Andsnes' spel in buik voelbaar

De Noorse pianist Leif Ove Andsnes (34) staat dit voorjaar centraal in een miniserie in het Concertgebouw. `Centraal staan' is niet typerend voor Andsnes muzikale persoonlijkheid. Integendeel. Als meesterpianist heeft hij zich opvallend onopvallend een plaats aan de internationale top verworven, als liedbegeleider neemt zijn spel alleen een uitgesproken solistische gedaante aan als de zanger zwijgt.

Eerder deze maand realiseerde Andsnes al twee kamermuziekavonden met werken van Schumann, gisteravond vervolgde hij zijn Schumannfeestje met tenor Ian Bostridge in Dichterliebe en de Liederkreis opus. 39. Na Andsnes heeft Bostridge volgend seizoen 'carte blanche' in het Concertgebouw, maar ook dit seizoen is hij al met enige regelmaat te gast, hoewel niet als liedzanger. En ook zijn veelgeprezen, gepolijste opname van Schumanns Dichterliebe uit 1998 maakte nieuwsgierig naar zijn stilistische ontwikkeling als liedinterpreet sindsdien.

Voor wie Schumann associeert met donkere tonen, introvert ronken en brede lijnen, is de tenor Bostridge met zijn slanke, doordringende timbre en doordachte interpretatieve manieren niet de geëigende interpreet. Zijn benadering van Schumanns Liederkreis leek aanvankelijk haast afstandelijk verstandelijk. Met tamelijk uitbundige glissandi en uitbarstingen tastte hij de grenzen van een nieuwe expressiviteit af in Auf einer Burg. In Wehmut en talrijke andere liederen lichtte hij kernwoorden als mijlpalen uit de poëtische context door ze harder én met aanzwellend vibrato te beklemtonen – een effectief, maar uiteindelijk te monochroom stijlmiddel.

Zijn verkennende aanpak tekent Bostridges oprechte liefde voor het lied. Daarbij zijn dictie en doordachtheid van de tekstinterpretatie te allen tijde onberispelijk, en geeft hij de liederen visueel een theatrale meerwaarde door tijdens het zingen mee te bewegen in grimassen, terugdeinzende passen en woest knikkebollen. Dat maakte Schumanns liederen hier indringend, maar zelden roerend – hoe heftig Bostridge de harten in Dichterliebe ook liet breken en hoe tandenknarsend en sissend van nijd de onrechtmatigheden der liefde ook werden bezongen.

Leif Ove Andsnes speelde helder, terughoudend en verbazend natuurlijk. Zo volmaakt egaal klinkt de pianopartij in Zwielicht maar zelden, en uitzonderlijk beeldend schetste Andsnes ook de boertige draf in Im Walde en de onstuimig klaterende beek in het voorspel van In der Fremde. Maar de ware poëzie van Andsnes' spel bleek uit de zeggingskracht van Schumanns zo veelzeggende naspelen. Daarin maakte hij veelal zonder opsmuk en in enkele maten de emotie, ironie en woede van de liederen tot in de buik voelbaar.

Andsnes en Bostridge verlengden het korte programma met drie liederen op teksten van Heine. Naast Meerfahrt van Brahms en Dein Angesicht van Schumann, was het vooral de ballade Belsazar waarin Bostridge de vocale kleurenrijkdom van de verhalenverteller hervond.

Concert: Ian Bostridge (tenor) en Leif Ove Andsnes (piano). Programma: Schumann, Dichterliebe op. 48 en Liederkreis op. 39. Gehoord: 15/4 Concertgebouw, Amsterdam.