In Zuid-Afrika ontkiemt nieuwe eendragt

Zuid-Afrika vierde woensdag tien jaar democratie met zijn derde vrije verkiezingen op rij. Voormalig correspondent Lolke van der Heide ging vorige maand terug en ziet meer redenen voor optimisme dan voor pessimisme.

Boven de toegangspoort van het Johannes Fort in Johannesburg staat nog de oude Boerenspreuk `Eendragt maakt magt'. Het fort is ruim een eeuw geleden gebouwd door de Afrikaner leider Paul Kruger en was een beruchte gevangenis voor politieke activisten. Mahatma Gandhi heeft er vastgezeten, in 1908, en Nelson Mandela, in 1956.

Dat sinds vorige maand het Constitutionele Hof zetelt in dit historische gebouw, moet de overwinning van het recht symboliseren. Constitution Hill, zo heet het fort met zijn twee massieven houten deuren nu. Maar er was nog een reden om hier het hoogste rechterlijke orgaan onder te brengen. Het gebouw ligt in het midden van Johannesburg, de grootste stad en het politieke brandpunt van Zuid-Afrika. Eind jaren negentig dreigden criminaliteit, hoge werkloosheid en verpaupering van het centrum en andere wijken, een lost city te maken van Johannesburg. Het stadbestuur en de provinciale regering grepen krachtig in met programma's voor stadsvernieuwing, misdaadbestrijding, werk scheppen, en black empowerment. De vestiging van het Constitutionele Hof in Johannesburg is een beloning voor en het symbool van het nieuwe zelfvertrouwen van de stad en daarmee, zo hoopt de regering van Mbeki, van heel het land.

Dat nieuwe zelfvertrouwen is op veel plaatsen voelbaar, maar daarbij zijn wel enige kanttekeningen nodig. Je kan de huidige gesteldheid van Zuid-Afrika na tien jaar democratie op twee manier benaderen, naar de terminologie van de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci: vanuit het pessimisme van het verstand of door het optimisme van de wil.

Laat ik beginnen met het pessimisme. Zuid-Afrika is anno 2004 een land met vele en enorme problemen. De werkloosheid bedraagt 30 procent, de armoede in vele townships is groot, de kloof tussen arm en rijk neemt toe. Criminaliteit is aanhoudend hoog, maar is aan het dalen. Verder is de infectie met het hiv-virus een pandemie geworden. Naar schatting 5 miljoen van de 40 miljoen inwoners is ermee besmet.

Het zijn vreselijke gegevens. Toch moet het optimisme overheersen, een optimisme dat is ontstaan uit de wil om te veranderen maar inmiddels ook gestoeld is op feiten. Allereerst moeten we het verleden in de analyse betrekken: 300 jaar kolonialisme en 40 jaar apartheid hebben diepe sporen achtergelaten. Tien jaar is veel te kort om de economie, de gebouwde omgeving, de sociale structuur en andere erfenissen uit het verleden op orde te krijgen.

Er zijn veel tekenen dat het de goede kant opgaat. In tien jaar zijn er drie keer drie vreedzame, democratische verkiezingen gehouden, zonder etnische gevechten. Er zijn 1,6 miljoen nieuwe huizen gebouwd voor de armen, en de meeste huishoudens hebben elektriciteit en water. De economie bloeit, dankzij liberalisering van de handel, stevige inflatiebestrijding en een behoudend fiscaal beleid. De Zuid-Afrikaanse munt, de rand, heeft na jarenlang verlies een sterke comeback gemaakt en steeg sinds begin 2002 met meer dan 50 procent ten opzichte van de dollar.

Johannesburg straalt dezer dagen een groter zelfvertrouwen uit en meer openheid dan ik ooit hebt meegemaakt. Je voelt het in de vele chique shopping malls, waar de blanke en (groeiende) zwarte middenklasse hun inkopen doen en uitgaan. Je voelt het lopend door de straten van gegoede buurten én townships: burgers voelen zich waarlijk vrij om te zeggen wat ze willen. Politiek kon dat allang, maar de sociale dwang om zich koest te houden, met name onder het zwarte bevolkingsdeel, bestond nog. Nu niet meer. Enkele andere `optimistische' impressies:

In het Barnyard theater loopt een muziekshow onder de naam Diamonds Dust. De vrijwel geheel zwarte cast brengt een potpourri van bekende Zuid-Afrikaanse `zwarte' liederen ten gehore, prachtig gezongen. En de afgeladen zaal is bijna geheel gevuld met blanken, Afrikaners, die wild enthousiast meezingen en klappen. Wat voorheen als `zwarte liederen' werd gecategoriseerd, is nu publiek bezit van alle kleuren geworden.

