Gezag in Vinkenslag

Een overmacht van pantserwagens en ME-troepen met schilden en knuppels die het grootste woonwagenkamp van het land binnendringen, levert onverkwikkelijke tv-beelden op. Maar ook onverkwikkelijk was de urenlange blokkade door woonwagenbewoners van het belangrijkste kruispunt tussen Maastricht, de autobaan naar Luik en het noorden van het land. De bezettende bewoners van het woonwagenkamp Vinkenslag dachten dat ze met zo'n bezetting hun wetteloze vrijstaatje konden voortzetten. Hennepplantages die vorig jaar nog door de politie werden gerooid, waren weer in bedrijf.

Door intimidatie van gezagsdragers en hun gezinnen heeft Vinkenslag jarenlang als vrijstaat kunnen voortbestaan. Ambtenaren die de waterrekening of de belasting kwamen innen, werden weggejaagd en bedreigd. En ze bleven weg. Net als alle andere kampbewoners in het land betalen de bewoners van Vinkenslag slechts 3 procent inkomstenbelasting. Door autosloop en leeggelopen transformatoren vervuilde grond moest voor miljoenen overheidsgeld worden gereinigd.

Een burgemeester die een einde wil maken aan jarenlange lankmoedigheid van de overheid moet helaas zijn toevlucht nemen tot massale inzet van politie. Dan moeten de goeden onder de kwaden lijden. Met minder inzet valt in dit geval geen enkel gezag uit te oefenen. Ook Eindhoven streeft naar beter gecoördineerde gezagshandhaving in woonwagenkampen.

De taferelen in Vinkenslag zijn het resultaat van de bizarre status aparte die woonwagenbewoners na de oorlog hebben opgebouwd. De meesten stammen af van verarmde Hollanders die in de crisisjaren dertig van de vorige eeuw met woonwagens gingen rondtrekken om aan de kost te komen. In de jaren zeventig werden deze woonwagenbewoners – onder wie een kleine minderheid zigeuners – uitgeroepen tot minderheidsgroep. Dat betekent dat er welzijnswerkers kwamen die ook vonden dat sommige woonwagenbewoners geen waterrekening hoefden te betalen. Inmiddels zijn de wielen onder de woonwagens verdwenen en zijn de kampen kleine bungalowparken geworden. Nu woonwagenbewoners niet meer kunnen rondtrekken in het dichtbevolkte Nederland, is er geen enkele reden waarom ze niet in gewone huizen wonen. Dat woonwagenbewoners graag onder familie verblijven, is geen unieke etnische eigenschap. Toch is vestiging in huizen niet eenvoudig gebleken. Sommige woonwagenbewoners krijgen dan conflicten wegens huurachterstand of geluidsoverlast en keren weer terug naar het vertrouwde kamp.

Inmiddels probeert de overheid door opsplitsing van kampen de status aparte van woonwagenbewoners in te perken. Een klein kamp is minder intimiderend voor een gezagsdrager en criminelen hebben er minder kans om de goede bewoners eronder te houden. Ook Vinkenslag had allang moeten worden opgesplitst. Hoe kleiner een kamp, des te intensiever de contacten met de buurt, de school en andere voorzieningen tot ontplooiing, met regulier wonen in het verschiet.