Naar de film

Omdat ik gelezen had dat de wildwest film een nieuwe bloeitijd beleeft – wat door sommige critici aan de invloed van president Bush wordt toegeschreven – ben ik naar The Alamo gegaan. De film, genoemd naar het kerkje met een dorpje vlakbij San Antonio in Texas, een kilometer of tachtig van de grens met Mexico. Daar heeft een gideonsbende van Amerikanen, onder bevel van onder anderen David Crockitt, moedig standgehouden tegen het Mexicaanse leger. Ten slotte zijn ze tegen de overmacht ten onder gegaan. De Mexicanen hebben niet lang van hun overwinning genoten. Ook al door de arrogantie van hun bevelhebber Antonio López de Santa Anna liepen ze korte tijd later drieduizend man sterk in een hinderlaag en werden gedecimeerd. Dat is nog zwak uitgedrukt. Texas onttrok zich aan het Mexicaanse imperialisme, werd een zelfstandige staat en voegde zich acht jaar later bij de Unie. De strijd bij Alamo heeft geduurd van 23 februari tot 6 maart 1836. Op die dag werd het garnizoen uitgemoord.

Nu de film. De belangstelling viel me tegen. Ik deelde de zaal, waarin gemakkelijk driehonderd mensen kunnen, met twee mannen van een jaar of tachtig. Eerst kregen deze drie veteranen voorproefjes van andere films waarin verscheidene massa's, in middeleeuws harnas of ruimtepak, stevig op elkaar inhakten; de volgende remake van Dracula werd aangekondigd (zwermen vleermuizen, mensen wier hoektanden opeens beginnen te groeien waarna ze iemand beten die daardoor in rook opging); ten slotte zagen we auto's botsen en in een oranje vuurbal veranderen terwijl de chauffeurs elkaar met machinegeweren bestookten. Allemaal met Dolby Sound, zodat het met het maximale aantal decibels uit alle hoeken van de zaal kwam. Wij met ons drieën hielden stand.

The Alamo begon. De dag tevoren had ik de persconferentie van de president gezien, wat het des te verleidelijker maakte om naar parallellen te speuren. De Mexicaanse veldheer, gestoken in een soort carnavalspak, ongetwijfeld wat generaals in die tijd aanhadden, is neergezet als de karikatuur van iemand met gekostumeerde grootheidswaanzin. Bij hem zou je nog kunnen denken aan een Saddam Hussein uit die tijd. Maar Bush als David Crockett, of een van de andere aanvoerders, James Bowie of William Travis? Nee. Verre van. Ze spreken wel dappere taal, maar dat doen alle grote veldheren en staatslieden onder dergelijke omstandigheden. Dat kun je ze niet kwalijk nemen. Stel je voor dat ze dat niet hadden gedaan. Dan hadden ze een ander beroep gekozen. De enige soldaat die beroemd is geworden door zijn niet-dappere taal is de Brave Soldaat Schwejk, de schepping van de Tsjechische schrijver Haˇ­sek. Als hij de vuurdoop krijgt, roept hij tegen de vijand: ,,Niet schieten! Je zou wel eens iemand kunnen raken!'' Met die uitroep maak je op het ogenblik geen films.

Vorige week heb ik hier een stukje geschreven met als titel Irak als cultuurstrijd, waarvan de strekking is dat iedere grote oorlog zijn sporen in de kunsten achterlaat. Ik noemde Norman Mailer met zijn The Naked and the Dead dat ik in één adem met de televisieserie M.A.S.H. in Korea had gesitueerd, maar het verhaal van Mailer speelt zich af op het Japanse eiland Anapopei in 1944 (excuus). Daarna komt de literatuur van Vietnam. Ik had natuurlijk ook verder kunnen teruggaan, met Remarque of Barbusse.

Het opmerkelijke is dat de nieuwste geschiedenis die begint op elf september nog niets aan fictie heeft veroorzaakt. Maar Afghanistan, de grandeur en misère van Irak? Veel politieke boeken maar geen creatieve fictie.

Ik zat dus naar The Alamo te kijken. Mooie massascènes, goed kanonvuur, alles wat de liefhebbber sowieso weet te waarderen; en ik vond het geraffineerd gemaakte flauwekul; in principe niet verschillend van Rawhide en Bonanza, de televisieseries waardoor destijds het Europese publiek nog vertrouwder raakte met het Wilde Westen. Entertainment.

Terug naar de werkelijkheid, ook op het scherm, nu van de televisie. Irak, alweer. Er werd behoorlijk geschoten. Weer zware rookontwikkeling. Er werd met doden en gewonden gesleept. Mensenmassa's van wie ons verteld wordt dat ze desperaat naar de democratie verlangen, schoten alvast kalasjnikovs in de lucht leeg. Japanse gijzelaars in doodsangst, een Amerikaan idem. Geen Dolby Sound, maar de beelden waren op zichzelf al zo goed dat je daar geen behoefte aan had. En daarna de president in de herhaling van zijn persconferentie, lopend naar het katheder alsof hij in High Noon speelde. Opeens zag ik de overeenkomst met The Alamo, met de hele cast, in welke rol dan ook. Acteurs.