Rollator zonder rem

Het mes gaat er in en de premies gaan nog verder omhoog. De AWBZ, de volksverzekering voor de kosten van langdurige zorg, heeft een centrale plaats gekregen in de extra bezuinigingen die het kabinet nog dit jaar wil doorvoeren. Dat is de hoogste tijd. Geruisloos en goeddeels buiten beeld is de AWBZ de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de snelst oplopende uitgaves van het publieke domein. Wat de WAO met haar onbeheersbaarheid, onbespreekbaarheid en onaantastbaarheid begin jaren negentig was, is tegenwoordig de AWBZ. Het valt te wensen dat het kabinet doorzet. `De butler in witte jas' wordt de AWBZ op het ministerie van Volksgezondheid genoemd. Ooit ging het om chronische ziektekosten; met dank aan de politieke bemoeienis en belangenorganisaties is het pakket steeds verder uitgebreid. Niet alleen verblijf in verpleeghuizen, gehandicaptencentra en psychiatrische inrichtingen, maar ook ambulante psychotherapie, huishoudelijke hulp, thuiszorg, rollators en inentingen van baby's vallen onder deze collectieve zorg. Met als gevolg dat 10 procent van de Nederlandse bevolking op de een of andere manier van de AWBZ gebruikmaakt en dat de uitgaven meer dan twintig miljard euro per jaar bedragen. De uitgaven zijn verder omhooggegaan door de verruiming van het aanbod. Nieuwe particuliere zorgaanbieders bieden op grote schaal hun diensten aan en pas recentelijk wordt door de regionale indicatie-organen en zorgkantoren kritischer gekeken naar alle aanvragen voor zorg. De AWBZ is als een rollator zonder rem in een ruimte zonder toegangsdrempels.

De premies zijn navenant gestegen tot gemiddeld 4.000 euro per jaar. Op de huidige premie van 13,25 procent wil het kabinet nog eens 0,3 procent doen. Het gevolg is een verdere uitholling van het belastingsysteem. De eerste schijf (33,4 procent) gaat vrijwel geheel op aan premies voor drie kostbare volksverzekeringen (AOW, Algemene nabestaandenwet en AWBZ). Wie in het eerste tarief van de inkomstenbelasting valt (tot 16.281 euro in 2004) betaalt eigenlijk geen rijksbelastingen meer, maar uitsluitend premies. Zonder ingrepen versterkt dit proces zichzelf naarmate de bevolking vergrijst en het beroep op chronische zorg navenant zal toenemen.

Op korte termijn leveren ingrepen in de voorzieningen minder op dan premieverhoging, maar het kabinet zal toch vooral de uitgaven moeten beheersen. Voor een deel schuift het kabinet de problemen door naar de gemeentes met de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Door gemeentes financiële verantwoordelijkheid te geven voor de uitgaven, hoopt Den Haag de kosten te kunnen indammen, zoals ook met de bijstand is gebeurd. Maar veel voorzieningen zijn landelijk vastgelegd. De recente rel over het voorstel om de aanschafkosten van een rollator te schrappen, geeft aan hoe gevoelig dergelijke bezuinigingen zijn. De bewindslieden van volksgezondheid zullen hun rug recht moeten houden. Bij de WAO zijn na vijftien jaar hervormingen eindelijk in zicht. Bij de AWBZ mag het wel wat korter duren.