Jeugd na zedendelict vaak weer in de fout

Zestig procent van de jeugdige zedendeliquenten pleegt na behandeling opnieuw een delict. In tien procent van de gevallen gaat het om een zedendelict; vijftig procent begaat een ander soort delict.

De meeste zedenrecidive vindt plaats binnen twee jaar na behandeling.

Dit blijkt uit het onderzoek `recidive van jeugdige zedendelinquenten' dat vandaag verschijnt. Het is het eerste rapport over de recidive van jeugdige zedendelinquenten in Nederland. Het risico op zedenrecidive blijkt het grootst (38 procent) bij jeugdige zedendelinquenten die een (zeer) jong meisje misbruikten buiten hun eigen familie.

Het onderzoek werd verricht door Catrien Bijleveld van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, tevens hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, en Jan Hendriks, ontwikkelingspsycholoog en hoofd afdeling jeugd van de forensische polikliniek De Waag in Den Haag. Zij bestudeerden de recidive van 114 jongens die tussen 1988 en 2001 na behandeling de particuliere justitiële jeugdinrichting Harreveld (Gelderland) verlieten.

Harreveld is gespecialiseerd in de behandeling van jeugdige zedendelinquenten. Op het moment dat ze het delict pleegden, waren de zedendelinquenten tussen de zeven en negentien jaar oud. Gemiddeld bleven de jongens 24 tot 30 maanden in Harreveld. Gemiddeld werden ze zevenenhalf jaar na ontslag gevolgd. Jaarlijks staan rond de 250 jeugdige zedendelinquenten voor de rechter. Alleen de zwaardere gevallen gaan naar Harreveld.

De onderzoekers maakten onderscheid tussen twee groepen jeugdige zedendelinquenten: de `obsessieven' en de `opportunisten'. De obsessieven kiezen meestal een (jonger) kind als slachtoffer. De gemiddelde leeftijd van hun slachtoffer is bijna acht jaar. De opportunisten kiezen meestal leeftijdgenoten als slachtoffer. De gemiddelde leeftijd van hun slachtoffer is zestien jaar.

Uit het onderzoek blijkt dat alleen de obsessieven opnieuw een zedendelict plegen. De opportunisten plegen relatief vaker andere delicten, maar nooit een zedendelict. Meestal ging het om diefstal, inbraak, verkeers- en geweldsdelicten, verstoren van de openbare orde en mishandeling. Een zeer klein deel kwam opnieuw in contact met justitie wegens poging tot moord of doodslag of het bezit van wapens.

De onderzoekers stellen voor om de groep met het hoogste recidive-risico, jongens die (zeer) jong meisjes misbruikten buiten hun eigen familie, nog intensiever te behandelen tijdens hun verblijf in de jeugdgevangenis en hen na ontslag langdurig intensief te begeleiden. De begeleiding die jongens nu krijgen na hun vertrek uit Harreveld is minimaal.

puistenkoppies: pagina 2