De koe gaat niet meer de wei in

Nu melkveebedrijven in Nederland groter worden, staan de koeien vaker het hele jaar op stal. ,,De dieren op stal houden scheelt de boer een hoop werk.'

Het is te zien dat ze sinds oktober op stal hebben gestaan. Als Theo Bunnik de deuren opent, hobbelen zijn koeien naar buiten. De uittocht verloopt nogal chaotisch. Sommige koeien lopen rechtstreeks naar de wei, andere brengen hun massieve lichaam plotseling tot stilstand alsof ze even niet verder durven. Ze krassen met de poten over de stenen, botsen tegen elkaar. Maar na een paar minuten staan ze allemaal in de wei. De meeste maken van pure vreugde uitgelaten bokkensprongen.

Dit tafereel is deze dagen op vele plekken in Nederland te zien. Koeien horen bij het Nederlandse landschap. Hoe leeg de Hollandse weiden er zonder koeien uitzien bleek tijdens de BSE-crisis in 2001, toen de dieren overal in het land op stal moesten blijven. Het landschap werd door veel mensen als `kaal' ervaren.

Koeien zijn buiten gelukkiger dan binnen, denkt voorzitter Siem Jan Schenk van boerenorganisatie LTO, afdeling rundveehouderij. ,,Je kunt het ze niet vragen, maar als je de stal open doet gaan ze naar buiten.' Ook het merendeel van de boeren geeft hieraan de voorkeur; volgens LTO laat 80 procent van de melkveehouders zijn koeien op het land grazen. ,,De koe wordt in Nederland een beetje als cultureel erfgoed beschouwd', zegt Schenk. ,,Een weiland met koeien is erg belangrijk voor het maatschappelijk draagvlak van de veehouderij.'

Maar er zijn ook andere argumenten. Bunniks zoon Rob rekent de voordelen uit: door de dieren buiten te laten grazen besparen zij de kosten van het uitrijden van de mest, zo'n 2.500 euro per jaar, en die van het binnenhalen van het gras, nog eens 2.000 euro. Bovendien bevat de melk van buiten grazende koeien meer onverzadigde vetzuren, bleek uit onderzoek van de Wageningen Universiteit, waardoor deze mogelijk gezonder is.

Nadelen zijn er ook. De bemesting van het land met behulp van een gierwagen verloopt een stuk efficiënter dan door de koeienvlaaien die de dieren links en rechts laten vallen. Het gras groeit beter en gelijkmatiger, waardoor de opbrengst van het land groter is. Bovendien moeten de dieren twee keer per dag naar binnen om gemolken te worden, wat voor de boer het nodige werk met zich meebrengt. Nu de melkveebedrijven steeds groter worden, begint dit laatste nadeel zwaarder te wegen, zegt voorzitter Schenk. ,,Boven de 150 koeien wordt het moeilijk te managen.'

Een toenemend aantal boeren kiest ervoor om de koeien het hele jaar door op stal te houden. De redenen verschillen per bedrijf, maar ,,gemak' is volgens Theo Bunnik een belangrijke oorzaak. ,,De koeien op stal houden scheelt ze een hoop werk.'

Een financiële prikkel – een `weidetoeslag' – zou die boeren volgens LTO van gedachten kunnen doen veranderen. Als de burger koeien in de wei wil zien, is de redenering, moet hij daar ook iets voor over hebben. Veel hoeft dat volgens Schenk overigens niet te zijn. ,,Met een paar cent per liter kom je al een heel eind.' Theo Bunnik bezit 120 koeien, die elk 9.500 liter per jaar produceren. Voor hem zou een weidetoeslag van 3 cent per liter neerkomen op een inkomensstijging van 34.000 euro. De kleine coöperatie Cono uit de Beemster heeft al een toeslag van 1 cent ingevoerd.

De grotere melkproducenten zijn nog niet enthousiast. Zij voeren aan dat twee derde van de zuivel wordt geëxporteerd, en de concurrentie is hard. Toch ziet Schenk vooruitgang. ,,Toen we zes jaar geleden over weidegang van koeien begonnen, beschouwden de fabrikanten het als een non-issue. Nu wordt er serieus naar geluisterd.'

GERECTIFICEERD

Koeien

Het artikel De koe gaat niet meer de wei in (16 april, pagina 11) refereert aan lege Hollandse weiden ten tijde van de BSE-crisis in 2001. De koeien werden toen op stal gehouden wegens de uitbraak van mond- en klauwzeer.