Hij wilde de wereld kwellen

In een serie over vertaalde klassieken deze week Jonathan Swift: De reizen van Gulliver vertaald uit het Engels door door Paul Syrier, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 352 blz. euro 22,50

De spelingen van het noodlot zijn soms wreed. Jonathan Swift (1667-1745) verdroeg naar verluidt de aanwezigheid van kinderen slechts met moeite, en besteedde zijn levenswerk aan het genadeloos kastijden van zijn medemens in satire: hij wilde de wereld kwellen, niet vermaken. Maar zijn meesterwerk, Travels into Several Remote Nations of the World, by Captain Lemuel Gulliver, is uiteindelijk in de kinderkamer terecht gekomen, om het kleine grut op te vrolijken en geldt als een gezellig kinderboek. Swift hoeft zich, goddank, om deze ironie geen zorgen meer te maken: zijn (zelfontworpen) grafschrift meldt dat hier dr. Swift ligt, waar woeste verontwaardiging zijn hart niet langer kan verscheuren.

Het succes van het boek bij de kinderziel is niet onverklaarbaar. Kapitein Gulliver, in een parodie op de fantastische reisvertellingen die in Swifts tijd naÏeve lezers zo imponeerden (en in imitatie van komische voorgangers als Lucianus en Rabelais), reist naar verre landen waar hij te maken krijgt met dingen die kinderen leuk vinden: experimenten met schaal en confrontaties met lichamelijkheid in de meest letterlijke zin. In het verslag van de eerste reizen, respectievelijk naar Lilliput (land van mini-mensen) en Brobdingnag (land van reuzen), laat Swift met bewonderenswaardige consistentie zien hoe dingen er werkelijk uitzien, door ze te verkleinen en te vergroten. Ook toont hij aan hoe onbeduidend we zijn, en daarna hoe lelijk, lomp en boers. Bovendien blijkt Swift geobsedeerd door waterlating en stoelgang, menselijke functies die in beschaafde omgangsvormen liever onbesproken blijven. Een kind kan lachen om de stelling dat onze lichamen chemische fabrieken zijn die vooral rotzooi produceren.

In Brobdingnag wordt de miniscule Gulliver op een goed moment geconfronteerd met de reusachtige borst van een min en verzucht: `Ik moet bekennen dat niets me ooit zo veel weerzin heeft ingeboezemd als de aanblik van die monsterlijke borst, die ik met niets zou kunnen vergelijken om de nieuwsgierige lezer een idee te geven van de massa, vorm en kleur ervan.' Hier schemert door waar het Swift om te doen is: door de deconfiture van die parel in de kroon van het mensenlichaam, de vrouwelijke borst, kastijdt Swifts satire de menselijke pretenties. Die gelden niet alleen ons lichaam, maar vooral ons denkvermogen en onze maatschappelijke ordening. En het ergste is de ridicule trots die van die pretenties het gevolg is.

De souplesse waarmee Swift met verhoudingen speelt in zijn eerste boeken kan door een modern publiek, gewend als het is aan digitale manipulatie van beelden, makkelijk worden onderschat. Swift speelt dit spel briljant. Het lag hem dan ook na aan het hart. Want als dr. Swift ergens niet aan heeft kunnen wennen in zijn leven als politicus en prelaat, is het aan verhoudingen. Aan het hof waar hij zijn hoop op gericht had, bleek hij te groot voor de dwergen, te klein voor de reuzen, te gis voor de filosofen en te menselijk voor de beesten. Swift paste niet. Zijn politieke carrière eindigde dan ook in een fiasco. Toch ontstijgen De reizen van Gulliver het niveau van de wraak op het leven in de literatuur, niet het minst door de precieze, glasheldere stijl, een hoogst aanschouwelijk illusionisme, en wrange humor.

Want ook al veroorzaken de reizen van Gulliver, nu opnieuw (uitstekend) vertaald door Paul Syrier, niet zelden een lach bij de lezer, die lach voelt ongemakkelijk. Het beeld dat van de mens door Swift in het boek wordt geschetst is gruwelijk, culminerend in het portret van de Yahoo's die Gulliver op zijn laatste wonderbaarlijke reis ontmoet: smerige apen, vechtend, slijm afscheidend, vretend, glanzende stenen bewarend, harig en vuig. Yahoo's zuigen aan een wortel waar ze duizelig van worden, en rollen dan om tot dronken verdoving. Yahoo's, in tegenstelling tot hun edele meesters, de paarden, liegen, en worden ziek. Ze kiezen zich een mismaakte en kwaadwillende leider, die wordt gehandhaafd tot een weerzinwekkendere kan worden gevonden.

Gulliver's Travels suggereert dat wij niet alleen dwergen, reuzen en pedanten zijn, maar vooral beestachtige Yahoo's. Beschaving en rede in dit laatste door Gulliver bezochte land, dat van de Houyhnhnm's (spreek uit: Whin-um's) zijn te vinden bij de paarden – die zoals bekend in de ware wereld worden afgejakkerd en afgeranseld. Gulliver probeert zich aan te passen aan de edele paarden, die geen woord voor liegen kennen, maar blijft tot zijn diepe spijt Yahoo, met slechts een heel klein beetje rede in zich. Ach, verzucht Swift, `stelt u zich voor dat er 20.000 [Houyhnhnm's] zouden losbreken in het hart van een Europees leger, de rangen uiteen zouden slaan, de wagens omver gooien, met verschrikkelijke trappen van hun achterhoeven de gezichten van onze soldaten in pulp zouden veranderen.' Daar laat de satiricus zijn ware gezicht zien.

Dat is het gezicht van een misantroop. Gulliver, eenmaal teruggekeerd in Engeland, keert zich af van de wereld die gedwongen is `met bedelen, roven, stelen, bedriegen, souteneren, het plegen van meineed, vleien, onderdrukken, vervalsen, gokken, pluimstrijken, schelden, stemmen, briefjes schrijven, sterren kijken, vergiftigen, hoereren, zedenpreken, lasteren, vrijdenken en dergelijke bezigheden in zijn levensonderhoud te voorzien.' Swift is evenwel te slim om niet te beseffen hoe eenzaam zulke misantropie maakt, en het afsluitende beeld van de man die alleen nog met zijn paarden wil praten is daardoor niet meer komisch maar tragisch. Als dit boek ergens niet thuishoort, is het in de kinderkamer. En toch is het niet alleen actueel en leerzaam, maar ook ontroerend als zelfportret van de eenzame, onaangepaste dr. Swift.