Animaties op boogie-woogie uit 1948

Cinema Zuid, het podium voor film en video, presenteert een driedaags festival met onder meer zelden vertoonde clips, zelfs uit 1948.

We leven niet alleen in een beeldcultuur, maar ook in een geluidscultuur, zo betoogde de essayist Arjen Mulder onlangs in de opiniebijlage van deze krant. Geluiden en muziek zijn zelfs misschien nog wel belangrijker dan beelden, beweerde hij. Beelden krijgen pas betekenis door de begeleidende geluiden, ze nestelen zich dankzij muziek in ons geheugen. Beelden beheersen het verstand, muziek het gevoel, schreef hij.

Of we leven in een geluidscultuur, is vast te stellen in de Nicolaaskapel en het WTC-centrum in Amsterdam-Zuid. Daar laat Cinema Zuid onder de titel Music In Motion een groot aantal videoclips zien, en kunstfilms en -video's waarin muziek een belangrijke rol speelt.

In de ronde Nicolaaskapel – op zichzelf al een bezoek waard – kunnen de bezoekers overdag in een lounge-achtige omgeving muziekclips en -films uitkiezen en vervolgens, met koptelefoons op, bekijken op televisieschermen. Verspreid door het gebouw staan installaties waarin muziek een rol speelt. 's Avonds fungeert de grote hal van het WTC-gebouw, die normaal gesproken buiten kantooruren dicht is, als bioscoop. Eerst is daar dan een voorprogramma te zien met clips en korte films, gevolgd door een hoofdfilm, zoals Les demoiselles de Rochefort uit 1965, van Jacques Démy en met muziek van Michel Legrand.

De door Cinema Zuid uitgezochte videoclips zijn zelden of nooit te zien op MTV, TMF of The Box. Ten onrechte, zo blijkt op Music in Motion, want juist de clips die Chris Cunningham, Spike Jonze en Michel Gondry maakten voor onder anderen Fat Boy Slim, The Chemical Brothers en The White Stripes zijn toppers. Zo is Gondry's clip Star Guitar een van de zeldzame clips waarvan de beelden één onlosmakelijk geheel vormen met de muziek. Gondry laat rijdend opgenomen industriële en stadslandschappen zo dansen op de muziek van The Chemical Brothers, dat je het gevoel krijgt dat het werkelijk niet anders kan.

Ook in Boogie Doodle zijn muziek en beeld één. Norman McLaren maakte bij een boogie-woogie-nummer abstracte animaties met bewegende, zwarte en blauwe figuren op een knalrode achtergrond. Dit deed hij al in 1948 – de definitieve weerlegging van de nog altijd herhaalde bewering dat Bohemian Rhapsody van Queen uit 1975 de eerste videoclip is.

Nummer Twee, het eindexamenwerk van ex-kunstacademiestudent Guido van der Werf, zou je kunnen beschouwen als een clip bij klassieke muziek. Hij laat een aantal ballerina's op muziek van Corelli in een straat met oer-Hollandse rijtjeshuizen dansen bij een aangereden jongen. Nummer Twee is opmerkelijk, omdat Van der Werf elke schroom heeft afgelegd om muziek nadrukkelijk te betrekken in een videokunstwerk. Tien jaar geleden was muziek voor videokunstenaars nog taboe, aldus Sacha Bronwasser, een van de samenstellers van Music in Motion. Er bestond toen nog grote angst bij beeldend kunstenaars voor de kracht van muziek. Maar ook bij hen breekt nu blijkbaar het besef door dat we niet alleen in een beeldcultuur, maar ook in een geluidscultuur leven.

Music in Motion. Vr 16, za 17 en zo 18 aprl. In Nicolaaskapel (Prinses Irenestraat 19; 14-22u) en World Trade Center (ingang Beethovenstraat; vanaf 21 u.). Inf: 020-5882408.