Het begrip voor de Amerikaanse tango met Israël

De steun van Bush aan Sharon is onomstreden in de Verenigde Staten. In Amerikaanse ogen heeft Bush juist initiatief getoond in een slepend conflict.

Europa reageerde gematigd geschokt op de omhelzing door president Bush van het Sharon-plan voor het Midden-Oosten. Maar binnen de Verenigde Staten is die steun nauwelijks omstreden. Nu ook John Kerry zich gedwongen ziet tot beschaafd applaus heeft George W. Bush weinig te verliezen, althans in eigen land.

Voor Israëls minister-president Ariel Sharon leverde het bezoek aan Washington woensdag het eclatante succes op dat hem in staat stelt zijn eigen Likudpartij te confronteren met de `aanvaard-mijn-plan-of-ontsla-mij'-propositie waar iedere Israëlische premier vroeg of laat op uitkomt. Amerikaanse steun voor annexatie van een deel van de bezette Westelijke Jordaanoever is de belangrijkste buit.

President Bush zag op zijn beurt een kans om enige vliegen in één klap te slaan. Hij kon initiatief tonen in het slepende conflict tussen Israël en de Palestijnen, waar hij de afgelopen drieënhalf jaar weinig politiek kapitaal in heeft geïnvesteerd. Het was publicitair een welkome afwisseling van de tegenslagen in Irak en de knagende twijfel over zijn antiterreurbeleid vóór 11 september 2001. Terwijl het een verandering van thema leek, bracht Bush het als weer een voorbeeld van sterk leiderschap in de oorlog tegen terrorisme in wat voor gedaante ook.

De mogelijkheid door krachtige steun aan de staat Israël een onmiskenbaar gebaar te maken naar joods Amerika was in een verkiezingsjaar natuurlijk ook niet te versmaden. Bush werkt consequent aan het lokken van het Sharon-gezinde deel van de Amerikaanse joden.

Het komt daarbij goed uit dat conservatieve protestanten, waar Bush op bouwt, de strijd voor Israëls overleven ook steeds meer als hun bijbelse opdracht zien. Wie minder in het Midden-Oosten-conflict is geïnteresseerd kan het weinig schelen dat Bush zo pal achter de huidige regering in Israël staat, zo gaat de redenering. Het binnenlands politieke risico is dus gering. Dat bleek ook uit de tam-positieve reactie van John Kerry, de waarschijnlijke presidentskandidaat van de Democraten: hij kan zich kennelijk niet veroorloven minder loyaal jegens Israël te zijn.

Zoals vaker bij dit soort `doorbraken' is er in de uren die volgden op de verklaringen van Bush en Sharon, met bijbehorende briefwisseling, fiks gespeculeerd over de betekenis van het afgesprokene. Zeker is dat beide politieke vrienden elkaar ruimte lieten ieder hun voordeel te doen met de letter van het bereikte `akkoord' over het `plan-Sharon'.

De Israëlische premier kan nu zeggen dat Israël uitzicht krijgt op een verdedigbaar grondgebied, en dus een leefbare toekomst, zo is de veronderstelling. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en andere hoge functionarissen in Washington draaiden het ivoor gisteren iets anders. Ook voor hen staat de veiligheid van de joodse staat voorop, maar volgens hen heeft president Bush niets weggegeven dat Palestijnse belangen dwarsboomt. Ook al hebben de Palestijnen niet aan tafel gezeten bij het opstellen van de nu vastgelegde opvolger van de befaamde `routekaart'. Hoge medewerkers van de president hebben wel degelijk enige malen met de Palestijnen overlegd over dit plan, liet men op het Witte Huis weten.

Definitieve onderhandelingen tussen betrokkenen zullen de uiteindelijke grenzen moeten vaststellen, hielden de mondstukken van president Bush gisteren vol. De president heeft alleen maar het vastgelopen vredesproces een nieuwe impuls willen geven. De meeste gebruikte verklaring aan Amerikaanse zijde voor de ogenschijnlijke koerswijziging kwam neer op `de nieuwe realiteiten' op de Westelijke Jordaanoever.

Terugkeer naar de grenzen van 1949 is niet langer een realistisch einddoel van onderhandelingen, zegt de regering-Bush. Maar daarmee doet president Bush niet alleen maar Sharon een plezier, houdt Washington vol. ,,Dit is de eerste Amerikaanse president die consequent aanstuurt op een Palestijnse staat, naast Israël.'' Bovendien is premier Sharon, de bedenker van de nederzettingenpolitiek, nu bereid zich sterk te maken voor terugtrekking uit de Gaza en enkele stukken van de Westelijke Jordaanoever. Ook dat is reële vooruitgang voor de Palestijnen, aldus `een hoge functionaris' van het Witte Huis.

Zo onevenwichtig als deze Amerikaanse tango met Sharon in Europa mag lijken, in eigen land krijgt Bush er begrip en voorzichtige waardering voor. Ook Edward Walker en Martin Indyk, ambassadeurs in Israël voor de regering-Clinton, toonden deze week begrip voor de beslissing van president Bush het plan-Sharon te zien als een kans. In de maanden en dagen vóór de top van woensdag hebben Israël en de Verenigde Staten stevig onderhandeld om daar een voor beide kanten aanvaardbare vorm voor te vinden.

Of de Britse premier Tony Blair, die vandaag koffie drinkt op het Witte Huis, het resultaat ook als een nuttige kans op vooruitgang wil zien, is de vraag. Hij heeft zijn bondgenoot Bush voortdurend om meer persoonlijke inzet achter het onderhandelingsproces vervat in de `routekaart' gevraagd. Het ziet er naar uit dat hij ontdekt voor een voldongen feit te zijn geplaatst. Niet voor de eerste keer. Misschien is dát het winstpunt van het `plan-Sharon' voor de Europese samenwerking.