God heeft al opgehangen

De bijbel is een geschiedenis van verraad en hoger verraad die culmineert in het verraad van Jezus. Om dat te beseffen heb je geen film nodig.

Kent u deze? Natuurlijk kent u deze. Een vader wil zijn zoon leren wat minder bangelijk te zijn door hem van de trap te laten springen. Hij zet hem op een trede en zegt: ,,Spring maar, ik vang je wel op.'' De jongen springt, de vader vangt. Deze geschiedenis herhaalt zich, telkens een paar treden hoger; tot de jongen op een gegeven moment van heel hoog naar beneden springt en zijn vader achteruit stapt. Terwijl de zoon huilend en bloedend overeind krabbelt, zegt zijn vader: ,,Hieruit kun je leren dat geen mens helemaal te vertrouwen is, ook je eigen vader niet.'' Of je eigen God, voeg ik daar aan toe.

Nee, ik heb 'm niet gezien, Mel Gibsons The Passion of the Christ, ik heb alleen het affiche zien hangen in de hal van de bioscoop. Waarom zou ik mijzelf in verbijstering brengen? Van een portie gezond geweld in een film ben ik nooit vies geweest, maar iemand twee uur lang doodgemarteld zien worden is andere koek, Verlosser of niet. Ook de discussies in de media heb ik niet gevolgd, ze althans zo veel mogelijk gemeden: het geheen-en-weer over al dan niet historisch, al dan niet antisemitisch, over de cut-and-paste methode die Gibson op het Evangelie heeft losgelaten of de forensische ins-en-outs van de kruisdood en, weerzinwekkender nog: de gretigheid waarmee fundamentele christenen zich massaal op de kassa's van de bioscoop hebben gestort – met een agressieve triomfantelijkheid die recht evenredig is met hun frustratie over alle aandacht die de fundamentele moslims de laatste jaren ten deel is gevallen. En nu wij! Kijk eens wat ze Ons, eh... ik bedoel Hem hebben aangedaan!

Ik had er geen zin in, gewoon helemaal geen zin.

En dat terwijl ik als huis-tuin-en-keuken godszoeker altijd verzot ben geweest op bijbelfilms in het algemeen en Jezusfilms in het bijzonder, van kleurrijke letterlijkheid tot aan postmoderne parabel, van cinemascopische spektakelfilms als The Greatest Story Ever Told en Nicholas Rays King of Kings tot aan persoonlijke interpretaties à la Scorsese's Last Temptation Of Christ of Dennis Potters Son of Man. Pasolini's Il vangelo secondo Matteo heb ik zelfs nooit met droge ogen uit kunnen zitten. Om na te kunnen voelen hoe hartverscheurend het is wat die jonge wonderprediker is overkomen heb ik geen uren in de make-up nodig. Het verhaal volstaat. Een verhaal dat grote overeenkomsten vertoont met de hierboven aangehaalde wrede witz van de vader en de zoon. Een verhaal waarvan de essentie – misschien wel de essentie van de hele chistelijke mythe die wij in het westen al zo lang leven gevormd wordt door verraad.

In de bijbel ritselt het werkelijk van het verraad, te beginnen bij het begin,met Eva die haar belofte aan Adam breekt om van de appels af te blijven. Was ze braaf geweest, dan zaten we nu nog steeds met een stonede grijns om de mond ergens in de Hof van Eden op een terras, en was er van de wereld niets terechtgekomen. Na de verdrijving uit het paradijs nam het verraad hand over hand toe: Kaïn en Abel, de zaak Laban, Jozef die verkocht werd door zijn broers, de Farao die geen woord hield, de gouden kalfsdans achter Mozes' rug, Saul, Samson, Job, en Gods plotselinge driftbuien die ons een paar keer bijna de schepping hebben gekost een geschiedenis van verraad en hoger verraad die culmineert in het pijnlijkste verraad van allemaal: het verraad van Jezus.

