennelijke toestand achter het stuur ging zitten.

De Groene lijn berust op de bestanden die de jonge staat Israël in 1949 sloot met Egypte en Jordanië. Hij wordt kracht bijgezet door de befaamde resolutie 242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties na afloop van de Zesdaagse oorlog in 1967. Daarin wordt Israël gevorderd zijn troepen terug te trekken uit ,,bezette gebieden''. Het ontbreken van een bepalend lidwoord in de Engelse tekst (dat wel in de Franse tekst staat) duidt er volgens Israël op dat het zich niet uit álle bezette gebied hoeft terug te trekken. Sterker nog, betoogde de voormalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken prof. Eugene Rostow in 1990: het recht van de joodse kolonisten is ,,in elk opzicht equivalent aan het recht van de lokale bevolking daar te leven''. Israël spreekt ook niet van bezette gebieden maar van ,,betwiste gebieden''.

Bezet of betwist, het betekent hoe dan ook dat de Westelijke Jordaanoever van een ander is en niet van Israël. En het is een elementair beginsel van het moderne volkenrecht dat gebieden niet wettig door verovering kunnen worden verkregen. De Veiligheidsraad baseerde resolutie 242 niet op hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, dat voorziet in bindende maatregelen. Maar hij noemt de verkrijging van grondgebied door oorlog wel met zoveel woorden ,,ontoelaatbaar''. Daaraan kan een beroep op veranderde omstandigheden weinig afdoen.

Het eerste beginsel in het internationale recht blijft intussen dat van de ,,effectiviteit'', zoals de voormalige president van het Joegoslavië-tribunaal, prof. Antonio Cassese, het uitdrukt in zijn handboek uit 2001. ,,De macht van de feiten is groter dan alle wettelijke theorie'', wist de Nederlandse staatsman Thorbecke trouwens al. Het internationaal recht heeft volgens Cassese weinig plaats voor juridische ficties. Dat is een rechtsfiguur waarbij iets wordt verondersteld waarvan men weet dat het niet waar is om toch tot een juridisch bevredigend resultaat te komen. Misschien doelde Bush wel gewoon op dit beginsel van effectiviteit toen hij complete terugtrekking onrealistisch noemde.

De macht der feiten gaat zelfs in de internationale betrekkingen echter niet onbeperkt op, zo blijkt uit de zogenoemde Stimson doctrine. Deze is vernoemd naar uitgerekend een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, H.L. Stimson. Deze verklaarde in 1932 de Japanse bezetting van Mantsjoerije niet te erkennen omdat zij in strijd met rechtsbeginselen was; feit of niet. Het was de verklaarde bedoeling van Stimson dat deze principiële stellingname een voorbeeldfunctie in de wereld zou hebben. Ook voor de president van de Verenigde Staten.