Een museum voor alle Hongaren

De presidenten van Israël en Hongarije openden gisteren in Boedapest het Holocaust Museum, het eerste in Oost-Europa. Het herdenkt de vernietiging van een bloeiende en geassimilieerde joodse gemeenschap in Hongarije.

,,Zestig jaar na de terreur van de holocaust steekt het kwaad van het antisemitisme in Europa weer de kop op. Dat zei gisteren de Israëlische president Moshe Katsav bij de opening, in Boedapest, van het `Holocaust Múzeum'. ,,Maar historici zullen deze dag vastleggen als de dag dat het fundament werd gelegd tegen haat en antisemitisme.'' De Hongaarse president benadrukte dat het museum niet een gedenkplaats is voor de Hongaarse joden – maar een voor alle Hongaren.

Sinds het bezoek van de paus in 1996 zijn er in Boedapest niet meer zulke draconische veiligheidsmaatregelen genomen als de afgelopen dagen. Sinds maandag, toen een vermeende terrorist was gearresteerd, ziet Boedapest geel van de politie. Het verkeer wordt volledig lamgelegd als Katsavs auto, omgeven door een zwerm donkere Mercedessen, zich verplaatst. Katsav grapte dat als president Ferenc Mádl van Hongarije niet met hem opgeblazen wilde worden hij het best drie stappen afstand kon bewaren. Op de huizen rond het Holocaust Museum lagen scherpschutters, de gehele wijk was afgegrendeld voor verkeer en politiehelikopters cirkelden laag boven de daken. Her en der zijn op straat opmerkingen te horen dat ,,de joden er weer zijn''.

Het Holocaust Museum is gevestigd in een gerestaureerde synagoge. De buitenzijde heeft een lichtgekleurde, hermetische muur. Binnen zijn een gedenkruimte, een gebedsruimte, een documentatiecentrum en een ondergrondse, hellende expositieruimte, waar men geleidelijk afdaalt in de duisternis. Het museum opent met een fototentoonstelling `Het Auschwitz Album' van Lili Jákob. Dit Hongaarse meisje vond in april 1945, na de bevrijding van concentratiekamp Dora-Mittelbau, op zoek naar eten en kleren, in een SS-barak een fotoalbum. In mei 1944 hadden twee SS'ers bij hoge uitzondering toestemming gekregen de gang van zaken in Auschwitz-Birkenau met foto's vast te leggen. Dit hadden zij gedaan op de dag dat de trein uit Lili's geboortedorp arriveerde. Vrijwel haar gehele familie vond de dood in Auschwitz. Lili Jákob zag op de foto's haar eigen broertjes en zusjes.

Boedapest herbergt, met een geschat aantal van tussen de 100.000 en 120.000 joden, de grootste joodse gemeenschap van Europa. Een eeuw geleden woonden er in Hongarije een miljoen joden. Samen met Duitsland was Hongarije het land met de meest geassimileerde joodse gemeenschap in Europa. De wervelende groei en economische boom in Hongarije tussen 1867 en 1913 was voor een niet onbelangrijk deel te danken aan de joodse gemeenschap.

In 1944 begon de vernietiging. Balint Molnár, woordvoerder van het Holocaust Museum: ,,Vandaag precies 60 jaar geleden, 16 april 1944, is het joodse getto gesticht. Kort daarna zijn in 56 dagen een half miljoen Hongaarse joden gedeporteerd en vermoord. Een op de drie slachtoffers in Auschwitz had een Hongaars paspoort. De deportaties werden vrijwel exclusief door de Hongaarse politie en gendarme begeleid. De meeste joden zagen pas voor het eerst Duitse soldaten bij aankomst in Auschwitz. De rol van de Hongaren is na de oorlog door het communistische regime zo snel mogelijk onder tafel geveegd. Een van de donkerste episoden in de Hongaarse geschiedenis zal toch onder ogen gezien moeten worden.''

Julia, een jonge sociaal werkster in de joodse gemeenschap in Boedapest, ziet bij de overlevenden twee reacties: ,,Je hebt de oude mensen voor wie de holocaust zó allesbepalend is dat ze er niet over kunnen praten. En je hebt de andere groep die het niet goed vindt er maar steeds over te praten. Eigenlijk kan of wil geen van hen er over spreken. Mijn eigen grootvader begint nu voorzichtig over Auschwitz te vertellen. Tot nu toe was de blik altijd strak vooruit gericht.''

,,Voor te veel joden hangt de joodse identiteit exclusief samen met de holocaust,'' zegt Balint Molnár. ,,De joodse gemeenschap is nog steeds diep getraumatiseerd, velen durven niet uit te komen voor het feit dat ze joods zijn. Men is bang. Pas de derde generatie staat open in de wereld en ontdekt haar joodse identiteit.'' Volgens Julia betekent joods zijn ,,dat je altijd moet bewijzen – bewijzen dat je minstens zo goed bent als iedereen in Hongarije.'' ,,Ik weet niet of een museum in staat is het denken van mensen te veranderen. Ik ben bang dat dit museum er meer is voor de Hongaarse samenleving dan voor de joden.''

,,Het is belangrijk dat de holocaust slachtoffers een goede plek hebben om hun geliefden te herdenken,'' zegt de woordvoerder van het museum. ,,Maar het is nog veel belangrijker om een nieuwe generatie op te voeden, over tolerantie, discriminatie, segregatie – actuele thema's in Hongarije, zie de omstandigheden waarin de Roma leven. De dialoog en het bezien van de eigen geschiedenis is onmisbaar voor ieder open land. Dat is het belang van dit museum.''

Om 12 uur vanmiddag zijn Hongaarse prominenten begonnen met non-stop oplezen van namen van Hongaarse slachtoffers van de holocaust. Daar gaan zij mee door tot zondagavond zes uur. In die 54 uur van onafgebroken lezen zal men misschien net tien procent van de Hongaarse slachtoffers van de holocaust kunnen opnoemen.