Een generatiewisseling in Zuid-Korea

In Zuid-Korea is gisteren een nieuwe generatie aan de macht gekomen. Het begrip democratie krijgt nieuwe inhoud met een parlement waarin `hervormers' in de meerderheid zijn.

,,Ik hoor dat jullie in Nederland politici hebben die op de fiets naar het parlement komen'', zegt woordvoerder Kim Kap-su in de oude fabrieksloods waar de recent opgerichte Uri Partij voorlopig haar hoofdkwartier heeft gevestigd. ,,Dat hebben we hier ook nodig'', voet hij er aan toe, ,,maar het is vooralsnog onmogelijk. Hier moet een politicus zich autoritair gedragen.'' Dus komen alle politici in auto met chauffeur naar het parlement.

Het verschil tussen de hervormingsgezinde Uri Partij en de conservatieven in Zuid-Korea is meer dan alleen een verschil in de procenten van het overheidsbudget die men bijvoorbeeld aan sociale zekerheid wil uitgeven. Het is ook de manier waarop men inhoud geeft aan een begrip als democratie. De schokken die de Uri Partij veroorzaakt zijn groot.

De arme boerenzoon, voormalige mensenrechtenactivist en politieke buitenstaander Roh veroverde twee jaar geleden de nominatie van de Millenium Democratic Party (MDP) voor de presidentsverkiezingen uitsluitend omdat de partij had besloten niet via intern gekonkel een keuze te maken, zoals gebruikelijk, maar via voorverkiezingen. De partijleden kozen massaal voor Roh, ook al had hij geen machtsbasis binnen de partij. Normaal gesproken had Roh nooit de kandidatuur veroverd.

Jongere partijleden wilden hetzelfde systeem hanteren bij het bepalen van de kandidaten in de kiesdistricten voor de parlementsverkiezingen van gisteren. ,,Tot nu toe wees de partijvoorzitter alle kandidaten aan'', legt partijfunctionaris Cho Beck-hee uit. Het resultaat was ,,een cliëntèle systeem dat corruptie veroorzaakt.'' Dit is niet alleen een probleem binnen de partijen, maar in de gehele samenleving. De strijd die Roh met de zijnen hiertegen voeren, geven hem het imago van iemand met schone handen.

De oude partijbonzen weigerden echter hun macht op te geven en een ,,enorme botsing was het resultaat, uiteindelijk leidend tot de splitsing'', zegt Cho. Zo kwam afgelopen herfst de Uri Partij tot stand, waar president Roh natuurlijk zijn steun aan gaf, ook al is hij geen lid. De oude garde die in de MDP achterbleef, bleek zich beter thuis te voelen bij de partijcultuur van de conservatieve Grote Nationale Partij. Gezamenlijk zetten de twee partijen Roh uit het ambt.

De samenleving bleek verder gevorderd dan de oude partijbonzen van GNP en MDP. De GNP wist met een `grote berouwshow' ternauwernood een ramp te voorkomen, maar zakte wel van de eerste naar de tweede plaats. De MDP werd volledig weggevaagd wegens het verraad aan Roh. De Uri Partij veroverde een absolute meerderheid met kandidaten die voor het grootste deel voor het eerst hun opwachting in het parlement zullen maken.

De conservatieven veroordelen Roh en zijn Uri Partij als ,,populistisch''. ,,Roh manipuleert jongeren die nog nooit een baan hebben gehad en nooit verantwoordelijkheid hebben gedragen'', zegt bijvoorbeeld de gisteren gekozen GNP-kandidate Song Yong-san. ,,Ze laten zich verblinden door zijn imago van schone handen. Dit is gevaarlijk want terwijl hij het verleden [van militaire dictatuur] ontkent, ontbeert Roh een visie op de toekomst.'' Democratie is in deze visie eigenlijk vooral gevaarlijk.

Decennialang is democratie onderdrukt met verwijzingen naar de dreiging van Noord-Korea en de vijfde colonne die zich in het zuiden zelf zou bevinden. Niet alleen conservatieve Zuid-Koreanen gebruikten dat middel. De Amerikaanse krant Asian Wall Street Journal publiceerde vandaag een hoofdartikel waar de teleurstelling over de verkiezingsoverwinning van Roh van afdruipt. Het advies van de Amerikaanse vice-president Dick Cheney, zo schrijft de krant, ,,dat `we geen andere keuze hebben dan met toewijding op te treden' tegen Noord-Korea, is blijkbaar genegeerd''. Sinds de Zuid-Koreanen kiezen voor presidenten die naar ontspanning met Noord-Korea streven, staat de relatie met de Amerikaanse bondgenoot juist onder druk.

De Zuid-Koreaanse kiezers laten zich niet meer leiden door Koude Oorlogsretoriek. Opvallend in Zuid-Korea is dat, terwijl de hele wereld bang lijkt te zijn voor Noord-Korea, die angst in Zuid-Korea bij een groot deel van de bevolking niet lijkt te bestaan. Eerder is er sprake van medelijden met de broeders die in het noorden onder een dictatuur zuchtten. Terwijl de wereld zich druk maakt over mogelijke noordelijke kernwapens, zijn de Zuid-Koreanen bezig met de bouw van een groot industriecomplex net over de grens in Noord-Korea, waar Zuid-Koreaanse bedrijven kunnen gaan profiteren van lage lonen.

Niet alleen de primeur van een hervormingsgezinde meerderheid in het parlement toont dat de Zuid-Koreaanse kiezer de Koude Oorlog achter zich laat. Een tweede primeur is de verschijning van de Democratische Arbeiderspartij in het parlement.

De vakbonden zijn lang onderdrukt in dit land als bron van links gevaar. Partijleider Kwon Young-ghil zat in de jaren negentig nog achter de tralies wegens vakbondsactiviteiten die de regering als illegaal bestempelde. Sinds enkele jaren is politiek activisme toegestaan aan de bonden. Met tien zetels leidt Kwon nu de derde partij van het land. De Zuid-Koreaanse elite moet zich opmaken voor een nieuwe politieke cultuur.