Ashdown kwaad op Serviërs Bosnië

Bosnië-bestuurder Paddy Ashdown heeft gisteren de autoriteiten van de Servische Republiek in Bosnië de mantel uitgeveegd wegens hun sabotage van het onderzoek naar de massamoord van Srebrenica, in juli 1995. Ashdown dreigde de autoriteiten in Banja Luka te straffen voor hun gedrag; een besluit daarover valt vandaag.

De regering van de Servische Republiek kreeg vorig jaar van Ashdown en van de hoogste rechtbank in Bosnië de opdracht een onderzoek in te stellen naar de verantwoordelijkheid voor de massamoord op meer dan zevenduizend moslimmannen in Srebrenica, na de verovering van de enclave door de Bosnische Serviërs. Het onderzoek zou ook moeten uitwijzen waar nog massagraven zijn en wat het lot van duizenden vermisten is. In oktober gaf Ashdown de Bosnische Serviërs een half jaar om het rapport op te stellen; hij stelde de president van de Servische Republiek persoonlijk aansprakelijk voor het resultaat.

Een onderzoekscommissie, bestaande uit vijf Bosnisch-Servische rechters en juristen, een vertegenwoordiger van de slachtoffers van Srebrenica, een moslim-onderzoeker en een internationale deskundige, leverde woensdag een verslag in, dat evenwel niets ophelderde over het bloedbad. Het rapport was niet meer dan wat Ashdown noemde ,,een catalogus van ongelooflijke moeilijkheden en obstructionisme'' die de commissie heeft ondervonden van de kant van de autoriteiten van de Bosnische Republiek. ,,Het is simpelweg onaanvaardbaar dat er bijna tien jaar na de schokkende misdaden van Srebrenica nog mensen of instanties zijn in de Servische Republiek die proberen deze misdrijven in de doofpot te stoppen'', aldus Ashdown. Hij zei dat de implicaties zo ernstig zijn dat hij zich gedwongen ziet tot ,,directe actie''.

De commissie stelde in haar verslag dat de autoriteiten van de Servische Republiek toegang verhinderden tot documentatie en getuigen, dat de commissie die bij gebrek aan onafhankelijkheid niet kon afdwingen en dat er geen sprake was van technische of administratieve ondersteuning door de regering van de Servische Republiek.

Meer dan één kantoor, één telefoon, één computer en een kapotte auto kreeg de commissie niet voor haar werk.