Kamer en Kamp slaan piketpaaltjes in Irakdebat

De Nederlandse troepen kunnen alleen in Irak blijven als de VN de regie krijgen, vindt de PvdA in de Tweede Kamer. Maar dat is ijdele hoop, aldus de minister van Buitenlandse Zaken.

Het ging niet om de vraag, of de Nederlandse militairen langer in Irak moeten blijven, benadrukte spreker na spreker, gisteren in het Irak-debat in de Tweede Kamer. Maar eigenlijk ging het daar natuurlijk wél om de belangstelling van de Haagse politiek voor de toestand in Irak is meer dan een academische, ook al is het dan in de provincie Al Muthanna, waar zich 1.275 Nederlandse militairen bevinden, dan nog rustig.

En enigszins onverwacht maakte, tegen het einde van het debat, ook minister Kamp (Defensie, VVD) duidelijk waar het in de hoofden eigenlijk om ging. Zijn collega Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) had zich eerder meer op de vlakte gehouden. Nederland weet nog helemaal niet of het zijn troepen in Irak wil laten blijven. Een beslissing daarover hangt sterk af van de mate waarin de Verenigde Naties worden betrokken bij de gang van zaken in Irak.

Kamp maakte onder het voorbehoud dat ook bij hem de beslissing nog niet is gevallen overduidelijk waar zijn voorkeuren lagen. Weggaan, nu het in Irak spannend wordt, zou tot zeer zware negatieve gevolgen leiden voor de Irakezen hield Kamp de Kamer voor. ,,Wat blijft er dan over van alles wat we hebben opgebouwd?''

Na afloop verklaarde Kamp, tegenover journalisten, zijn openhartigheid uit het feit, dat in het debat ook door anderen ,,piketpaaltjes'' waren geslagen ten aanzien van het al of niet blijven van de Nederlandse troepen, wanneer in juli het jaar in Irak erop zit eerder door de regering steeds genoemd als de maximale duur van de inzet van de Nederlandse militairen.

Die piketpaaltjes daarmee had de minister van Defensie vooral de grootste oppositiepartij, de PvdA, op het oog, die volgens Kamp niet langer een ,,positieve grondhouding'' heeft over de Nederlandse aanwezigheid in Irak.

Nadat PvdA-leider Bos vorige maand de koerswijziging van de partij die volgens de PvdA overigens helemaal geen koerswijziging is in een interview had aangekondigd, weerklonk gisteren voor het eerst in de Kamer het PvdA-standpunt uit de mond van buitenlandwoordvoerder Koenders; ,,Wat ons betreft gaan we op 1 juli weg. Alleen als er een radicale koerswijziging komt, is er met ons te praten. Anders niet''.

Onder `radicale koerswijziging' moet, aldus Koenders, worden verstaan dat de buitenlandse troepen in Irak onder ,,verantwoordelijkheid van de Verenigde naties'' hun werk gaan doen, en dat de VN in Irak ,,een centrale rol'' en ,,de eindverantwoordelijkheid'' krijgen. Dat mag, maar hoeft niet te gebeuren aan de hand van een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad, aldus Koenders.

De opstelling van de PvdA suggereert sterk dat deze partij een vertrek van de troepen zonder meer bepleit, maar naar de letter beschouwd zijn er wel degelijk aanknopingspunten met het kabinetsstandpunt dat een grotere rol van de VN in Irak zeer wenselijk is.

Het was daarom opmerkelijk dat ook de behoedzame minister Bot al duidelijk maakte, dat straks bij een beslissing over blijven in Irak bij een ongewijzigde PvdA-opstelling geen vergelijk mogelijk zal zijn. ,,Onze indruk is, dat de Verenigde Naties niet zitten te wachten op een centrale rol'', hield hij Koenders voor. In ieder geval, verwachtte hij, zal de verwachting dat de VN zich zullen opwerpen als een ,,nieuwe buitenmacht'' die de Amerikanen aflost als hoogste autoriteit, vermoedelijk ijdel blijken.

Een nieuwe Iraakse interim-regering, die eind juni aantreedt maar waarvan de autoriteit in Irak lang niet door iedereen zal worden erkend, zal straks om een verlenging van het verblijf van de Nederlandse troepen kunnen vragen een fundamenteler verandering in de status van die aanwezigheid kon Bot niet in het vooruitzicht stellen.

Daarna was de beurt aan Kamp voor wat polemisch gooi- en smijtwerk. Zo voegde hij Karimi (GroenLinks), die had gezegd dat zijn ,,toon van morele superioriteit'' haar ,,de keel uitkwam'', toe dat zij beter een ,,bezoek aan de keelarts'' kon brengen. Bij de beantwoording van feitelijke vragen over de situatie in de provincie Al Muthanna kwam het tot een heus nummertje bekvechten tussen Kamp en Koenders. De PvdA'er eiste schriftelijke beantwoording van zijn vragen, omdat de minister er te weinig van wist. Kamp zei dat hij de vragen beantwoordde zoals hem dat goeddunkte. Koenders beende boos weg uit de zaal. Kamp concludeerde dat ,,de heer Koenders kennelijk geen prijs stelt op verdere beantwoording''.

De andere, zich goeddeels op de vlakte houdende fracties kwamen er bij dit vuurwerk eigenlijk nauwelijks aan te pas. Met name de opstelling van Bakker (D66), deed vermoeden dat de PvdA wanneer het uur U van de beslissing over het blijven van de troepen is aangebroken niet op steun van D66 kan rekenen. Het wordt per 1 juli ,,een geheel andere missie en een andere afweging'', verwachtte Bakker. Maar afgezien daarvan maakte hij de redenering van Kamp dat weggaan nu onverantwoord zou zijn, tot de zijne: ,,Je gaat niet een risicovol gebied in om op het moment dat de risico's zich voordoen op je schreden terug te keren.''