Lentesneeuw

Guus Middag luistert naar Nederlandstalige liedjes.

Vandaag naar `Lentesneeuw' van de pasverschenen dvd van Marco Borsato.

Ik blader door het tekstboekje bij de nieuwe dvd van Marco Borsato. Altijd een mooi moment, als de teksten alleen nog maar teksten zijn en het woord nog geen muziek geworden is. Straks, als het gouden schijfje in de dvd-speler glijdt, zal er iets bij komen, maar alle mogelijkheden zijn dan ook in een keer verdwenen.

Mijn oog valt op de titel `Lentesneeuw'. Vreemd woord, en een vreemd verschijnsel, maar bij Borsato is er eerst nog niets aan de hand. Het is voorjaar, zo zingt hij: ,,De lentezon gaat stralen,/ ze slaat haar vleugels uit.'' Dat is een raar beeld, maar het past wel bij het idee van lente: nieuw leven, uit het ei kruipen en dan de vleugels uitslaan. En het sluit goed aan bij de volgende regel: ,,De vogels komen dichterbij.'' Dat klinkt ook wat onbeholpen, maar opnieuw is het vervolg goed: ,,Maar jij hoort geen geluid.'' De vogels zijn teruggekeerd uit het zuiden en ze zijn nu zo dichtbij dat hun gefluit goed te horen is. Maar de ander heeft er geen oor voor. Wat zou er met haar aan de hand zijn?

Zo gaat het verder: ,,Gevangen in een stilte./ Gaat dit ooit voorbij?/ Je ziet het nieuwe leven niet./ Je voelt alleen de pijn.'' Dat ziet er niet best uit. Alleen pijn en opgeslotenheid voelen, het mooie gefluit niet horen, het nieuwe leven niet zien – en dan werkt de neus ook nog eens niet mee: ,,De bomen laten hun bloesem vrij./ De geur die wordt verspreid/ doet je niet zoveel.''

Dan neemt het gedicht een wending. Na al deze blijken van zintuiglijke afgestomptheid volgt heel kordaat deze diagnose: ,,Lentesneeuw./ Je ziet lentesneeuw.'' Waar iedereen lentebloesems ziet, ziet de ander louter lentesneeuw. De suggestie is wel duidelijk: winter, kou, stilte, geen vogeltjes, geen nest, geen gezang, geen zon, geen warmte.

Voor alle zekerheid volgt nog een laatste ronde observaties: ,,Je richt je blik naar boven./ Je vraagt je af: waarom?/ Je ziet al veel te lang geen licht,/ ook al schijnt de zon.'' Er is geen aanleiding de diagnose aan te passen. De patiënt lijdt aan somberzicht, en wij kunnen alleen maar gissen naar de dieperliggende oorzaak: niet goed behandelde winterdepressie, vooorjaarsmoeheid, of langdurig liefdesverdriet.

Hoe zou het klinken? Ik verwachtte een traag, weemoedig, melodieus lied – en zo klonk het ook, met een Marco Borsato zoals ik hem het liefst hoor: ingetogen, bijna pratend, zacht, begaan met het lot van de lentesneeuwlijder. Het bijzondere is dat er een kant-en-klare videoclip bijhoort. We zien een meisje in het Vondelpark van haar omafiets stappen en op het gras alles in gereedheid brengen voor een verjaarsfeestje. Picknickmandjes, slingers, bordjes, taarten.

Als Borsato klaar is met zingen en het lied aan zijn tweede, instrumentale helft begint, zien wij het meisje in haar eentje proeven van haar eerste slagroomtaart. Daarna begint ze aan de tweede, en gulzig aan de derde. De vierde propt ze naar binnen, steeds radelozer, tot ze niet meer kan en, terwijl de muziek wegsterft, bijna kotsend gaat liggen, met haar linkerslaap op een aangevreten taart, het moede hoofd in de soesjes.

Eenzaamheid, boulimia, contactstoornis – net als de tekst kan het beeld op allerlei manieren worden uitgelegd. Het filmpje is bizar, maar het rijm tussen woord en beeld is sterk: sneeuw is slagroom. Het woord staat nog niet in Van Dale. Tussen `lenteschuim, koekoeksspeeksel' en `lentespog, kikkerspog' kan het nu zo worden ingevoegd: lentesneeuw, slagroomtaartenkots.

`Lentesneeuw' is te beluisteren via www.nrc.nl