Op een verjaarsbraai van een typische Afrikaner familie in Boksburg, even ten oosten van Johannesburg, wordt niet meer geklaagd over die swart regering. Integendeel: de aanwezigen `bekennen', ongevraagd, dat ze zelf in het verleden in vele opzichten profiteerden van de rassenscheiding. Dat was fout, zeggen ze, en nu is het tijd iets terug te doen ,,vir ons Suid-Afrika''.

Het apartheidsmuseum is voltooid. In Soweto, de zwarte voorstad van Johannesburg, is een indrukwekkend gebouw verrezen waar de hele geschiedenis van `de strijd' aan bod komt. Ook de gruwelijke halsbandmoorden uit de jaren tachtig krijgen aandacht. Deze moorden waren afrekeningen door activisten in zwarte townships met vermeende spionnen.

Tshepo Nkosi, een projectleider van de Johannesburg Development Authority, het projectontwikkelbureau van de stad, laat trots de stedelijke vernieuwing zien. Zo zijn in de wijk Newtown, aan de rand van het centrum, honderd beeldjes van een meter hoog Afrikaans houtsnijwerk verspreid over de straten neergezet. Stevig verankerd, maar wel te verwijderen. ,,We willen met opzet de kwetsbaarheid tonen. We moeten af van het afschermen van onze kunst, onze huizen, onze levens. We moeten communiceren'', zegt Nkosi.

Nelson Mandela en F.W. de Klerk staan hand-in-hand op een receptie van een zwarte investeringsmaatschappij, Mvelaphanda Holdings. De directeur, Mandela's partijgenoot en voormalig politicus Tokyo Sexwale, belooft de twee godfathers van de Zuid-Afrikaanse politiek donaties voor het ANC én voor de Nuwe Nasionale Party (NNP). ,,We gooien geen stenen meer naar F.W., we gooien nu met fondsen'', zegt Sexwale. De Klerk: ,,Madiba en ik hebben een sterke vriendschap. Onze twee partijen werken samen in het belang van het democratisch proces.''

De samenwerking tussen ANC en NNP is van groot belang voor de toekomst van Zuid-Afrika. De Klerk was de laatste blanke president namens de Nasionale Party, bedenker en uitvoerder van de apartheid die van 1948 tot 1994 heeft bestaan. Hij gelastte de vrijlating van Mandela in 1990 en drie jaar later kregen ze samen de Nobelprijs voor de Vrede. Daarna trad een verwijdering tussen beide partijen in, die zich ook op het persoonlijke vlak uitte: Mandela maakte De Klerk verwijten. De Klerk als leider van de Nasionale Partij (omgedoopt tot Nuwe Nasionale Party, de NNP) leverde felle kritiek op het ANC. Maar beide partijen kwamen tot inkeer en besloten ruim twee jaar geleden in een opmerkelijke stap tot politieke samenwerking. De voormalige onderdrukkers en onderdrukten samen, wie had dat ooit gedacht.

Er zijn pragmatische overwegingen: de NNP is bang dat blank Zuid-Afrika verder zal worden gemarginaliseerd en wil graag regeren. Een Zimbabwe-scenario, met een blank bevolkingsdeel dat apathisch is in politiek opzicht, is voor Martinus van Schalkwyk, de nieuwe NNP-leider, het afschrikwekkende voorbeeld. If you can't beat them, join them, is zijn motto. Het zware verlies bij de verkiezingen van woensdag is alleen maar meer reden om deze lijn te volgen. Het ANC op zijn beurt kan wel wat nieuw elan en een breder draagvlak dan alleen de zwarte massa's gebruiken, en vermoedt in de NNP ook daadwerkelijk goede bestuurders.

De diepere implicatie is dat blank (NNP) en zwart (ANC) tegen elkaar zeggen: we kunnen eigenlijk beter met elkaar opschieten dan we altijd dachten. De blanke Boeren gaan hiermee feitelijk ruim honderd jaar terug in de tijd. Eind negentiende eeuw waren de Engelsen de grote vijand van Paul Kruger en zijn mannenbroeders, niet de zwarte stammen. In 1999, bij de herdenking van het begin van de Boerenoorlog (1899-1902) deed president Thabo Mbeki al een opmerkelijke politiek-historische uitspraak door zijn bewondering voor Kruger uit te spreken en hem een `vrijheidsstrijder' te noemen. De kiem voor een nieuwe `eendragt' was gelegd.

Lolke van der Heide was van 1996 tot 2001 correspondent voor NRC Handelsblad in Zuid-Afrika.