Ontwapening in Liberia krijgt een herkansing

Weer begint de ontwapening in Liberia. En weer dreigt mislukking.

Nadat een eerste poging ruim vier maanden geleden mislukte, is de vredesmissie van de Verenigde Naties in Liberia (UNMIL) gisteren opnieuw begonnen met het ontwapenen van zo'n 40.000 rebellen en regeringstroepen die het land veertien jaar lang hebben verscheurd. ,,Deze keer gaat het lukken'', zei regeringsleider Gyude Bryant na een bijeenkomst met generaals van de strijdende partijen. ,,Ze hebben er zin in.'' Herstel van de veiligheid is een voorwaarde voor de wederopbouw van wat de International Crisis Group ,,een ingestorte staat'' noemt, ,,in feite een VN-protectoraat''.

De eerste poging strandde begin december in chaos en rellen. De civiele tak van de vredesmissie besloot dat het vier maanden na de ondertekening van een vredesakkoord onderhand tijd was met de ontwapening te beginnen. Westerse donorlanden wilden vooruitgang zien. Waarschuwingen van de militaire tak van UNMIL werden weggewuifd. Hulporganisaties kregen te horen dat UNMIL helemaal klaar voor de operatie was.

Dat was alleen maar bluf. De vredesmacht was helemaal niet voorbereid op de toestroom van 12.000 moegestreden vechtjassen die hun wapens maar wat graag voor geld wilden ruilen. De vredesmacht had de strijdende partijen ook niet goed voorgelicht over de gang van zaken, zodat misverstanden en frustraties ontstonden. Eigenlijk had UNMIL de strijders nauwelijks iets te bieden. Geen onderdak, geen begeleiding, geen transport en veel te weinig voedsel, ook nog van slechte kwaliteit. Teleurgestelde vechters begonnen te muiten, trokken plunderend door de hoofdstad en er vielen negen doden. Het ontwapeningsprogramma werd ijlings opgeschort.

UNMIL-officieren spreken met schaamte over het debacle van december. Volgens de International Crisis Group was er sprake van ,,een totaal gebrek aan coördinatie, organisatie, controle en coördinatie'' binnen UNMIL. Niet alleen heerste er verdeeldheid tussen de civiele en de militaire tak van UNMIL. Ook VN-organisaties (zoals WFP, UNHCR, UNDP, UNICEF), Wereldbank en internationale hulporganisaties vormden geen gesloten front.

Intussen ging de afgelopen maanden het afpersen van de plaatselijke bevolking door de vechtende partijen ongehinderd door. Vorige week werden in Gbargna nog twee Franse hulporganisaties beroofd.

Voorafgaand aan de hervatting gisteren van het ontwapeningsprogramma verklaarde de Amerikaanse VN-gezant in Liberia Jacques Klein: ,,We hadden wat obstakels. Het duurde even. Maar dit keer gaat het goed.'' Hulpverleners in Monrovia zijn daar minder zeker van. De vredesmacht beschikt weliswaar over meer troepen dan in december: 14.000 tegen 5.000 toen. En de troepen zijn inmiddels in 13 van de 15 provincies gelegerd, anders dan vier maanden geleden.

Anders dan eind vorig jaar beperkt zich de ontwapening ook niet tot regeringstroepen. De operatie is gisteren in Gbargna begonnen, centrum van rebellengroep LURD. ,,Zonder incidenten'', zoals een VN-woordvoerder aan het eind van de dag opgelucht verklaarde. Buchanan (rebellengroep MODEL) is volgende week dinsdag aan de beurt. Tubmanburg (LURD) volgt op 25 april en Monrovia (regeringstroepen) op 30 april. Daarna is de ontwapening op nog zes andere plaatsen voorzien.

Demobiliserende strijders weten dit keer ook beter wat ze staat te wachten. Onder leiding van hun commandant moeten ze zich dit keer melden in keurige groepjes van 250 man per dag. In ruil voor hun wapens krijgen ze onderdak en voedsel, identiteitspapieren, medische zorg en begeleiding, plus een starterspakket om weer terug te keren naar de burgermaatschappij. Na maximaal zeven dagen mogen ze terug naar huis met 150 dollar. En als ze zich daar keurig gedragen krijgen ze twee maanden later nog eens 150 dollar plus scholing zodat ze voortaan kunnen werken voor de kost.

Maar UNMIL beschikt niet over genoeg verpleegkundigen en hulpverleners om de beloofde begeleiding te kunnen waarmaken. De beroepstraining die de strijders in hun geboortedorpen moeten krijgen, is nog niet geregeld.

Daarbij is het voor velen helemaal niet mogelijk om terug te keren naar de eigen gemeenschap zolang de ontwapeningsoperatie niet in het hele land is voltooid. Dat duurt zeker tot het eind van dit jaar. Verder is er helemaal geen werk. Zolang er in de Liberiaanse maatschappij en economie geen plaats is voor de strijders, zullen ze makkelijk weer naar het gereedschap grijpen dat hen jarenlang gevoed heeft: kapmes of machinegeweer.