`Het zorgstelsel is vastgelopen'

De gevolgen van een nieuw zorgstelsel voor de koopkacht dat was een belangrijk onderwerp tijdens het debat in de Tweede Kamer.

,,Inkomenspolitiek heeft hier altijd de zorgdebatten beheerst.'' Het Tweede-Kamerlid Bakker (D66) pleitte gisteren voor een snelle invoering van een nieuw zorgstelsel. ,,De veranderingen die al sinds twintig jaar broodnodig zijn, zijn nooit doorgevoerd. Dit heeft geleid tot een zeer centralistisch systeem. We moeten nu snel het nieuwe stelsel invoeren en zorgen dat de verandering onomkeerbaar is, anders komt er in 2008 een kabinet dat er weer een heel ander verhaal van maakt.''

Veel andere parlementariërs waren het met Bakker eens tijdens het `debat op hoofdlijnen' dat de Kamer voerde met minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) over diens `hoofdlijnen voor de stelselherziening curatieve zorg'. In deze brief schetst de minister de manier waarop hij het het op genezing gerichte deel van de zorgsector wil moderniseren. Het is een uitwerking van de nota Vraag aan bod van het tweede Paarse kabinet, waarover de Tweede Kamer eerder al eenzelfde hoofdlijnendebat heeft gevoerd. Toen bleken de manier van premieheffing en de samenstelling van het basispakket de belangrijkste punten van discussie. ,,Het huidige stelsel is inmiddels volledig vastgelopen'', zo constateerde Hoogervorst gisteren. Hij werd niet weersproken.

Volgens de minister is een fundamenteel debat over de toekomst van het zorgstelsel noodzakelijk en het wordt niet alleen in Nederland maar ook in veel Europese landen gevoerd. ,,Eigenlijk worstelen alle Europese landen met dezelfde vragen rond het zorgstelsel. Het gaat dan om eisen die wij er allemaal terecht aan stellen: zoals aan toegankelijkheid, betaalbaarheid, kwaliteit en doelmatigheid – en dat allemaal liefst tegelijk'', aldus Hoogervorst.

De toegankelijkheid van de hulpverlening voor met name chronisch zieken en ouderen, vertaald in de koopkrachtgevolgen van het nieuwe stelsel, vormde gisteren het onderwerp dat de meeste tijd tijdens het debat opeiste. Een ruime meerderheid bleek het eens met de keuze van het kabinet om de premie nominaal (dus los van het inkomen) te gaan heffen. De compensatie voor de lagere inkomens zou buiten de zorg moeten worden gevonden in de vorm van een in te voeren `zorgtoeslag' – naar analogie van de huursubsidie. Over de vormgeving ervan is nog niet veel bekend (die vormt een van de 44 wetswijzigingen en maatregelen die de minister aankondigde als nodig voor de stelselwijziging), maar in het debat werd daar al op vooruitgelopen. De regeringsfracties bleken verdeeld.

Zo wil het CDA een zeer fijnmazige compensatie waarbij iedereen die meer dan een bepaald percentage van zijn inkomen kwijt is aan de zorg en volgens het Kamerlid Buijs valt onder die kostenpost niet alleen de premie voor de basisverzekering en de `no claim', maar ook de eigen bijdragen worden betaald en de premie voor aanvullende verzekering. D66 en VVD gaan juist uit van een veel grofmazigere compensatie die dan bovendien alleen de premie voor de basisverzekering en eventueel de no claim zou moeten betreffen. Voor zijn opstelling kreeg het CDA gisteren de steun van de kleinere oppositiepartijen: een dergelijke compensatieregeling zou een forse inkomensverbetering kunnen betekenen. Op dit moment komen bijvoorbeeld eigen bijdragen en premies voor aanvullende verzekeringen als aftrekpost op het belastingformulier voor (gedeeltelijke) compensatie in aanmerking en dan nog alleen als de ziektekosten een aan het inkomen gerelateerde drempel overschrijden.

Een meerderheid in de Kamer steunt het besluit van het kabinet het toekomstige stelsel op te zetten als een `privaat' stelsel, waarbij essentiële zaken als toegankelijkheid (voor de basisverzekering geldt een acceptatieplicht, een verzekeraar moet voor al zijn verzekerden dezelfde premie heffen) door middel van wettelijke regels worden gegarandeerd.

De oppositie zette vraagtekens bij de juridische houdbaarheid van deze keuze. Juist vanwege de acceptatieplicht moeten de verzekeraars worden gecompenseerd voor de `slechte risico's', de verzekerden waarvan op grond van statistische gegevens bekend is dat ze meer hulp consumeren dan anderen.

Bij een aantal fracties, waaronder de PvdA, bestaat de vrees dat het Europese Hof een dergelijke steun aan de verzekeraars kwalificeert als onrechtmatige staatssteun. Volgens Hoogervorst is de kans daarop uiterst klein: voordat het kabinet eind vorig jaar voor de private opzet koos, is eerst de Europese Commissie geraadpleegd. Eurocommissaris Bolkestein schreef daarop het kabinet een brief waarin werd aangegeven onder welke voorwaarden het zou kunnen. De minister gaf aan dat het voor hem zelf niet zo heel uit maakte of het nu een publiek stelsel zou worden dat wordt uitgevoerd door private verzekeraars dan wel voor in de nu gekozen constructie: zijn keuze was een pragmatische. De particuliere ziekekostenverzekeraars waren voor een private opzet. En die waren begin jaren negentig een van de belangrijkste veroorzakers van de toen mislukte stelselwijziging.