Excuus

Judas was niet de enige (en die had als excuus nog de gedachte dat Jezus zich nu, met de rug tegen de muur, eindelijk eens officieel bekend zou maken als de grote koning die hij was). Je had ook nog de slapende discipelen en Petrus (drie keer) – maar ook het gesomber tijdens het laatste avondmaal, de hevige innerlijke tweestrijd (,,Heer, laat deze beker aan mij voorbijgaan'') in de tuin van Gethsemane en de schreeuw aan het kruis wijzen erop dat Jezus keer op keer tot het besef moet zijn gekomen dat hij in de steek gelaten wordt en zal worden. Zijn liefde wordt geweigerd, zijn boodschap verkeerd begrepen, zijn noodkreet niet beantwoord, zijn lot bezegeld. Maar dat was allemaal te dragen zolang hij wist dat zijn vader onderaan de trap stond om hem op te vangen.

Voor het verraad van Judas was hij gewaarschuwd en ook de drie ontkenningen van Petrus waren voorzien. Het stak hem, maar de basis van zijn vertrouwen, zijn vertrouwen in God de Vader, bleef in zijn laatste week op aarde onwankelbaar – tot op het allerlaatste moment. Het moment dat hij, in de steek gelaten door zijn volgelingen, overgeleverd aan zijn vijanden, stukgeranseld en aan het kruis genageld aan den lijve de harde werkelijkheid van Gods verraad ondervond. En toen uitriep wat er geschreven staat in Psalm 22: ,,Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Waarom houdt U zich verre van mijn verlossing, van de woorden van mijn gebrul? Ik roep des daags en Gij antwoordt niet, des nachts en ik kom niet tot stilte. Toch zijt Gij heilig... Op U hebben onze vaders vertrouwd: zij vertrouwden en zij werden gered. Op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd. Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen, Gij deed mij vertrouwend rusten aan mijn moeders borst. Aan u werd ik overgeleverd bij mijn geboorte, van den moederschoot af zijt Gij mijn God. Wees dan niet verre van mij, want nabij is de nood, en er is geen helper.''

Kwellingen

En dan volgt er, tussen plastische beschrijvingen van de lichamelijke kwellingen die hij onderging (,,Als water ben ik uitgestort en al mijn beendren zijn ontwricht'') nog een aantal beelden met opvallend veel dieren erin om de beestachtigheid van het gebeuren te benadrukken, en om aan te geven hoe primair het niveau is waarop het zich afspeelt, existentieel-psychologisch gesproken:

,,Ik ben ingesloten door sterke stieren. Zij sperren hun muil tegen mij open, brullen als verscheurende leeuwen. Honden omringen mij, een bende boosdoeners die mijn handen en voeten heeft doorboord. Red van het zwaard mijn ziel, mijn eenzame van het geweld des honds.''

Maar God heeft al opgehangen, heeft niet alleen Jezus maar zelfs het gebouw al verlaten. Sindsdien wordt Hij alleen af en toe nog gesignaleerd op het dak van een verlaten benzinestation of in een gaarkeuken, min of meer op de wijze waarop vliegende schotels worden gesignaleerd.

So I lied, dat was de boodschap. Dat van ,,het opofferen van Mijn enig geboren Zoon om de mensheid van zijn zonde te verlossen was een voorwendsel, een vertroostend sprookje voor wie de waarheid niet aankan. Er is, ook in de meest vertrouwde relaties, geen vertrouwen zonder verraad. Als je het Oude Testament had gelezen had je kunnen weten hoe wispelturig Ik kan zijn, en hoe onbetrouwbaar. Voor primitieve onvoorwaardelijkheid moet je bij je moeder zijn of in het paradijs van vóór jeweetwel, niet bij Mij. Ik ben er om ervoor te zorgen dat je met je kop naar beneden de werkelijkheid indondert. Ik ben er om je te laten beseffen dat er altijd nog een hogere instantie is dan het woord, hoe plechtig ook gegeven, namelijk het leven zelf waarin beloftes zomaar, zonder enige uitleg, als luciferhoutjes kunnen worden gebroken. Shit will happen. Shit must happen, willen we volwassen worden, man, vrouw, mens, en in staat om liefde te geven. Hoe dacht je eigenlijk dat die slang in die tuin was terechtgekomen?

Volgens sommigen is verraad het kwaad zelf. Volgens, ik meen dat het Jean Genet was, is verraad, erger nog, het kwaad dat zichzelf kwaad berokkent. Ik weet niet zeker of ik goed begrijp wat hij daarmee bedoelt, maar ik weet wel dat de ervaring van het je verraden voelen zo ingrijpend is dat we die zonder het verhaal van Jezus' verraad nooit te boven zouden komen.

In de bijbel ritselt het werkelijk van het verraad