Kamer eens met basisverzekering gezondheidszorg

Het op genezing gerichte deel van de zorgsector wordt ingrijpend gewijzigd. Er komt een voor iedereen verplichte basisverzekering die wordt uitgevoerd door onderling concurrerende, private zorgverzekeraars. Deze krijgen de regie in de sector.

Ook bij de hulpverleners (zoals ziekenhuizen, huisartsen en fysiotherapeuten) wordt, binnen zekere grenzen, marktwerking ingevoerd. De Tweede Kamer is het eens met het voorstel van minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) om de stelselwijziging op 1 januari 2006 in te voeren.

Dit bleek tijdens het debat op hoofdlijnen dat de Kamer gisteren met de minister voerde. Tijdens een soortgelijk eerder debat, in maart 2002 ten tijde van het tweede kabinet-Kok, had de toenmalige Kamer al ingestemd met de verandering van het huidige stelsel, dat sterk door de overheid gereguleerd wordt. De hulpverlening moet nu meer door de vraag naar zorg door verzekeraars gestuurd worden, met een actieve rol voor de verzekeraars.

De basisverzekering krijgt een volledig nominale (niet van het inkomen afhankelijke) premie. Hiervan betaalt de werkgever maximaal 50 procent. Twee jaar geleden kon de Kamer het niet eens worden over de premieheffing, gisteren bleek een grote meerderheid voorstander van de nominale premie. Ook voor het basispakket, het huidige ziekenfondspakket, was er gisteren wel de steun van een meerderheid, in tegenstelling tot in 2002.

De Kamer is ook voor de invoering van de `zorgtoeslag' waarmee Hoogervorst de nominale premie voor de lagere inkomen wil compenseren, al bestaat over de precieze vormgeving daarvan tussen de regeringspartijen nog verschil van mening. Onenigheid bleek er tussen deze fracties gisteren ook over de `no claim', het `eigen risico' dat de minister wil invoeren in de vorm van een premierestitutie aan het einde van een kalenderjaar van maximaal 250 euro. Een meerderheid in de Kamer (CDA, D66, LPF, PvdA en VVD) is voor de premierestitutie om het kostenbewustzijn van de hulpvragers te prikkelen en de consumptie af te remmen. Maar anders dan Hoogervorst wil, weigert het CDA ook de huisartsrekening onder de regeling te laten vallen. Daardoor kan Hoogervorst op dit punt niet op goedkeuring van de Kamer rekenen. Volgens de minister is een rem op het huisartsenbezoek nodig. Hij zegt dat er door de opstelling van het CDA vrijwel zeker extra moet worden bezuinigd in de medicijnvoorziening.