Demonstraties voor democratie in Nepal

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft vanochtend een dringend beroep gedaan op de autoriteiten in Nepal om te stoppen met het oppakken van demonstranten die herstel van de democratie eisen. Gisteren arresteerde de politie in de hoofdstad Kathmandu ten minste zevenhonderd demonstranten, onder wie een vroegere premier.

In een vanochtend uitgegeven verklaring zegt Amnesty te vrezen dat de veiligheidsmaatregelen die in Nepal van kracht zijn, worden misbruikt om ,,legitieme vrijheid van politieke meningsuiting'' in te perken en om ,,op willekeurige basis vreedzame demonstranten'' op te sluiten. De overheid, aldus Amnesty, moet onmiddellijk een eind maken aan de praktijk van massa-arrestaties.

Het koninkrijk Nepal in de Himalaya verkeert al jaren in een ernstige politieke crisis, die wordt versterkt door de aanhoudende strijd van maoïstische rebellen die naar voorbeeld van de Peruviaanse guerrillabeweging `Lichtend Pad' een volksrepubliek willen vestigen. In de `volksoorlog' zijn sinds 1996 naar schatting al meer dan negenduizend mensen om het leven gekomen. Vorige maand nog werd op verschillende plaatsen slag geleverd met de politie en veiligheidstroepen, waarbij volgens de regering meer dan honderd rebellen werden gedood.

Tegen de achtergrond van die sluimerende burgeroorlog probeert de in juni 2001 aangetreden koning Gyanendra Bir Bikram Shah Deva de constitutionele grenzen van de monarchie te verleggen. Na eerder al de noodtoestand te hebben uitgeroepen, liet de koning in oktober 2002 het parlement ontbinden en ontsloeg de zittende premier wegens incompetentie en het in gebreke blijven bij het neerslaan van de maoïstische opstand. De koning heeft nu een groot deel van de uitvoerende macht aan zich getrokken, met naast hem een zakenkabinet met een koningsgezinde premier. Koning Gyanendra heeft beloofd voor april volgend jaar algemene verkiezingen te houden. Eerder deze week herhaalde hij die belofte, zonder evenwel de datum van april 2005 te herhalen. Wel zei hij dat nu ,,prioriteit moet worden gegeven aan het scheppen van een klimaat waarbij het besturen van het land kan worden overgedragen aan gekozen vertegenwoordigers'' in het Huis van Afgevaardigden.