Goudvis ziet je zappen

Een goed aquarium heeft helder water. Goed? Fout. Tenminste, als je de natuur daarin wilt naspelen.

Water van rivieren en meren is vaak helemaal niet helder. Het is groen gekleurd door algen, of bruin door rottende planten. In de tropen lijkt het soms zelfs zwart. Daarom hebben sommige aquariumvissen van die hele felle, haast lichtgevende kleuren. Zoals neon-tetra's. Dan kunnen ze elkaar in de donkere soep toch nog goed zien.

Een kraakhelder, goed verlicht aquarium vinden ze onzin. Misschien doet het ze wel pijn aan de ogen. Maar vissen willen meer dan alleen maar elkáár zien. Daarom zijn ze in hun onderwaterwereld extra gevoelig voor sommige kleuren – of ze zien er meer dan wij. Meer rood, bijvoorbeeld. Infra-rood. Veel zoetwatervissen zien ook ultra-violet, een raar paars dat voor ons onzichtbaar is. Dan is het ook in donker water toch opeens nog behoorlijk licht.

Vissen met zulke wonderogen vinden wij soms maar heel gewoon. Een goudvis bijvoorbeeld. Die ziet heel goed kleur. Hij ziet wat wij niet zien. En wat doen we met zo'n goede kijker? We zetten hem in een kom. Een kom! Dat is een bolle lens. Kijk er zelf maar eens door, met je hoofd onder water. Aan alle kanten wordt alles wat je buiten die kom ziet vervormd. Vormen lopen in elkaar over. En de kleuren worden uit elkaar getrokken, met rare regenboogranden.

De mensenwereld is al zo bont gekleurd, voor een goudvis. Nu wordt het helemaal een circus. Hij zou een heleboel goed kunnen zien, maar het lukt niet. Een vinger tegen het glas krijgt hij nog wel goed in beeld, alles verder weg wordt een zooitje. Zelfs daarvan weten die goudvissen toch nog wat te maken. Als ze in al die bonte vaagheid af en toe vaste kleuren zien verschijnen, kunnen ze leren: hé – dat is mijn voerbus. Geel met een rood deksel. Ze weten het zo.

Maar het is nog erger. Want die kom komt dan weer midden in de huiskamer te staan. Met aan alle kanten rare lampen en een tv met verspringende kleuren, waaraan voor die goudvis al helemaal geen touw is vast te knopen. Ondertussen ziet hij ook dat wij zitten te zappen. Niet aan ons, maar aan de afstandsbediening. Want daar komen dan infrarode stralen uit, die naar de tv gaan. En als er een alarminstallatie aanstaat, ziet hij dat ook – aan de infrarode stralen.

Het is dus maar veel gedoe aan het goudvissenhoofd. En nog vervormd ook.

En het is nòg erger. Want we zetten zelfs goudvissen in bars en discotheken, tussen aan alle kanten flikkerende, gekleurde lampen. In herrie en gedreun, dat een goudvis ook al veel te goed hoort en voelt. Om gek van te worden. Dat worden goudvissen dan ook. En wat zeggen wij dan? ,,Kijk, leuk, hij ligt stil en blaast belletjes. Grappig.''

Wij kijken beroerd. En goudvissen kijken veel te goed. Maar dit stukje loopt toch nog goed af. Want de oplossing is simpel. Je zet niet een goudvis, maar een paar goudvissen in een echt aquarium, met rechte wanden. Op een lekkere rustige plaats, waar toch wat te zien is.

Want vissen kijken graag uit het raam. Ze zien dan meer dan je denkt. Sommige zijn daar zelfs beroemd mee geworden. Daarover de volgende keer, in de aflevering: `De vis voor het raam'.